PDA

View Full Version : Oum ‘Umara: Het schild van de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, bij Uhud.



Faith
04-03-2011, 02:53
Vertaald door Oum Dujanah



Oum ‘Umara was gezegend met veel eer, waaronder haar aanwezigheid bij Uhud, al-Hudaybiyyah, Khaybar, het vervullen van de Umra, Hunayn en de slag om Yamama. Maar haar meest nobele rol vervulde zij tijdens de slag om Uhud.

Oum ‘Umara trok ten strijde met haar echtgenoot, Ghaziya, en haar twee zoons. Haar taak was om water te geven aan de gewonden maar Allah (Subhaanahu wa Ta’ala) had een taak met meer beloning voor haar gepland.

Dus ging zij erop uit met haar familie, met een waterhuid, en arriveerde zij op het slagveld aan het begin van de dag. De Moslims waren aan de winnende hand, en zij (Oum ‘Umara) ging kijken of alles goed was met de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem. Maar de Moslims begingen een grote fout – toen zij zagen dat de Quraysh op de vlucht sloegen, renden zij naar de buit, terwijl zij het bevel van de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, om stand te houden op de heuvel negeerden. Khalid bin Waleed (die toen nog niet tot de Islam bekeerd was), zag de open flank, chargeerde tegen de Moslims en opeens was het tij gekeerd ten gunste van de Quraysh. De Moslims raakten in paniek en begonnen te vluchten, terwijl zij de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, achterlieten met een handjevol metgezellen. Onder hen (de blijvenden) was Oum ‘Umara.

Toen zij de Moslim zag vluchten, rende Oum ‘Umara naar de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, om hem te beschermen en zij nam de wapens op, samen met haar echtgenoot en twee zoons. De Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, zag dat zij geen schild had en zei tegen één van de terugtrekkende mannen: “Geef je schild aan iemand die strijdt.” Dus de man overhandigde zijn schild aan haar, en zij verdedigde de Profeet van Allah, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, daarmee, terwijl zij ook een pijl en boog en het zwaard gebruikte. Ze werd aangevallen door ruiters maar nimmer twijfelde zij noch voelde zij angst. Later zou zij dapper zeggen: “Als zij net als wij te voet waren geweest, hadden we hen vernietigd, als Allah Subhaanahu wa Ta’ala het wilde.”

'Abdullah ibn Zayed, haar zoon, raakte tijdens de strijd gewond. Zijn wond bloedde hevig. Zij moeder rende naar hem toe, verzorgde zijn wond, en gebood hem: “Keer terug en bevecht de mensen, mijn zoon!” De Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, bewonderde haar opofferingszin en complimenteerde haar: “Wie kan verdragen wat jij kunt verdragen, Umm ‘Umara!”

Opeens naderde de man die haar zoon had verwond en de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, riep haar toe: “Dit is degene die jouw zoon heeft verwond.” Moedig ging zij de confrontatie aan met de man, die haar eigen zoon omschreef als een grote boomstam, en ze verwondde hem aan zijn been waardoor hij zich op zijn knieen wierp. De Boodschapper van Allah, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, glimlachte zo dat zijn tanden zichtbaar werden, en merkte op: “Je hebt wraak genomen, Oum ‘Umara!” Toen zij hem doodmaakte, zei de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam: “Lof aan Allah Subhaanahu wa Ta’ala, die jou de overwinning heeft geschonken en jou heeft laten zegevieren over jouw vijand en jou jouw wraak direct heeft gegeven.”

Op een gegeven moment, was de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, alleen, en gebruik makend van de gelegenheid, naderde de vijand, Ibn Qumay’a tot de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, terwijl hij schreeuwde: “Toon mij Muhammad! Ik zal niet gered zijn als hij gered zal worden!” Dus Mus’ab ibn ‘Umayr, snelde tot de verdediging van de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, samen met een aantal andere metgezellen. Oum ‘Umara was één van hen en zij begon de vijand van Allah Ta’ala hevig bevechten, hoewel hij dubbel bewapend was. Ibn Qumay’a slaagde erin om haar in de nek te treffen, waar hij een ernstige wond achterliet. De Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, riep naar haar zoon: “Jouw moeder! Jouw moeder! Verbind haar wond! Moge Allah Ta’ala jou zegenen, mensen van het huis! De standvastigheid van jouw moeder is beter dan die van die en die! Moge Allah Ta’ala jullie genadig zijn, mensen van het huis! De standvastigheid van jouw pleegvader is beter dan die van die en die. Moge Allah Subhaanahu wa Ta’ala jullie genadig zijn, mensen van het huis!” Umm ‘Umara zag dat de Profeet, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, tevreden was met haar vastberadenheid en moed en vroeg ernstig: “Verzoek Allah Subhaanahu wa Ta’ala om ons uw metgezellen te maken in de Tuin!” Dus zei hij, vrede zij met hem: “O Allah, maak hen mijn metgezellen in de Tuin!” En dit was de wens van Oum ‘Umara, waarop zij snel antwoorde: “Ik geef niets om wat mij op deze aarde kan raken!”

Die dag, ontving zij dertien wonden, en zij werd een jaar lang verpleegd om de wond in haar nek. Zij streed ook mee in de Strijd om Yamama, waar zij elf wonden ontving en een hand verloor.

Dankzij haar dappere karakter verdiende zij het respect van alle metgezellen, vooral van de Kahlifa’s die haar zouden bezoeken en haar extra aandacht zouden geven.

‘Umar bin Khattab, radiya Allahu ‘anhu, kreeg op een dag wat zijden gewaden van uitmuntende kwaliteit. Eén van de mensen merkte op: “Dit gewaad is zo en zoveel waard (hoe duur het was). U zou het moeten sturen naar de vrouw van ‘Abdullah ibn ‘Umar, Saffiyah bint Abi ‘Ubayd.” ‘Umar, radiya Allahu ‘anhu, wenste dit gewaad echter niet voor zijn schoondochter. “Dat is iets wat ik niet zal geven aan Ibn ‘Umar. Ik zal het sturen naar iemand die het meer heeft verdiend dan zij – Oum ‘Umara Nusayba bint Ka’b. Op de dag van Uhud, hoorde ik de Boodschapper van Allah, salla Allahu ‘alayhi wa sallam, zeggen: “Wanneer ik ook rechts of links keek, zag ik haar voor mij vechten.” ”

Dit was het leven van Oum 'Umara, de strijdster die bleef staan toen velen vluchtten, die haar gewonde zoon terug stuurde naar het heetst van de strijd en die bereid was haar leven te geven om het leven van de Profeet, salla Allahu 'alayhi wa sallam, te redden. Daarvoor ontving zij de du'aa voor het metgezelschap van de Profeet, salla Allahu 'alayhi wa sallam, in het Paradijs.
Moge Allah Subhaanahu wa Ta’ala onze vrouwen zegenen met deze moed, zelf-opoffering en standvastigheid. Ameen!