PDA

View Full Version : - ' Topic over Shia en hun dwalingen.



Tufa7e
01-04-2011, 01:45
Salaamu alaikoum wa rahmatullahi wa barakatuh.

In deze topic zal het in-sha'Allahu Ta'ala gaan over de dwalingen en innovaties van de Shia (Sji'ieten). Vele mensen zeggen dat hun geloofsleer (Aqieda) niet veel verschilt met die van de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a (Soennieten), maar het tegendeel is waar.

In deze topic foto's, video's en informaties over deze groep en hun dwalingen.

Tufa7e
25-08-2011, 02:10
IMOOOOO :nijn::nijn:

Carpe Diem
25-08-2011, 04:58
pff jeh bizar:moe:

kimo
25-08-2011, 06:24
Shi3a imam krijgt wat hij verdient, sub7an allah. na dat hij het woord saqata ( val of viel ) sprak.

http://youtu.be/SLxdNeDB92w

Marokkaanse sheikh Abdelsalam almaghreby geeft shi3a honden les in Soena.

http://youtu.be/cEiYkeG-oH0

IMO
26-08-2011, 06:20
Dit is een van de valse stromingen in de islam waarvoor we gewaarschuwd worden?

Tufa7e
27-08-2011, 02:33
Yeps.

IMO
27-08-2011, 02:40
thnx:sjans:

Tufa7e
27-08-2011, 02:45
You're welcome:sjans:

Umm_Imran
18-03-2012, 11:56
De Shi’ietische Aanval op de Nobele Qor’aan.

…de Qor’aan zou het veelomvattende referentiepunt moeten zijn voor zowel ons (Soennieten) als hen (Shi’ieten), en een middel om éénheid en onderling begrip tot stand te kunnen brengen.

Maar de fundamenten van het geloof zijn bij hen vanuit de wortels gebaseerd op een verkeerde interpretatie ervan (de Qor’aan) en een afwijking van de betekenis van (de manier) waarop het werd begrepen door de Nobele Metgezellen die het direct van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem) hebben gekregen, en ander dan (de manier) waarop het werd begrepen door de Iemaams van Islaam, degenen die het direct hebben ontvangen van nota bene dezelfde generatie onder wie de Qor’aan door middel van Goddelijke Openbaring werd nedergedaald.

Maar, één van de meest beroemde en voornaamste Shi’ietische geleerden, uit Nadjaf, Mirza Hoessein bin Mohammed Taqi An-Nawari At-Tabarsi..., schreef in 1292 N.H., bij het graf wat aangewezen wordt als het graf van de Iemaam, het boek ‘Fasloel-Khitaab fie Ithbatti Tahriefi Kitaab Rabbil-Arbaab’ (Het doorslaggevende Woord betreffende het Bewijs van de Verandering van het Boek van de Heer der Heren). In dit boek verzamelde hij honderden teksten van Shi’ietische geleerden uit verschillende tijdperken die beweren dat er met de Qor’aan geknoeid is; dat er zowel zaken aan zijn toegevoegd maar ook zaken van zijn weggelaten.

At-Tabarsi’s boek werd in Iran gedrukt, in 1298 N.H., en de verschijning ervan veroorzaakte veel oproer, en verijdelde het voornemen van bepaalde Shi’ieten dat hun twijfels over de authenticiteit van de Qor’aan, beperkt zou moeten blijven tot de elite van religieuze geleerden en persoonlijkheden. Zij hadden het liever gezien dat deze beweringen niet bijeengebracht waren in één enkel boekdeel, om (vervolgens) overal verspreid te worden, aangezien het als bewijs tegen hen gebruikt kon worden door hun tegenstanders. Toen hun wijsheren publiekelijk hun kritiek uitten, antwoordde At-Tabarsi met een ander boek getiteld: ‘Raddoe ba’doesh-Shoebahaati’an Fasloel-Khitaab fie Ithbatti Tahriefi Kitaab Rabbil-Arbaab’ (Weerlegging van enkele Schoonschijnende Argumenten omtrent Het doorslaggevende Woord betreffende het Bewijs van de Verandering van het Boek van de Heer der Heren). Hij schreef deze verdediging van zijn oorspronkelijke boek twee jaar voor zijn dood. Als blijk van hun waardering voor zijn bijdrage om te proberen te bewijzen dat de Qor’aan veranderd is, hebben de Shi’ieten hem begraven in één van hun meest prominente religieuze heiligdommen (graftomben), bij Nadjaf.

Van onder de bewijzen die door At-Tabarsi werden aangehaald in zijn poging om aan te tonen dat de Qor’aan was veranderd, was een citaat -op blz. 180 van zijn boek- van wat de Shi’ieten als ontbrekend deel van de Qor’aan beschouwen, dat door hen ‘Soerat-oel-Wilaayah’ wordt genoemd. Erin staat als volgt de toekenning van Wilaayah (soevereiniteit) aan ‘Alie vermeld: “O gelovigen, geloof in de Profeet en de Wali[1], de twee die Wij naar jullie stuurden, om jullie naar het rechte pad te leiden...”

De betrouwbare geleerde Mohammed ‘Alie Sa’oedi, hoofdadviseur van de Egyptische Ministerie van Justitie, en één van Shaych Mohammed Abdoeh’s speciale studenten, heeft het voor elkaar gekregen om een Iraans en met de hand geschreven kopie van de Qor’aan te bestuderen hetgeen in bezit is van de oriëntalist Brian. Tevens heeft hij een fotokopie weten te maken van ‘Soerat-oel-Wilaayah’ en de Perzische vertaling ervan. Het bestaan ervan werd bevestigd door At-Tabarsi in zijn boek ‘Fasloel-Khitaab’, en door Mohsin Faani Al-Kashmieri in zijn boek ‘Dabistan Madhaahib’. Dit boek, dat in het Perzisch is geschreven, is meerdere keren in Iran gedrukt. Het hoofdstuk (Soerat-oel-Wilaayah), hetgeen valselijk wordt toegeschreven aan Allaah’s Openbaring, werd tevens geciteerd door de beroemde oriëntalist Noeldeke in zijn boek ‘History of the Copies of the Qur’an’[2]. Het verscheen tevens in de krant ‘Asian-French Newspaper’ (blz. 431-439) in 1842 N.C.

At-Tabarsi citeerde tevens een overlevering uit ‘Al-Kaafie’ (blz. 289 druk 1278NH), hetgeen voor de Shi’ieten is zoals ‘Sahieh al-Boechaarie’ is voor de Moslims[3]. Er staat:

“Een aantal van onze metgezellen leverden over van Sahl bin Ziyaad via Mohammed bin Sulaymaan dat enkele van zijn vrienden hebben overgeleverd dat Aboel-Hassan Ath-Thaani ‘Alie bin Moesa Ar-Rida (o. 206 N.H.) heeft gezegd: “Moge ik als losgeld voor u dienen! Wij horen verzen van de Qor’aan anders dan degenen die wij bij ons hebben, en wij zijn niet in staat om hen te lezen op de manier van uw lezen wat ons is overgeleverd. Begaan wij daardoor een zonde?” Hij antwoordde: “Nee, lees (de Qor’aan) zoals je het geleerd hebt; en iemand zal naar je komen om het je te leren.””

Zonder twijfel is dit gesprek door de Shi’ieten verzonnen en wordt het valselijk toegeschreven aan hun Iemaam ‘Alie bin Moesa Ar-Rida, maar desondanks wordt deze uitspraak als wettelijk oordeel genomen betreffende deze aangelegenheid. Dit impliceert dat als één van hen de Qor’aan reciteert op de manier die de Moslims hebben geleerd overeenkomstig met unaniem geaccepteerde tekst die tijdens ‘Uthmaans chaliefaat is samengebundeld, dat er dan wel geen zonde op hem rust, (maar) de bevoorrechtte klasse van Shi’ietische geestelijken en geleerden zullen elkaar een andere versie dan de geaccepteerde (versie) leren, een versie waarvan zij claimen dat het aanwezig is of was bij hun Iemaams van Ahloel-Bayt.

De vergelijking tussen de “Shi’ietische Qor’aan” (hetgeen zij in het geheim aan elkaar toevertrouwen, en tegelijkertijd verborgen houden van het algemene publiek als een handeling van taqiyyah[4]) en de bekende en officieel geaccepteerde ‘Uthmaani Editie van de Qor’aan, wat hetgeen was dat At-Tabarsi motiveerde om zijn boek ‘Fasloel-Khitaab’ te schrijven. En ondanks dat de Shi’ieten deden alsof zij At-Tabarsi’s boek verloochenden, als een daad van taqiyyah, maar het flagrante feit dat het honderden citaten van erkende werken van hun geleerden bevat bevestigt duidelijk hun trouw aan de leer van de verandering van de Qor’aan. En vanzelfsprekend, willen zij geen oproer heffen over dit verdorven gedeelte van hun geloof.

Het voorgenomen resultaat van hun bewering is om ons achter te laten met de indruk dat er twee Qor’aans zijn: Eén, de ‘Uthmaani versie die door de Soennitische Moslims geaccepteerd wordt, en de andere, de naar beweerd wordt ‘verborgen’ versie van de Shi’ieten, waarvan Soerat-oel-Wilaayah een gedeelte van is. Zij zijn het zich er wel degelijk bewust van dat zij de uitspraak die zij toekenden aan hun Iemaam ‘Alie bin Moesa Ar-Rida verzonnen hadden: “...lees (de Qor’aan) zoals je het geleerd hebt; iemand zal naar je komen om het je te leren.” De Shi’ieten beweren tevens dat er een vers uit de Qor’aan is weg geschrapt, van Soerat-oel-Inshiraah. Hetgeen zij beweren dat er geschrapt zou zijn is: “en wij maakten ‘Alie jouw schoonzoon”.

Kennen zij geen schaamte bij het uiten van zo’n beschuldiging, terwijl het een welbekende feit is dat deze specifieke Soerah geopenbaard werd in Mekka in een tijd dat ‘Alie nog niet de schoonzoon van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem) was. Zijn enigste schoonzoon in die tijd was Al-‘Aas Ibnoer-Rabie’al-Oemawi, degene die Hij (salallaahoe 'alayhie was sallem) aanprees van boven op zijn preekstoel toen ‘Alie de dochter van Aboe Djahl als tweede vrouw naast Fatimah wilde nemen. En wat het feit betreft dat ‘Alie een schoonzoon van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem) was, moet het tevens aangeduid worden dat Allaah tevens ook ‘Uthmaan bin ‘Affaan schoonzoon van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem) heeft gemaakt door zijn huwelijk met twee van de Profeet’s dochters. Met de dood van de tweede van ‘Uthmaan’s vrouwen (de tweede van de twee dochters), zei de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem) tegen hem: “Als wij een derde hadden gehad, dan hadden wij haar jou ter huwelijk aangeboden.”

Een andere van de Shi’ietische geleerden, genaamd Aboe Mansoer Ahmed bin ‘Alie At-Tabarsi, beweerde in zijn boek ‘Al-Ihtijaaj ‘ala Ahlil-Lajaaj’ (Debat met het twistzieke Volk) dat ‘Alie tegen één van de zanaadiqah[5], wiens naam At-Tabarsi verzaakt heeft te vermelden, zei: “Wat uw agressieve tweedracht met mij betreft[6], het toont uw huichelachtige onwetendheid aan betreffende Allaah’s uitspraak: “En als iemand van jullie vreest dat hij de wezen geen recht kan geven, laat hem dan trouwen van de vrouwen die u goed lijken...” At-Tabarsi vervolgt door te zeggen, door middel van uit te leggen waarom dit vers door ‘Alie gereciteerd werd in zijn argumentatie met zijn tegenstanders:

“Het recht geven aan de wezen lijkt niet op het trouwen van vrouwen, en niet alle vrouwen zijn wezen; dus, deze vers is een voorbeeld van wat ik eerder heb gepresenteerd in het boek ‘Al-Ihtijaaj’ betreffende de schrapping van gedeeltes van de Qor’aan door de hypocrieten[7]. De schrapping zit tussen de uitspraak van recht voor de wezen, en hetgeen erna volgt, en over het trouwen van vrouwen. Deze schrapping bestaat uit toespraken en verhalen, hetgeen gelijkstaat met éénderde van de Qor’aan.”

Shi’ietische Leugens, zelfs over ‘Alie.[8]

Het voorgaande is een voorbeeld van de Shi’ietische leugens die aan ‘Alie (radiallaahoe ‘anhoe) werden toegeschreven. Dat dit een lasterlijke verzinsel is wordt bewezen door het feit dat ‘Alie nooit heeft verklaard, tijdens de gehele periode van zijn khaliefaat, dat éénderde van de Qor’aan ontbrak van het gedeelte dat boven is vermeld. Hij beval de Moslims niet om dit “ontbrekende” gedeelte vast te leggen, noch om er leiding uit te nemen, noch om rechterlijke regelgevingen die eruit onttrokken zijn, toe te passen.

Blijdschap bij de Missionarissen en Oriëntalisten.

Bij het publiceren van het boek ‘Fasloel-Khitaab’, zo’n tachtig jaar geleden[9] in het midden van de Shi’ieten en anderen in Iran, an-Nedjf en andere landen –en het boek staat boordevol van dit soort leugens over Allaah en de beste van Zijn schepping- was er een enorme verheuging onder de vijanden van de Islaam, in het specifiek bij de missionarissen en oriëntalisten. Zij hielden zo veel van dit boek dat zij besloten om het te vertalen in hun eigen talen.[10]

Er zijn twee duidelijke teksten vanuit ‘Al-Kaafie’ van Al-Koelainie, waaruit de verdorven standpunt van de Shi’ieten betreffende de Qor’aan duidelijk wordt. De eerste ervan gaat als volgt op gezag van Djaabir al-Djo’fie: “Ik heb Aboe Dj’afer ‘alayhi selaam horen zeggen:

“Ik hoorde Aboe Ja’far (vrede zijn met hem) zeggen: “Niemand van de mensen beweert dat hij de Qor’aan geheel verzameld heeft, zoals het geopenbaard is, behalve een leugenaar. Niemand verzamelde en memoriseerde de Qor’aan, zoals het openbaard is, behalve ‘Alie Ibn Abi Taalib en de Iemaams na hem.”[11]

En iedere Shi’iet leest ‘Al-Kaafie’, en het is bij hen zoals (Sahieh al-Boechaarie) bij ons, en wordt vereist om te geloven in deze tekst van ‘Al-Kaafie’ als een onderdeel van zijn geloofsovertuiging.

Wat ons betreft, Ahloes-Soennah, wij zeggen dat in werkelijkheid de Shi’ieten de bovenstaande tekst valselijk hebben toegeschreven aan Al-Baaqir Aboe Ja’far rahiemehoellaah. Het bewijs voor ons standpunt is dat ‘Alie, tijdens de periode van zijn khaliefaat in Koefah, nooit toevlucht heeft genomen naar, of enig andere versie van de Qor’aan toegepast heeft ander dan datgene waar Allaah, zijn broer (in Islaam) ‘Uthmaan mee bevoorrechte door middel van de uitmuntendheid van zijn verzameling, publicatie en verspreiding onder het volk, en door zijn wettelijke toepassing in alle Islaamitische landen voor alle tijden tot aan de Dag des Oordeels. Als het waar zou zijn dat ‘Alie een andere versie van de Qor’aan had, dan had hij het zeker toegepast bij het maken van wettelijke regelgevingen, en hij zou de Moslims bevolen hebben om zich te houden aan zijn geboden en leiding. Het is duidelijk, dat omdat hij de oppermachtige heerser was binnen de perken van zijn chalifaat, niemand zijn gezag om dit te doen zou betwisten.

Daarnaast, zou ‘Alie als hij werkelijk een andere versie van de Qor’aan zou hebben en hij het van de Moslims zou verbergen, dan zou hij Allaah, Zijn Boodschapper en de religie van Islaam verraden hebben, door dit te doen. En wat Jaabir Al-Joe’fi betreft, degene die claimt dat Godslasterlijke gesprek van de Iemaam Abi Ja’far Mohammed Al-Baaqir gehoord te hebben, dan moet er vermeld worden dat ondanks dat de Shi’ieten hem als een betrouwbare overleveraar van overleveringen beschouwen, het een feit is dat hij welbekend is bij de Iemaams van de moslims als zijnde een leugenaar en een vervalser van overleveringen. Aboe Yahya Al-Hammanie leverde over dat hij Iemaam Aboe Haniefa hoorde zeggen: “Ataa’ is de beste (d.w.z de meest betrouwbaar en nauwkeurig in overleveren) van onder degenen die ik tegen ben gekomen op het gebied van het doorgeven van overleveringen, terwijl Jaabir Al-Joe’fi de grootste leugenaar is van onder hen die ik tegen ben gekomen.”[12]

De tweede van de teksten van ‘Al-Kaafie’ zoals hierboven vermeld is, wordt toegeschreven aan de zoon van Ja’far As-Saadiq die aanwezig is in hun Boechaarie (al-Kaafie) blz. 57 druk 1278 N.H. in Iran. Het gaat als volgt:

“Het is overgeleverd dat Aboe Basier heeft gezegd: “Ik kwam binnen bij Aboe ‘Abdoellaah (Ja’far As-Saadiq)... (en totdat hij) zei: “Voorwaar, wij hebben bij ons de Qor’aan van Fatimah (vrede zij met haar).” Ik zei: “Wat is de Qor’aan van Fatimah?” Hij antwoordde: “Het bevat drie keer zoveel als die Qor’aan van jullie. Bij Allaah, het bevat geen één enkele letter van jouw Qor’aan.””[13]

Dit zijn verzonnen Shi’ietische teksten welke valselijk worden toegeschreven aan de Iemaams van Ahloel-Bait van vrij vroege jaren. Zij werden vastgelegd door Mohammed bin Ya’qoeb Al-Koelainie Ar-Razi in het boek ‘Al-Kaafie’, ongeveer duizend jaar geleden, en zij komen uit vóór zijn tijd, want ze zijn overgeleverd op de autoriteit van zijn voorvaderen, de hoofdbouwmeesters van de valse fundamenten van Shi’isme. Gedurende de tijd dat Spanje onder het bewind van Arabische Moslims was, debatteerde de Iemaam Aboe Mohammed Ibn Hazm met Spaanse priesters betreffende de teksten van hun heilige boeken. Hij bracht dan altijd bewijzen voort welke vaststelden dat er met hen geknoeid was, en er zo veel veranderd was dat hun authentieke oorsprongen verloren waren geraakt. Deze priesters bediscussieerden Ibn Hazm met het feit dat de Shi’ieten beweerden dat de Qor’aan ook veranderd was. Ibn Hazm weerlegde hun argument door te antwoorden dat de beschuldiging van de Shi’ieten geen bewijs is tegen de Qor’aan, noch tegen de Moslims, omdat Shi’ieten geen Moslims zijn.[14]-[15]

Een fotokopie van de zogenaamde “Soeratoel-Wilaayah”(heb ik appart gepost op facebook) waarvan de Shi’ieten de Soennieten beschuldigen het geschrapt te hebben; samen met andere “soerah’s” van de originele tekst van de Heilige Qor’aan. Er staat:

“O gelovigen, geloof in de Profeet en de Wali, de twee die Wij naar jullie stuurden, om jullie naar het rechte pad te leiden. Een Profeet en Wali die van elkaar zijn... ...en loof de Lofprijzing van uw Heer, en ‘Alie is van onder de getuigen.”

Umm_Imran
18-03-2012, 11:57
Bron: ‘Al-Choetoet Al-‘Areedah’ (Blz.10, 8e druk 1393 NH uitgeverij as-Selefieyyah Cairo)
_________________________________________________
[1] Het woord ‘Wali’ heeft verschillende betekenissen, en in deze context zijn deze: ‘De meest naaste vriend en bondgenoot’ en ‘Degene die de wettelijke autoriteit om te regeren heeft toebedeeld gekregen; de plaatsvervanger’. De persoon die met deze term wordt bedoelt in de geciteerde passage is klaarblijkelijk ‘Alie (moge Allaah tevreden met hem zijn), de neef van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem) en de vierde khalief. Door het verzinnen van zulk een vers proberen de Shi’ieten geloofwaardigheid te verkrijgen voor hun verdorven mening dat de enigste legale khalief ‘Alie was en dat het recht op het khaliefaat alléén aan Ahloel-Bayt (de leden van de naaste familie van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem)) toebehoort. Dit probeerde zij te doen door Goddelijke Openbaring als bron te claimen van dit geloof van hen, dus gebruikten zij als hulpmiddel het vervalsen van een Qor’anisch vers, om zo hun valse standpunt te ondersteunen.
[2] Noeldeke, ‘History of Copies of the Qur’an’, Vol. 2, blz. 102.
[3] Het is welbekend dat alle Profetische Overleveringen (ahadieth) die zich in deze absoluut authentieke samenstelling van de grote geleerde al-Boechaarie bevinden, door de Soennitische Moslims als zodanig beschouwd worden dat zij de tweede plaats innemen na de Qor’aan zelf als bron van Islaamitische Wetten.
[4] Onder de Shi’ieten bestaat een populaire naam voor een zoon, namelijk Taqiy, hetgeen afstamt van het woord taqiyyah. Een jongen wordt deze naam gegeven in de hoop dat hij uitblinkt in misleiding en het verbergen van zijn ware motieven.
[5] Zanaadiqah is het meervoud van zindieq, een Perzisch woord wat betekent: degene die ketterse uitspraken doet, of degene die is afgedwaald van de waarheid. Het wordt tevens toegepast op de ongelovigen of atheïsten of vrijdenkers. (Lisaanoel-Arab, Vol. 10, blz. 147)
[6] De betekenis van deze uitspraak, die naar beweerd wordt door ‘Alie gedaan is tijdens het verloop van een discussie met een ongenoemde zindieq, is op zijn minst vaag. We kunnen uit de context opmaken dat er een discussie of dispuut tussen hen had plaatsgevonden, en ‘Alie werd aangevallen in verwerping van zijn vermeende volhouden dat hij die ontbrekende éénderde van de Qor’aan in bezit zou hebben, hetgeen volgens de Shi’ietische geloofsovertuiging geschrapt werd door de Metgezellen van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wasellem). Dit is een verzinsel van de Shi’ieten die valselijk wordt toegeschreven aan ‘Alie (moge Allaah tevreden met hem zijn), teneinde hun poging om te bewijzen dat de Qor’aan is veranderd, te ondersteunen. Wat het vers betreft dat geciteerd wordt als bewijs; er is een unanieme overeenkomst onder de Soennietische Uitleggers van de Qor’aan dat, na een zorgvuldig onderzoek naar de structuur en context van het vers, het als volgt omschreven mag worden: “Als iemand van jullie een weesmeisje onder zijn voogdij heeft en hij vreest dat hij als hij haar zou trouwen, haar geen recht kan geven door een toepasselijke bruidschat te geven, laat hem dan een andere vrouw naar zijn keuze trouwen.” Voor verdere details raadpleeg: Ibn Kathier ‘Tafsieroel Qor’aan al-‘Adhiem’, Vol. 1, blz. 499)
[7] Met de ‘hypocrieten’ bedoelt Aboe Mansoer At-Tabarsi de Metgezellen van Allaah’s Boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wasellem), want het waren zij die de Qor’aan verzameld hebben, de ‘Uthmaani versie welke aangehangen en toegepast werd door ‘Alie tijdens de periode van zijn Khaliefaat. Als de uitspraak die aan ‘Alie wordt toegeschreven in At-Tabarsi’s ‘Al-Ihtijaaj’ werkelijk van hem gekomen was, dan was het een verraad jegens de Islaam van zijn kant, om een ontbrekend gedeelte van de Qor’aan te bezitten en te verbergen zonder het openbaar te maken, noch zijn principes toe te passen, noch het te verspreiden onder zijn onderdanen gedurende de periode van zijn khaliefaat. Het is duidelijk dat At-Tabarsi, ‘Alie beledigt en belastert, want hetgeen wat hij schrijft suggereert verraad en misleiding van ‘Alie’s kant. En daar zijn alle Metgezellen (Allaahs Welbehagen zij met hen) vrij van gesproken met de tekst van de Qor`aan, de Soennah en de consensus van de Islaamitische geleerden.
[8] Voetnoot www.ahloelhadieth.com (??? ??????) (http://www.ahloelhadieth.com:) Deze koptitels staan niet in het originele boek, maar zijn waarschijnlijk door de Engelse vertaler of drukker toegevoegd om de leesbaarheid te bevorderen, derhalve hebben ook wij ze gewoon laten staan.
[9] Voetnoot www.ahloelhadieth.com (??? ??????) (http://www.ahloelhadieth.com:) Houdt hierbij ook rekening dat dit boekje zelf in de vijftiger jaren (Christelijke jaartelling) is geschreven.
[10] Mohammed Mahdi Al-Asfahani Al-Khaathini, ‘Ahsanoel-Wadie’ah’, vol. 2, blz. 90.
[11] Al-Koelainie, ‘Al-Kaafie’, 1278 N.H., blz. 54.
[12] ‘Al-Azhar Magazine’, 1372 N.H., blz. 307.
[13] Al-Koelainie, ‘Al-Kaafie’, 1278 N.H., blz. 75.
[14] Zie al-Millal wan-Nihl door Ibn Hazm: deel 2 blz. 78, en deel 4 blz. 182 eerste druk Caïro.
[15] Voetnoot www.ahloelhadieth.com (??? ??????) (http://www.ahloelhadieth.com:) De bewering dat ‘alle’ Shi’ieten geen moslim zijn is niet helemaal correct, want beter zeggen we zoals de Iemaam’s van Ahloes-Soennah zeggen (o.a. Shaych al-Iemaam Ibn Baaz e.a.): “Degene die gelooft dat het aanbidden van graven, heiligen, verandering van de Qor`aan, ongeloof van de metgezellen etc. toegestaan is nadat hem daar duidelijke kennis over is gegeven, is een ongelovige! Echter zijn er onder de Shi’ieten mensen die zeggen dat zij moslim zijn en soms ook niet in deze dingen geloven en b.v. bid’ah’s hebben en misschien ontwetend zijn. Daarom kunnen we niet b.v. alle Iranese of Irakese etc. Shi’ieten in zijn algemeenheid voor ongelovigen uitmaken totdat het bewijs tegen elk individu op zich is geleverd, zoals dat de madhab van Ahloes-Soennah wal Djama’ah is. Wallaahoe ‘alem.


Bron (https://www.facebook.com/groups/Selefiepublikates/doc/263599823724549/) «Ik weet niet of je die wel kunt bekijken zonder FB account..

Umm_Imran
18-03-2012, 11:59
Een antwoord op de leugen over ‘Oemar ibn al-Khattaab en Faatimah

Dat de shi'ieten ‘Oemar ibn al-Khattaab (radhiyallaahoe ‘anhoe) haten en vervloeken is geen geheim. Sterker nog: het behoort tot de fundamentele geloofspunten van het Shi'isme. Deze haat tegen deze vooraanstaande metgezel van Allah's boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) wordt al eeuwenlang gevoed door ongefundeerde verdraaiingen van de geschiedenis. In deze ongefundeerde overleveringen wordt de shi'ieten ondermeer wijs gemaakt dat ‘Oemar ibn al-Khattaab na de dood van Allah's boodschapper (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) diens dochter Faatimah (radhiyallaahoe ‘anhaa) zou hebben gedreigd haar woning plat te branden. Daarna zou hij de deur van haar woning hebben ingetrapt, waarbij hij Faatimah (radhiyallaahoe ‘anhaa) zou hebben geslagen. Faatimah (radhiyallaahoe ‘anhaa) zou hierbij gewond zijn geraakt en een miskraam hebben gekregen. Sterker nog: een paar maanden later zou ze zijn overleden aan deze verwondingen, wat zou betekenen dat ‘Oemar de moordenaar van Faatimah zou zijn. Deze verhalen zijn overbekend in de wereld van het Shi'isme, en worden keer op keer aangehaald om hun vervloekingen van ‘Oemar te rechtvaardigen.

Niet alleen door verhalenvertellers in de koffiehuizen, maar ook door de ayatollah's in hun moskeeën en boeken.

Dit verzonnen voorval is ook op o.a. wikipedia te vinden. Een bewijs dat men op dient te letten waar men kennis vandaan haalt en dat men niet zo maar alles dient te geloven wat men op internet aantreft.

Dit Perzische sprookje stoelt echter op geen enkele betrouwbare overlevering, noch heeft ook maar iemand van de vooraanstaande geschiedkundigen van Ahloes-Soennah hier ooit melding van gemaakt. De shi'ieten zouden kunnen stellen dat dit zo is omdat het in het belang van Ahloes-Soennah is, dit voorval te verdoezelen. Onze vraag is dan: waarom hebben deze zelfde geschiedkundigen dan niet de fitnah tussen ‘Aishah en ‘Ali verdoezeld? En waarom hebben ze niet de fitnah tussen Moe'aawiyah en ‘Ali verdoezeld? Deze oprechte mensen leverden over wat er tot hen kwam aan betrouwbare overleveringen, zonder partijdigheid. Maar het voorval tussen ‘Oemar en Faatimah zat daar niet bij.

Er zijn mensen die beweren dat de grote geleerde, imaam Ibn Qoetaybah, een boek zou hebben geschreven waarin wel melding wordt gemaakt van dit voorval, maar dit is een onjuiste bewering, waarvan de shi'ieten graag gebruik maken in hun discussies en boeken. Dit boek dat aan Ibn Qoetaybah wordt toegeschreven, is genaamd "Al-Imaamah was-Siyaasah", en is één van die vele boeken die aan geleerden zijn toegeschreven die ze in werkelijkheid niet hebben geschreven. Niemand van de geleerden die Ibn Qoetayba's biografie hebben geschreven, maken melding van een boek genaamd "Al-Imaamah was-Siyaasah", terwijl zij wel al zijn andere werken vermeldden. Daarnaast staat er de vreemde bewering in Al-Imaamah was-Siyaasah dat Ibn Qoetaybah in Damascus zou hebben geleefd, terwijl van hem bekend is dat hij alleen in Baghdad en Daynoer heeft geleefd. In het boek worden ook vele overleveraars aangehaald waar Ibn Qoetaybah nooit van heeft overgeleverd, zoals Aboe Maryam en Ibn ‘Afier. En er zijn meer redenen waardoor we mogen aannemen dat dit werk niet van de hand van imaam Ibn Qoetaybah is. Zo levert de schrijver van dit werk een overlevering over van een vrouw die de inname van Andalusië zelf meemaakte, terwijl deze inname zo'n 120 jaar voor de geboorte van Ibn Qoetaybah plaatsvond. Daarnaast verschilt de hele opbouw van de tekst sterk van alle andere teksten die Ibn Qoetaybah schreef in zijn andere werken.

Om deze, en vele andere redenen, hebben niet alleen islamitische geleerden, maar zelfs ook vooraanstaande Europese oriëntalisten als Brockelmann (1868-1956) en Margoliouth (1858-1940) de toeschrijving van al-Imaamah was-Siyaasah aan Ibn Qoetaybah sterk in twijfel getrokken. Conclusie: geen enkel gezaghebbende geleerde van Ahloes-Soennah heeft ooit melding gemaakt van het vermeende voorval tussen ‘Oemar en Faatimah. En zelfs als we zouden accepteren dat Ibn Qoetaybah dit boek zou hebben geschreven, dan nog is er geen bronvermelding bij het voorval genoemd. En aldus komt het uit onbekende bron. En beweringen uit onbekende bron, zonder keten van overleveraars, zijn onacceptabel voor iedere oprechte student van kennis.

Buiten het feit dat er geen enkele betrouwbare overlevering bestaat over het vermeende voorval tussen ‘Oemar en Faatimah, spreekt dit Shi'itische sprookje ook de logica tegen, en dat wat we weten over ‘Ali (radhiyallaahoe ‘anhoe). Als we al zouden durven te denken dat ‘Oemar (radhiyallaahoe ‘anhoe) werkelijk deze lage misdaad zou hebben begaan, dan komt de vraag op:"Waar was ‘Ali dan?” Stond deze dappere krijger het zomaar toe dat zijn vrouw werd aangevallen en zijn ongeboren baby werd gedood? Hoe kan het dat ‘Ali stil bleef en geen wraak nam? Als dit voorval werkelijk zou hebben plaatsgevonden, had hij vast wel medestanders kunnen vinden die om deze misdaad tegen de dochter van de Profeet hadden willen strijden, zoals zij met hem streden tegen ‘Aishah (radiyallaahoe ‘anhaa). Maar geen letter van dit alles is terug te vinden in de geschiedkundige werken van de Islaam. Is dit het beeld dat de Shi'ieten wensen te schetsen van ‘Ali? Een passieve lafaard die zijn gezin niet kon beschermen, terwijl hij daarvoor een groot krijger was? Ver verwijderd is de dappere, nobele, trotse ‘Ali van dit valse beeld! Voorwaar, zelfs de meest laffe Arabier zou zijn huis en vrouw beschermen, laat staan een vooraanstaande sahaabie en moedjaahid als ‘Ali ibn Abie Taalib (radhiyallaahoe ‘anhoe), wiens vrouw de dochter was van Allah's Boodschapper (salallaahoe ‘aleihie wa sellem)! Deze nobele man streefde zijn hele leven naar het welbehagen van Allah en het martelaarschap, en deze had hij zeker kunnen verkrijgen als hij was gesneuveld bij het verdedigen van zijn huis en zijn gezin! Zeer zeker moet hij de woorden van Allah's boodschapper hebben gekend:

“Wie gedood wordt terwijl hij zijn bezittingen verdedigt is een martelaar, en wie gedood wordt terwijl hij zijn bloed verdedigt is een martelaar. En wie gedood wordt terwijl hij zijn religie verdedigt is een martelaar. En wie gedood wordt terwijl hij zijn gezin verdedigt is een martelaar.” [Overgeleverd door Aboe Daawoed en At-Tirmidhie, die zei dat het een hassan-sahieh hadieth is].

Desalniettemin beweren de Shi'ieten dat hij als een angsthaas onder het bed kroop toen dit alles gebeurde. Zie hier het resultaat van de verdraaiingen van de geschiedenis; iets dat een kenmerk is geworden van het Shi'itische geloof. Men kan niet aan de ene kant dit verhaal blijven volhouden, en aan de andere kant blijven beweren dat ‘Ali (radhiyallaahoe ‘anhoe) de belichaming was van nobelheid en dapperheid.

De bewering dat veel omtrent dit vermeende voorval uit de duim is gezogen, wordt zelfs geuit door vooraanstaande Shi'itische geestelijken, wat hen niet altijd in dank af wordt genomen door hun collega's. Zo was het de vooraanstaande Shi'itische geestelijke Sayyed Moehammed Hoessein Fadlallaah uit Libanon die verklaarde dat de overleveringen over dit voorval erg aangedikt zijn, en er een hoop zaken aan toegevoegd zijn die niet stoelen op betrouwbaar bewijs.

Zo zegt hij in zijn boek "Faatimah al-Ma`soemah (as): a Role Model for Men and Women" :“Er waren ook anderen gebeurtenissen waarin ze veel te verduren kreeg, maar deze zijn niet altijd onderbouwd met betrouwbare bewijzen. Tot deze (gebeurtenissen) behoort ook het daadwerkelijk platbranden van het huis, het breken van haar rib, de miskraam, het slaan op haar wang en het slaan van haar en anderen. Deze (voorvallen) zijn allemaal opgetekend in overleveringen waar men vraagtekens bij kan plaatsen, ofwel vanwege de tekst (matn) ervan, ofwel vanwege de keten van overleveraars (sanad), zoals het geval is met vele historische vertellingen.”

Alhoewel Fadlallah de meest erge misdaden van dit vermeende voorval, zoals het breken van haar rib en de miskraam ontkent, is hij nog wel altijd van mening dat ‘Oemar (radhiyallaahoe ‘anhoe) Faatimah zou hebben gedreigd met dit alles, maar zelfs deze mening kunnen we onmogelijk accepteren.

‘Oemar behoorde tot de moehaadjirien die van Mekkah naar Medinah emigreerden, over wie Allah zegt in Zijn Boek waaraan geen twijfel is:

“En de allereerste (moslims) van de moehaadjiroen en de ******, en degenen die hen volgden in het goede: Allah is tevreden met hen, en zij zijn tevreden met Hem. Hij heeft voor hen Tuinen bereid waaronder de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. Dat is de geweldige overwinning.” [Soerah At-Tawbah (9), Aayah 100.]

Allah de Verhevene maakt in deze ayah duidelijk dat Hij tevreden is met de eerste Moslims van de moehaadjirien en de ******, en ‘Oemar behoorde zeer zeker tot deze groep. Hoe zou Allah, Die zonder twijfel de toekomst kent en weet wat er in de harten van de mensen verborgen is, dan zijn Tevredenheid kunnen uitspreken over ‘Oemar, als die een hypocriet en een menselijke duivel zou zijn, zoals de Shi'ieten van hem beweren? Sterker nog: Allah bevestigt in deze ayah dat hij behoort tot de bewoners van het Paradijs!

Of wat te denken van de volgende ayah:
“Voorzeker, Allah was tevreden met de gelovigen toen zij jou trouw zwoeren onder de boom. En Hij wist wat in hun harten was...” [Soerah Al-Fath' (48), ayah 18.]

Deze ayah verwijst naar de eed die vele metgezellen aflegden aan de Boodschapper van Allah (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) onder een boom in het jaar 6 na de Hidjrah. En één van de aanwezigen die hierbij aanwezig waren en hun trouw zwoeren, was ‘Oemar. Hoe zou Allah dan tevreden kunnen zijn met een hypocriet, terwijl Hij weet wat er in hun harten was, en wat er in de toekomst zou gebeuren?!

Het toeschrijven van zulke lage misdaden aan ‘Oemar tegenover het gezin van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) spreekt niet alleen de Qoer'aan tegen, maar ook vele betrouwbare overleveringen uit de Soennah. Het behoorde zelfs tot de doe'aa van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) dat hij zijn Heer smeekte: "O Allah! Versterk de Islaam met ‘Oemar ibn al-Khattaab.” (Overgeleverd door al-Haakim, Ibn Maadjah en Ibn ‘Adie.)

De doe'aa van de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) werd verhoord, en ‘Oemar werd Moslim. En zoals de woorden uit de doe'aa duidelijk maken, was zijn bekering een versterking van de Islaam, en dat is wat de geschiedenis bevestigt. Het is door middel van ‘Oemar's inspanningen dat nota bene Perzië onder Islamitisch bestuur werd geplaatst. Het is dan ook bedroevend om te zien dat diegene doormiddel van wie Allah de Islaam bracht naar Iran, nu het hardst wordt vervloekt in Iran! En ‘Oemar bracht met de Wil van Allah niet alleen de Islaam naar Perzië! Ook Syrië, Palestina, Egypte en een deel van Turkije werden door middel van de inspanningen van ‘Oemar onder Islamitisch bestuur geplaatst. Zeer zeker was hij een versterking van de Islaam, zoals de Profeet (salallaahoe ‘alayhie wa sellem) dat al smeekte in zijn doe'aa.

Conclusie: Het hele voorval tussen ‘Oemar en Faatimah (radhiyallaahoe ‘anhoemaa) stoelt op geen enkel betrouwbaar bewijs, en spreekt de Qor-aan, de Soennah en het gezonde verstand tegen. Het mag dientengevolge niet aangevoerd worden als bewijs in een discussie door eenieder die oprecht en onbevooroordeeld is tegenover de waarheid. Moge Allah ons tot diegenen laten behoren.

Umm_Imran
11-04-2012, 01:43
De voornaamste verschillen tussen de Soennieten en Shi’ieten, betreffende zaken in Geloofsovertuiging en Geloofsleer.

Gebaseerd op het werk ´Mo`tamer an-Nedjef´ van: Shaych ‘Abdoellaah ibn al-Hoesayn as-Sawayd al-‘Abbaasie (de ‘Allaamah van Irak in zijn tijd, o. 1174 –rahiemehoellaah-)

Dit artikel is ontleend van gedeelten uit ´Mo`tamer an-Nedjef´ door Shaych ‘Abdoellaah ibn al-Hoesayn as-Sawayd al-‘Abbaasie (o.1174), hetgeen is samengebundeld met het boekje ‘Al-Khutoet Al-‘Ariedah’ (de welbekende weerlegging van de Shi’ieten) van Shaych Moehibboedien Al-Khatieb. Het Engelse boekje is wel door de oorspronkelijke vertaler gereviseerd en aangepast, maar
uiteindelijk is het, insha´Allaah, een profijtvolle tekst geworden ter verduidelijking van deze verschrikkelijke sekte!

Engelse bron: Het boekje ‘Al-Khutoet Al-‘Ariedah’ van Shaych Moehibboedien Al-Khatieb (enigszins aangepast en gereviseerd door de Engelse vertaler)
Vertaald door: Amin Aboe Nouhad
Nagekeken door: Mohammed Aboe ‘Oebaydillaah

Binnengehaald van: Selefiepublikaties (http://sincerehearts.nl/boeken/pdf/VerschillentussendeSoennietenenShi_ieten.pdf)
Datum:11 april 2012, door LaÐylike

Alles zal in volgende reacties worden uitgelegd.

Umm_Imran
11-04-2012, 01:48
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende de Glorieuze Qur'an

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a:
Er is een unanieme overeenstemming onder hen betreffende zijn authenticiteit, en dat zijn tekst beschermd is van enigerlei toevoegingen of schrappingen. De Qor’aan behoort begrepen te worden in overeenstemming met de regels en basisprincipes van de Arabische taal. Zij geloven in elke afzonderlijke letter ervan, zijnde het Woord van Allaah de Verhevene. De Qor’aan is niet tijdelijk,
noch is het in bestaan gebracht, eerder is het eeuwig. Valsheid nadert het er niet voor noch erna. Het is de hoofdzakelijke bron van de geloofsovertuigingen, rituelen en gedragsregels van de Moslims.

Shia:
Voor sommigen van hen, is de authenticiteit van de Qor’aan twijfelachtig(1). En als het blijkt dat het één van hun sektarische geloofsovertuigingen of leerstellingen tegenstrijdig is, geven zij vergezochte interpretaties die in overeenstemming zijn met hun sektarische overtuigingen. Deswege worden zij ook ‘Al-Moeta-Awwilah’ (degenen die hun eigen interpretaties aan de geopenbaarde
teksten geven) genoemd. Zij houden er van om aandacht te schenken aan de onenigheden in de tijd dat de Qor’aan voor het eerst samengebundeld werd. De overtuigingen en meningen van hun Iemaams zijn de hoofdzakelijke bron voor hun wetgeving.

(1) Velen van hen ontkennen hun twijfel betreffende de authenticiteit van de Qor’aan; het is niet mogelijk een oordeel over hen en hun overtuigingen te geven omdat zij vurig in Taqiyyah geloven en het ten uitvoer brengen. Desondanks weten wij het zeker, dat zij claimen dat gedeelten van de Qor’aan geschrapt zijn, en dat is op zich al voldoende bewijs voor hun twijfel in de Qor’aan, want elke twijfel betreffende een gedeelte ervan bevat twijfel over, en verwerping van het geheel.

Umm_Imran
11-04-2012, 01:54
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende de Ahadeeth (Profetische overleveringen)


Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Wat de Soennieten betreft, is het de tweede bron van geopenbaarde Wet, complementair aan de nobele Qor’aan. Het is niet toegestaan om de regelgevingen en richtlijnen die in de ahadieth staan welke authentiek worden toegeschreven aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem), tegenstrijdig te zijn of ze te verwerpen. De methodologie die toegepast wordt in het bepalen van de
authenticiteit van deze overleveringen benodigd een aantal strenge regels, welke de overeenstemming hebben van de geleerden die gespecialiseerd zijn in het vakgebied, en het brengt een gedetailleerd onderzoek van de ketting van overleveraars van de gegeven
overleveringen met zich mee. Er wordt geen verschil gemaakt tussen mannelijke en vrouwelijke overleveraars; oordeel wordt puur en alleen gegeven op basis van de individuele betrouwbaarheid en technisch vermogen in het overleveren van de overleveringen, en de geschiedenis van elke overleveraar wordt vastgelegd. Overleveringen worden niet geaccepteerd van een bekende leugenaar, noch van
degene wiens moraal of wetenschappelijk vermogen niet bekrachtigd kan worden, noch van wie dan ook, louter op basis van zijn familieband of afkomst. Het samenstellen van de Profetische Overleveringen wordt als een heilig vertrouwen genomen, en de vervulling
ervan overheerst alle andere overwegingen.

Shia
Shi’ieten verwerpen alle Profetische Overleveringen die niet overgeleverd zijn door leden van Ahloel-Bait, of hun nakomelingen. De enige uitzondering op de regel is een aantal ahadieth die overgeleverd zijn door degenen die de kant kozen van ‘Alie (radiallaahoe 'anhoe) tijdens de politieke oorlogen. Zij houden zich niet bezig met de authenticiteit en degelijkheid van de ketting van overleveraars, noch naderen zij de studie van de Profetische Overleveringen met een wetenschappelijke, kritische houding. Hun overleveringen verschijnen vaak in een vorm zoals die van het volgende voorbeeld: “Het is overgeleverd betreffende Mohammed bin Isma’iel via enkele van onze vrienden door een man die het van hem (‘Alie) overleverde, dat hij heeft gezegd…” (2) Hun boeken zijn
gevuld met honderdduizenden overleveringen wiens authenticiteit niet bevestigd kunnen worden. Zij hebben hun religie met name op deze valse teksten gebaseerd, en tegelijkertijd verwerpen ze meer dan drievierde van de Profetische Overleveringen! Dit is één van de
voornaamste verschillen tussen de Shi’ieten en de Soennieten.

(2) Het zal overduidelijk zijn voor een kritische hadiethgeleerde, dat een ketting van overlevering zoals degene die boven vermeld staat, een aantal ‘ilal (onvolmaaktheden) heeft, welke het da’ief (zwak) maken, of zelfs mardoed (verwerpelijk). Bijvoorbeeld, het gebruik van de termen ‘an en anna in het overleveren van de hadieth duidt een breuk aan in de ketting van overleveraars. Deze missende verbindingen in de ketting kunnen personen zijn die om de een of andere reden onbetrouwbaar beschouwd worden, waarbij vervolgens de authenticiteit van de hadieth ter vraag gesteld zou worden. Tevens, worden er op twee plaatsen madjhoel (onbekende) personen genoemd (er staat: “een man” en “enkele van onze vrienden”), hetgeen wat de hadieth onacceptabel maakt.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:07
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende de Sahaba (Metgezellen van de Profeet :sws:), radhiAllahu 'anhum:

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Er is unanieme overeenstemming over dat de nobele metgezellen onze uiterste respect verdienen, en (dat zij) absoluut betrouwbaar zijn. Wat de onenigheid betreft die tussen hen is voorgekomen; het wordt beschouwd als zijnde het gevolg van een oprechte uitvoering van persoonlijke overtuiging en mening. De onenigheid werd opgelost en is een zaak van het verleden. Het is niet toegestaan voor ons om wrok en kwaadwilligheid te blijven houden, op basis van vroeger gebeurde geschillen onder de Metgezellen,welke (vervolgens) door blijven gaan voor generaties lang. De Metgezellen zijn degenen die door Allaah met de beste termen worden omschreven; Hij prees hen op vele gelegenheden. Het is niet toegestaan voor iemand om enigerlei beschuldiging jegens hen te uiten of hen wantrouwig te zijn, en er is geen enkel voordeel dat hieruit opgedaan kan worden.

Shia
Zij beweren dat allen behalve enkele van de Metgezellen ongelovigen werden na de dood van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem). Aan de andere zijde, wezen zij ‘Alie ibn Abie Taalib een hele speciale status toe; enkelen van hen beschouwen hem als plaatsvervanger (van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem), en enkelen beschouwden hem als een Profeet, terwijl anderen hem als god beschouwden! Shi’ieten beoordelen Moslims naar gelang van hun positie tegenover ‘Alie. Eenieder die tot Khalief verkozen was vóór ‘Alie wordt door hen beschouwd als een tiran, een ongelovige of een zondaar. Hetzelfde oordeel wordt geveld over elke Moslim heerser die niet aftrad omwille van de nakomelingen van ‘Alie en zijn vrouw Fatimah (radiallaahoe 'anhoem). De Shi’ieten creëerden daarmee een atmosfeer van vijandigheid door de geschiedenis van de Islaam heen, en het vraagstuk van partijgeest voor Ahloel-Bait ontwikkelde zich tot een (aparte) leer, hetgeen zulke schadelijke leerstellingen door de generaties heen predikten en in stand hielden.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:12
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende Het Geloof in de Eénheid van Allaah (Tawheed)

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Soennieten geloven dat Allaah de Ene is, de Enige, God de Almachtige Heerser. Hij heeft geen deelgenoten noch concurrent, en Hij heeft geen gelijke. Er is geen tussenpersoon tussen Hem en Zijn aanbidders. Zij geloven in zijn eigenschappen zoals zij geopenbaard zijn in de Qor’aanische verzen, en zij verdoezelen hun klaarblijkelijke betekenissen niet met vergezochte interpretaties. Zij maken geen enkele vergelijking tussen de Goddelijke Eigenschappen met andere dingen, want zoals Allaah zegt in Zijn Boek: “Er is niets gelijk aan of vergelijkbaar met Hem.” Zij geloven dat Allaah de Profeten stuurde, en hen heeft opgedragen Zijn Boodschap en Leiding aan de mensheid over te brengen. Zij hebben Allaah’s Boodschap overgebracht en er geen enkel deel van verborgen gehouden. Zij geloven dat
kennis van het Ongeziene aan Allaah alleen behoort. Bemiddeling wordt beperkt tot het Hiernamaals, en niemand mag bemiddelen behalve met Allaah’s toestemming. Alle smeekgebeden, eden, offerandes of (slachtingen van) offerdieren en verzoeken voor benodigdheden behoren gericht te worden aan Allaah alleen; zij behoren aan niemand gericht te worden of aan anderen naast Hem. Allaah alleen beheert goed en kwaad. Er is niemand, levend of dood, die in Zijn heerschappij deelt, of in Zijn beheren van de aangelegenheden. Alle schepsels zijn van Hem afhankelijk, en hebben Zijn gunsten en genade nodig. De kennis van Allaah wordt verkregen door kennis van de Goddelijk geopenbaarde wet, en dit heeft voorrang boven de uitoefening van denkvermogen, hetgeen iemand wellicht nooit naar de waarheid zou leiden, ondanks dat het geruststelling aan de gelovige kan geven, en hem helpen om rust te krijgen.

Shia
De Shi’ieten geloven ook in Allaah de Verhevene en Zijn Eénheid, behalve dat zij dit geloof vervalsen met polytheïstische rituelen en voorschriften. Zij smeken en maken smeekgebeden naar Allaah’s dienaren en aanbidders in de plaats van Hem alleen, zeggende: “O ‘Alie!” en “O Hoessein!” en “O Zainab!” Insgelijks leggen zij eden af en offeren dieren in de naam van anderen dan Allaah. Zij verzoeken de doden om hen in hun behoeften te vervullen, zoals dat blijkt uit hun gebeden en hun gedichten. Zij beschouwen hun iemaams als onfeilbaar, en dat zij kennis bezitten van het Ongeziene, en deelnemen in het beheren van het universum. Het zijn de Shi’ieten die Soefisme (mysticisme) uit hebben gevonden om hun afgedwaalde leerstellingen in te wijden om zodoende (te proberen) hen een authentiek luchtje te geven. Zij beweren dat er speciale kracht en autoriteit in de ‘awliyaa’ (heiligen) gevestigd zijn, ‘aqtaab’(degenen die beschouwd worden als zijnde de spirituele assen van het universum, welke draaien door hun verheven status), en Ahloel-Bait. Shi’ietische geleerden en geestelijkheden prenten hun volgelingen het concept in van een erfelijke bevoorrechte klasse als zijnde een zaak van religie, ondanks dat dit totaal geen basis heeft in de Islaam. Kennis over Allaah, wordt volgens hen verkregen door het uitoefenen van het denkvermogen, en niet door kennis van de Goddelijk geopenbaarde wet. Hetgeen wat tot ons kwam door middel van openbaring in de Qor’aan, louter een bevestiging van het oordeel van het denkvermogen representeert; het wordt niet beschouwd als zijnde een bron die onafhankelijk is van, en buiten de grenzen van het denkvermogen ligt.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:17
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende het Zien van Allah

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Soennieten geloven dat gelovigen gezegend zullen zijn met de Aanzicht van Allaah in het Hiernamaals, zoals vermeld staat in de Qor’aan: “Op die Dag zullen gezichten (van de gelovigen) schitteren, kijkend naar hun Heer.”

Shia
De Shi’ieten geloven dat het Zien van Allaah niet mogelijk is in deze wereld, noch in het Hiernamaals.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:19
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende het Ongeziende (Al-Ghayb)

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Allaah de Glorieuze, heeft kennis van het Ongeziene voor zichzelf gehouden; desalniettemin, heeft Hij aan Zijn Profeten enkele zaken en toestanden van het Ongeziene geopenbaard, voor bepaalde redenen. De Qor’aan zegt: “En zij bevatten niets van Allaah’s kennis,
behalve van hetgeen wat Hij wil onthullen.”

Shia
Zij beweren dat kennis van het Ongeziene uitsluitend aan hun iemaams behoort, en het is niet aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) om ons te informeren over het Ongeziene. Sommige Shi’ieten gaan zelfs zo ver dat zij Goddelijkheid claimen voor deze iemaams.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:20
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende Aalur-Rasoel (De familie van de Boodschapper)
(Moge Allaah tevreden zijn met hen allen)

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Aalur-Rasoel, heeft volgens de Soennieten verschillende betekenissen. De beste afzonderlijke definitie van deze term is: ‘De volgelingen van de Profeet Mohammed (salallaahoe 'alayhie was sallem) in het geloof van Islaam.’ Het wordt tevens omschreven als: ‘De vrome en godvrezende mensen van de Oemmah van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem).’ Het wordt tevens gezegd dat het duidt op de gelovige familieleden van Mohammed, van de stammen Haashim en ‘Abdoel-Moetalieb.

Shia
Volgens de Shi’ieten duidt de term Aalur-Rasoel alleen op ‘Alie ibn Abie Taalib, enkele van zijn zonen, en op de nakomelingen van die zonen.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:27
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende De Betekenis van Sharie’ah en Haqieqah

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
De opvatting van de Soennieten betreffende de Sharie’ah (de Goddelijk geopenbaarde wet) is dat het zelf de Haqieqah (de essentiële kennis, de realiteit) is. Zij zijn van mening dat Mohammed, de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem), voor zijn natie geen enkel gedeelte verborgen heeft gehouden van de kennis die de geopenbaarde wetten bevatten. Er was geen enkel goed iets, behalve dat hij ons er naar toe leidde, en er was geen enkel slecht iets, behalve dat hij ons er tegen waarschuwde. Allaah zegt: “Op deze dag heb Ik uw religie voltooid.” Vandaar zijn de bronnen van de Islaamitische religie; Allaah’s Boek en de Soennah van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem), en er is geen enkele behoefte om daar iets aan toe te voegen. De verhouding van de gelovige met Allaah, en de weg tot het bereiken van goede werken en aanbidding zijn duidelijk en direct. De enige die de werkelijke toestand van de gelovige kent is Allaah, dus wij vaardigen geen oordeel uit over de prijzenswaardigheid of kuisheid van wie dan ook, opdat wij niet buiten onze grenzen treden. De opvattingen en meningen van eenieder kunnen geaccepteerd of verworpen worden, behalve die van de onfeilbare Profeet van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem).

Shia
De Shi’ieten zien de Sharie’ah als zijnde louter de verschillende regelgevingen en richtlijnen die door de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) doorgevoerd zijn; en zij zijn alleen van toepassing op het gewone en oppervlakkige volk. Wat de Haqieqah betreft, niemand kent het behalve de iemaams van Ahloel-Bait. Deze iemaams verkrijgen de wetenschappen van haqieqah door erfenis, de ene
generatie na de andere. Het blijft een geheim bezit onder hen. Tevens beschouwen de Shi’ieten hun iemaams als onfeilbaar; hun iedere daad en handeling is verplicht voor hun volgelingen. Zij geloven dat men mag communiceren met Allaah via tussenpersonen, en het is dan ook om deze reden dat hun religieuze leiders een dusdanig opgeblazen mening van zichzelf hebben, zoals dat blijkt uit de
overdreven titels die zij voor zichzelf nemen zoals; Baaboellaah (de deur van Allaah), Walieyoellaah (de vriend van Allaah), Hoedjatoellaah (Allaah’s bewijs), Ayatoellaah (het teken van Allaah), Al-Ma’soem (de onfeilbare), etc.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:30
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende de Islamitische Jurisprudentie (Fiqh)

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Ahloes-Soennah volgen strikt de wettelijke regelgevingen en richtlijnen van de Nobele Qor'aan, zoals dat verduidelijkt is door de uitspraken en handelingen van de Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem). Tevens verlaten wij ons op de uitspraken van de Metgezellen en de generatie van betrouwbare geleerden die hen opvolgden. Zij waren het dichtst bij het tijdperk van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) en (zij zijn) het meest oprecht in het bijstaan van zijn missie, door alle beproevingen en rampspoeden
heen welke ondergaan moesten worden in de loop van het tot stand brengen van Islaam. Sinds dat deze religie vervolmaakt is, heeft niemand het recht om nieuwe wetten of richtlijnen te formuleren; desalniettemin, om de details van de geopenbaarde wet juist te kunnen begrijpen, en om het toe te passen op nieuwe situaties en omstandigheden, terwijl men het algemene welzijn van de mensen voor ogen houdt, moet men terugkeren naar gekwalificeerde Moslimgeleerden, degenen die puur en alleen binnen de grenzen kunnen werken die door Allaah’s Boek en de Soennah van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) tot stand zijn gebracht.

Shia
Zij verlaten zich puur en alleen op de exclusieve bronnen welke zij voor hun iemaams claimen; op hun vergezochte interpretaties van de Qor’aan; en op hun tegengestelde standpunten waardoor zij altijd overhoop liggen met de meerderheid van de Moslims. De Shi’ieten beschouwen hun iemaams als zijnde onfeilbaar, en dat zij het recht hebben om nieuwe regelgevingen en richtlijnen te creëren die tegenstrijdig zijn aan de geopenbaarde wet. Bijvoorbeeld, zij veranderden: A) De oproep tot het gebed (adhaan) en de voorgeschreven tijden en houdingen van gebeden. B) De riten van Hadj (bedevaart) en het bezoeken van heilige plaatsen. C) De vermelde tijden voor het beginnen en verbreken van het vasten. D) De regelgeving betreffende de Zakaat (armenbelasting) en haar distributie. E) De wetten van Erfenis. Met name de Shi’ieten nemen standpunten in die in strijd zijn met Ahloes-Soennah, hetgeen de kloof tussen ons en hen groter maakt.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:34
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende Al-Walaa’ (Gehoorzaamheid en toewijding)

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Al-walaa’ betekent ‘totale trouw, gehoorzaamheid en toewijding’. De Soennieten geloven dat dit alleen verschuldigd is aan de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem), vanwege hetgeen Allaah zegt in Zijn Boek: “Eenieder die de Boodschapper gehoorzaamt, heeft voorzeker Allaah gehoorzaamt.” Geen enkel ander persoon verdient onze strikte opvolging of onze gehoorzaamheid en toewijding. Onze verantwoordelijkheden jegens anderen worden beschreven door bekende wettelijke principes, en er is geen gehoorzaamheid aan wie dan ook verschuldigd, als dit ongehoorzaamheid jegens de Schepper inhoudt.

Shia
Zij beschouwen al-wallaa’ als zijnde één van de pilaren van iemaan. Zij omschrijven het als ‘het vastberaden geloof in de Twaalf Iemaams (inclusief de ‘Verborgen’ Iemaam). Zij beschouwen iemand die geen strikte toewijding heeft aan Ahloel-Bait, als iemand die geen geloof heeft. Zij bidden niet achter zo een persoon, noch geven ze hem zakaat, zelfs als hij het wel verdient. Zo een persoon wordt door hen als een kafir (ongelovige) behandeld.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:39
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende Taqqiyaah (weloverwogen misleiding of leugenverhaling)

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
Het wordt omschreven als het presenteren van een uiterlijke vertoning, welke een verkeerde veronderstelling geeft betreffende hetgeen men van binnen verschuilt, om zichzelf van kwaad te beschermen. Het wordt als verboden beschouwd voor een moslim om andere moslims te misleiden of hen voor te liegen, vanwege de uitspraak van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem): “Degene
die misleidt, is niet van ons.” Toevlucht nemen tot Taqiyyah is alleen toegestaan in één situatie: tijdens oorlog tegen de ongelovigen die de vijanden van Islaam zijn. Dat is onderdeel van de etiquette van oorlog. Het is verplicht voor de moslim op waarheidsgetrouw te zijn, en dapper in het handhaven van de waarheid, en om noch ostentatief, noch misleidend, noch verraderlijk te zijn. Hij behoort oprecht advies te geven, en het goede gebieden en het slechte verbieden.

Shia
Ondanks alle verschillen tussen de verscheidene Shi’ietische sekten, zijn zij het er allemaal over eens dat taqiyyah een voorgeschreven plicht is en een pilaar van hun geloof. Hun stromingen zouden zonder dit niet stand kunnen houden. Zij leren haar principes en methodes en zij handelen ernaar, met name als zij in moeilijke omstandigheden zijn. Zij overdrijven in het prijzen en vleien van degenen wie zij als ongelovigen beschouwen, degenen wie zij beschouwen waardig te zijn voor afslachting en vernietiging. Het oordeel van koefr wordt uitgevaardigd over eenieder die niet van hun sektarische stroming is, en voor hen “heiligt het doel de middelen”. Hun ethiek laat elke manier van liegen, sluwheid en misleiding toe. (3)

(3) Het is een Shi’ietische overlevering die luidt: “Taqiyyah is mijn geloof en het geloof van mijn voorvaderen.” Zij zeggen ook dat: “Eenieder die geen taqiyyah verricht, heeft geen geloof.” Tevens staat het vermeld in ‘Al-Islaamoe Sabieloes-Sa’aadah’ dat: “Als een persoon verwacht dat hem of zijn bezit kwaad zal overkomen, het verplicht voor hem is om het goede gebieden en het slechte verbieden te verlaten. Deze regelgeving is één van de bijzonderheden die specifiek zijn aan de Shi’ieten, en het wordt at-Taqiyyah genoemd.” Het is duidelijk dat als dit tot de letter gevolgd zou worden, zelfs Djihaad verlaten zou kunnen worden, en dit zou gegarandeerd in tegenstrijd zijn met het bevel van Allaah de Verhevene.

Umm_Imran
11-04-2012, 02:43
Verschillen tussen de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a & Shia betreffende Het Regeren van de Islaamitische Staat

Ahlu Sunnah wal Jamaa'a
De staat wordt geregeerd door een khalief die gekozen wordt tot diens positie van leiderschap door de moslims. (4) Om een leider te zijn, moet een man helder van geest zijn, rechtvaardig zijn en kennis hebben. Hij behoort bekend te staan voor zijn vroomheid en betrouwbaarheid, en hij behoort in staat te zijn om zo een verantwoordelijkheid te dragen. De khalief wordt benoemd door de moslims die begiftigd zijn met kennis en ervaring. Als hij zich niet standvastig aan zijn taak houdt, en afdwaalt van de richtlijnen van de Qor’aan, dan mogen zij hem van zijn positie verwijderen en hem ontdoen van al zijn autoriteit. (5) Anders verdient hij de gehoorzaamheid en medewerking van elke moslim. De rol van het khaliefaat is, voor de soennieten, een zware last en verantwoordelijkheid, niet slechts eer of een gelegenheid voor uitbuiting.

Shia
Over het algemeen gesproken is het recht om te heersen volgens de Shi’ieten erfelijk, en is beperkt tot ‘Alie, en zijn nakomelingen vanuit Fatimah (de dochter van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem)). Er is desondanks, een klein geschil onder hen betreffende dit erfelijke recht over tot wie het behoort. Vanwege dit standpunt van hun, zijn de Shi’ieten nooit trouw aan welke leider dan ook, behalve wanneer hij van de afstammelingen van ‘Alie ibn Abie Taalib is. Toen het gebruik van het erfelijk recht op leiderschap niet meer in stand gehouden kon worden, omdat de lijn tot een einde was gekomen, verzonnen de Shi’ieten het geloofsartikel genaamd Ar-Radj’ah, volgens deze (geloofsleer) was de laatste Iemaam niet dood, maar ‘verborgen’. Hij wordt verwacht te herrijzen aan het einde der tijden, wanneer hij al zijn politieke tegenstanders af zal slachten, en degenen van zijn voorvaderen, en zal de rechten van de Shi’ieten herstellen welke ‘geplunderd’ waren door andere sekten door de eeuwen heen.

(4) Voetnoot Aboe ‘Oebaydillaah: er wordt hier gesproken over maar 1 manier van aanstelling van de
Islaamitische leider terwijl er meerdere manieren zijn zie Oesoel as-Soennah van Iemaam Ahmed punt
31 t/m 37 met het commentaar hierop.

(5) Voetnoot Aboe ‘Oebaydillaah: Ik weet niet hoe deze woorden in dit artikel zijn geslopen maar
hetgeen wat hier staat is in werkelijkheid de methodiek van de dwalende sekten van de Chawaaridj
en de M’otazilah, degenen die het rebelleren tegen de onrechtvaardige leiders toestaan, in
tegenstelling tot Ahloes-Soennah wal Djama’ah. Zie hiervoor ook Oesoel as-Soennah van Iemaam
Ahmed punt 31 t/m 37 met het commentaar hierop

Umm_Imran
11-04-2012, 10:51
De Shi’ieten plaatsen hun Iemaams boven de Boodschapper.

Geschreven door Shaych Moehibboedien Al-Khatieb.

...Terwijl de Shi’ieten beweren dat hun Twaalf Iemaams bovenmenselijke krachten van kennis bezitten die het rijk van het ongeziene omvat, ontkennen zij hetgeen waar Allaah de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) kennis van heeft gegeven van de onwaarneembare dingen, dingen zoals de schepping van de hemelen en de aarde, en de beschrijving van Paradijs en het Hellevuur.

Deze godslastering stond vermeld in het tijdschrift ‘Risalatoel-Islaam’ (De Boodschap van Islaam), uitgegeven door ‘Daaroet-Taqrieb’. In een artikel, in de vierde uitgave van het tijdschrift jaargang vier op blz. 368, geschreven door het hoofd van het Hoge Shia Gerechtshof in Libanon –welke zij als één van hun grote hedendaagse geleerden rekenen- getiteld ‘Min Ijtihaadie Shia Al-Iemaamia’ (Enkele onafhankelijke Shi’ietische Oordelen), hij citeerde hier van hun moejtahied geleerde- Mohammed Hassan Al-Ishtiyanie, dat deze in zijn boek (Bahr al-Fawaa`id) 1/267 zegt:

“Als de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) een kennis gaf betreffende de goddelijke wetgevingen zoals: over hetgeen de kleine reiniging ongeldig maakt, of de regelgevingen die te maken hebben met menstruatie en postnatale bloedingen, dan is het noodzakelijk om hem te geloven, en de toepassing van deze regelgevingen zijn verplicht voor ons. Maar als de Profeet een uitspraak deed betreffende het Ongeziene, bijvoorbeeld over de schepping van de hemelen en de aarde, of de maagden van het Paradijs en zijn paleizen, dan is het niet verplicht noch bindend voor iemand, zelfs als het met zekerheid bekend is dat de uitspraak van de Profeet gekomen is.”

Hoe vreemd is het, dat zij valselijk de kennis van het Ongeziene aan hun iemaams toeschrijven, en dat zij zich vasthouden aan die valsheid ondanks dat zij geen enkel bewijs hebben om de correctheid hiervan tot stand te brengen. Tegelijkertijd beschouwen zij het niet verplicht voor zichzelf om de openbaringen betreffende het Ongeziene te accepteren welke in de Verzen van de Qor’aan en de authentieke overleveringen vermeld staan en daarmee afdoende bewezen zijn. Voeg hierbij toe dat alles waarvan het geverifieerd is dat het van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) komt niets anders is behalve openbaring dat hem geopenbaard is; en voorzeker, de Profeet spreekt niet vanuit zijn eigen begeerten.

Degene die een vergelijking maakt tussen hetgeen wat de Shi’ieten aan hun iemaams toeschrijven en hetgeen wat authentiek wordt toegeschreven aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) betreffende aangelegenheden van het Ongeziene, komt tot de conclusie dat hetgeen wat geverifieerd kan worden van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) betreffende het Ongeziene, zoals die vermeld staan in de Qor’aan en de authentieke gezaghebbende overleveringen, niet eens een fractie uitmaken van de grote menigte aan vervalste overleveringen betreffende kennis van het Ongeziene welke worden toegeschreven aan de Twaalf Iemaams. En dit ondanks het onbetwistbare feit dat Goddelijke Openbaring volledig is opgehouden met het overlijden van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem).

Wat degenen betreft die deze kennis van het Ongeziene toeschrijven aan de twaalf iemaams, daarvoor is het voldoende om te zeggen dat zij welbekend zijn bij de Soennietische hadiethgeleerden (die van Djarh wa T’adiel) als zijnde leugenaars, en vervalsers van hadiethliteratuur. Desondanks zijn de Shi’ietische volgers van deze overleveraars hier onverschillig over, en accepteren blindelings de beschrijvingen van het Ongeziene die aan hun iemaams worden toegeschreven. Terwijl het tijdschrift (Risaalatoel-Islaam), hetgeen een uitgave van Daar at-Taqrieb is, en de rechter in hun Hoge Gerechtshof in Libanon en hun moedjtahid-geleerde Mohammed Hasan al-Ishtiyaanie met genoegen applaudisseren voor de bewering dat het accepteren van hetgeen wat authentiek wordt toegeschreven aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) met betrekking tot het Ongeziene niet bindend voor hen is. In werkelijkheid willen zij het gebied van de missie van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) beperken tot aangelegenheden van een secundaire juridische aard, zoals de zaken die de kleine reiniging ongeldig maken, of de regelgevingen die te maken hebben met menstruatie en postnatale bloedingen en andere, zoals vermeld wordt door Al-Ishtiyanie (zie citaat hierboven).

Terwijl zij de status van hun iemaams, betreffende de kennis van het Ongeziene, verheffen boven dat van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) (ondanks dat hij het was die de openbaring kreeg, en hun iemaams dit niet voor zichzelf claimden), zien wij niet hoe er na zulke godslastering ooit nog enige verzoening tussen ons en hen kan ontstaan!

Arabische bron: ‘Al-Khoetoet Al-‘Ariedah’ blz: 29-31.\

Umm_Imran
11-04-2012, 11:19
Boeken/uitspraken van Sji’ietische leiders/Geleerden/Ayatollahs , die niets van doen hebben met de Islaam.

LET OP: De volgende artikelen zijn NIET van de Sunnah.
De bronnen die hieronder zijn gebruikt zijn boeken/uitspraken van Sji’ietische leiders/Geleerden/Ayatollahs , die niets van doen hebben met de Islaam.

PROLOOG:Als het gaat om de sexuele driften, dan stemmen de Sjieten er zelfs mee in om hun eigen dochters en moeders uit te hoeren. Alsof dat niet genoeg is doen ze het zelfs met baby’s?!?!
-Not in my backyard! Het is zelfs toegestaan volgens de hoogste Sjiietische geestelijke om transsexueel te worden.

“Imam” “Ayatollat” Khomeini (De hoogste Sjiietische leider)
Imam Khomeini staat het toe om transsexueel te worden, indien men dat wilt.
Vooral in Iran moet je dus goed opletten of je wel ECHT met een vrouw te maken hebt. (tip)
Imam” Khomeini:

A man can have a sexual pleasure with a child as young as a baby. However he should not penetrate in the front private part, but the back is acceptable. If a man does penetrate in the front and damage the child then, he should be responsible for her subsistence all her life.
(TahrerolVasyleh, fourth edition, Qom, Iran, 1990.)

Kwestie # 11: “De meest bekende en sterkste standpunt is dat seksueel gemeenschap met een vrouw in haar anus is toegestaan, maar het is wel heel erg gehaat en het is beter om dit niet te doen vooral als de vrouw zelf weigert”.
Kwestie # 12: “Het is niet toegestaan om seksueel gemeenschap te hebben met een kind zolang zij niet de 9 jarige leeftijd heeft bereikt of dit nou om een tijdelijke of een permanente huwelijk gaat. Maar de andere vormen van vermaak, zoals strelen met lust, omhelzen en het wrijven van je lul tussen haar dijen, dan is daar niets mis mee, zelfs als zij nog een zuigeling is”.


Bewijs in Farsi, en Engels, met daarin ook nog EXTREME video's
Vraag 465: “Ik ben een 15 jarige meisje en mijn vader is erg religieus. Als ik het huis uitga dan doe ik mijn hijab op, alhamdolillaah, maar mijn vader kust mij telkens tussen mijn borsten en op mijn mond en hij omhelst mij van achteren en kust mijn nek. Als ik vraag: “Is dit niet verboden?” Dan zegt hij: “Dat is alleen als het begeerten opwekt maar ik doe het uit vaderlijke liefde. De Profeet Muhammad zou zijn dochter Fatimah op haar nek en tussen haar borsten kussen en hij zou aan haar tong zuigen, dus was hetgeen de Profeet deed ook verkeerd dan?! Nee, als hij het deed, dan mag elke vader dit doen met zijn dochters”. En hij zegt: “Ik raak je awrah toch niet aan, dat is je voorkant (vagina) en achterkant (anus), dus hetgeen niet tot de awrah behoort mag gezien, aangeraakt en gekust worden” … Dus is hetgeen mijn vader mij aandoet Halal of Haram? Als het Haram is, waarom heeft de Profeet dit dan met zijn dochter Fatimah Al-Zahraa gedaan? En bedankt voor dit waardevolle website”.
Antwoord: “Wa’Alaykum As-Salaam warahmatullaah Warabakatuhu, hetgeen uw vader deed was toegestaan met de voorwaardes die hij noemde en het gaat om de intentie in zijn hart, dus denk niet slecht over hem. Graag gedaan”.
Boek “Bihar Al-Anwar” 43/78:

Vertaling : “En op gezag van Ja’far Ibn Muhammad: De Profeet zou niet slapen voordat hij zijn gezegende gezicht tussen de borsten van (zijn dochter) Fatimah plaatste”.

Vraag 9: “Is het toegestaan om intentioneel naar pornografishe fotos te kijken zolang het geen begeertes aanwakkert?” Antwoord Ayatullah Al-Khoe’ie: “Als het geen begeerten opwekt zoals de vraagsteller aangaf, dan is het toegestaan, wallaahu A’alam!”. Antwoord Ayatullah Al-Tabrizee: “Uit voorzichtigheid is het beter om er hellemaal niet naar te kijken, BEHALVE als het fotos van een kaafir man of een kaafir vrouw zijn, die geen schaamte bezitten – anders mag het niet, wallaahu A’alam!”.
scan van “Wasail al-Shi’a”

VERTALING:Muhammad Ibn Ya’qoeb heeft overgeleverd op gezag van Ali Ibn Ibrahim, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn Abi Umair, op gezag van iemand anders dat Abu Abdullah zei:“Het kijken naar de geslachtsdelen van iemand die geen moslim is staat gelijk aan het kjken naar de geslachtsdelen van een ezel (i.e. toegestaan)”. En Muhammad Ibn Ali Ibn Al-Hussain heeft overgeleverd dat Al-Saadiq zei “HEt kijken naar de geslachtsdelen van een Moslim is afgeraden, maar het kijken naar de geslachtsdelen van ongelovigen is zoals het kijken naar de geslachtsdelen van een ezel (i.e. niets mis mee)”.

Vraag 30: “Er zijn een aantal overleveringen die ons verbieden om met meer dan vier vrouwen mut’ah te sluiten, echter, daarnaast lezen wij weer andere overleveringen die het toestaan … Wat is de waarheid hieromtrent?”
Antwoord“Mischien zeggen die overleveringen dat het slechts afgeraden is (maar niet haram) om mut’ah met meer dan vier vrouwen te sluiten en dat het aangeraden is om met vier vrouwen mut’ah te sluiten. Maar als het aankomt op mut’ah, dan is er geen limit op geplaatst (i.e. je mag zoveel vrouwen als je wilt)” In een van de Sjiietische boeken, genaamd “Wasael ush shia” (Hoofdstuk “Nikah”) kun je een EXTREME fout ontdekken. Het Sjiisme staat Mutah toe, alleen hebben ze erin het volgende geplaatst: Ali ibn Abe Taleeb (radi Allahu anhu) said: “Prophet (sallalahu alayhi wa ala alihi wa salam) forbade meat of domestic donkey and mutah marriage in the day of khaybar”. Wie is hier de de hypocriet….

Vraag“Is het toegestaan om meerdere vrouwen tegelijk mut’ah te sluiten en met hen allen tegelijkertijd naar bed te gaan?”
Antwoord:Het is toegestaan om met meerdere vrouwen tegelijk mut’ah te sluiten en met hen allen tegerlijkertijd naar bed te gaan“. Bewijs: http://www.imamrohani.com/fatwa-ar/viewtopic.php?p=4948&sid=5ecbf26064605f2fea943159c7e2a571 http://i449.photobucket.com/albums/qq218/hanysal/FATWA_SEX.jpg (Website van Imam Rohani zelf)
Freaks..

Vraag:Ik ben een 31 jarige meisje en ik ben nog niet getrouwd. Ik heb een vriend waar ik eens per week mut’ah mee doe en hij doet het met mij van achteren, is dat toegestaan? Andere mannen hebben mijn hand nog niet gevraagd”.
Antwoord: “Het is toegestaan als jij daar vrede mee hebt, maar het is wel afgeraden. En dit mag alleen nadat de mut’ah contract is gesloten”.
http://img42.imageshack.us/img42/4113/79522928.jpg

Vraag:“Is het toegestaan om een knappe jongeling op de mond en op zijn borst te kussen door mahram vrouwen en anderen als hij jonger is dan acht jaar? Is het toegestaan om hem voortdurent te gaan kussen wegens zijn schoonheid en mooie postuur zonder dat het begeerten opwekt? En als de mahram vrouwen en anderen een bijeenkomst speciaal voor hem zouden organiseren, en zijn moeder hem mooi zou kleden waardoor hij not mooier zal lijken, is het toegestaan om hem te kussen in zo’n bijeenkomst?”
Antwoord: “Het is toegestaan voor mahram mannen en vrouwen om zo’n kind te kussen zonder dat het begeerten opwekt. Zijn moeder kan hem zelfs mooier maken,zodat zij hem nog langer zullen blijven kussen. Dit alles is toegestaan“.

Vraag 185: “Moet de mut’ah contract op papier geschreven worden? En zijn er getuigen nodig voor een mut’ah huwelijk?“.
Antwoord: “Niet nodig”. [img]http://img256.imageshack.us/img256/4315/44243031.jpg (Al Sistani -Deze fatwa’s zijn in het Arabisch)

Vraag 201: “Is het toegestaan voor een vrouw om mut’ah te doen in de Shariah wet en om daar haar werk van te maken waarmee zij geld verdient?”.
Antwoord: “Toegestaan”. (Al Sistani, 1 van de leiders van de Rafidah anno 1995 en later http://img38.imageshack.us/img38/3479/21290383.jpg

Vraag 160: “Is het toegestaan om mut’ah te doen met een vrouw die zwanger is gemaakt (door een andere man) op een haram wijze?”
Antwoord: “Daar staat geen verbod op”. http://img826.imageshack.us/img826/9382/33936971.jpg

Vraag 94: “Is het toegestaan om met meerdere vrouwen tegelijk mut’ah te hebben?”
Antwoord: “Toegestaan”. http://img340.imageshack.us/img340/8641/qqwww.jpg

Vraag 3: “Wat is het oordeel over een tijdelijke mut’ah met een Budhistische vrouw, die de getuigenis (van lailahailallah) slechts omwille van dit tijdelijke huwelijk uitspreekt en na de mut’ah weer terug wilt keren naar haar eigen godsdienst?“
Antwoord: “Zo’n huwelijk is geldig, zolang zij niet iets gaat doen dat de getuigenis teniet zal doen”. http://sistani.org/local.php?modules=nav&nid=5&show=1&cid=165 (URL inmiddels verlopen anno 2012)

Vraag 107: “Als een man permanent getrouwd is en hij wilt een tijdelijke huwelijk met een andere vrouw sluiten, moet hij dan zijn eerste vrouw op de hoogte stellen?“
Antwoord: “Nee, hoeft niet”. http://img231.imageshack.us/img231/1554/dddddddvo.jpg

Imam KHOEI:
Vraag 784:“Is het toegestaan voor een man om de geslachtsdelen van een ander man aan te raken achter kleren en voor een vrouw om de geslachtsdelen van een ander vrouw aan te raken voor de grap en voor vermaak, op voorwaarde dat het geen seksuele gevoelens aanwakkert?”
Antwoord: “Als het geen gevoelens aanwakkert, dan is het niet haram en Allah weet het beter”. http://img248.imageshack.us/img248/9162/554f.jpg

Vraag 46: “Een vrouw dacht dat zij de overgangsleeftijd had bereikt … Toen ging zij een tijdelijke huwelijk met iemand aan, daarna ging zij weg en sloot een andere tijdelijke huwelijk met een ander man aan en daarna weer met een derde persoon. Na al deze huwelijken bleek zij zwanger te zijn, dus wie is nou de vader in zo’n geval? En is het toegestaan om lootjes te trekken in zo’n geval?”
Antwoord: “In dit genoemde geval: … [] … In dat geval kan het kind van tot een van hen behoren, en het is dan toegestaan om lootjes te trekken. Maar als alle contracted na het eindigen van de periode waren, dan waren ze allemaal correct en het kind behoort tot de derde man”. http://img198.imageshack.us/img198/148/22904452.jpg


MUST SEE:Een video die de achterlijkheid van.. ja van wat eigenlijk? Een vrouw bedriegt een andere vrouw van de “Mullah” met wie ze binnen no-time een contract afsluit. Ze spotten nog ook met de Islaam!
Een simpele vraag aan een “Ayatolla”
Tot slot is er een documentaire gemaakt over Mutah in Iran, en alles wat daarmee te maken heeft.
Lakin, deze mensen zijn zo ver afgedwaald, ik ga 'm niet plaatsen..

AFSLUITING
Er zijn nog tal van andere (en veel ergere) “fatwa’s” omtrent dit onderwerp, maar die kunnen wij i.v.m. de vulgairheid erover hier niet plaatsen. Ook worden er leugens in vermeld over de Profeet Salla Allahu 3alayhi wa Sallam, en anderen.
Het resultaat van al deze menselijke verdraaiingen hebben ervoor gezorgd dat landen als Iran te kampen hebben met -ONGEËVENAARDE- problemen op het gebied van scheidingen, SOA’s, homosexualiteit en bijvoorbeeld moeders die achterblijven met 6 bastaardkinderen. Het ergste voor de vrouwen zelf is dat ze zelf geen scheiding kunnen uitroepen; dat kan de man alleen. Ook de mishandelingen binnen het “huwelijk” zijn ter alle tijden aanwezig.
Als het zo zou zijn dat een van deze “Imaams” en “Ayatollats” een fout zou hebben gemaakt, zou het logisch zijn als een andere Sjiietische geleerde deze fout zou hebben verbeterd, maar hier komt het: De Sjiieten (Rafidah) geloven in de onfeilbaarheid van hun imams en geleerden. Met andere woorden: Als Khomeini je vraagt om je 4 jaar oude dochter aan hem te geven, dan doe je dat zonder na te denken omdat de Imam het beter weet… Zolang iets de mannelijke lusten&begeerten uitkomt wordt er als antwoord gegeven “yajoez”, oftewel toegestaan…
Ze stellen Halal datgene wat de Koran verbiedt, en stellen Haram datgene wat de Koran toelaat. Ze stellen zichzelf alles toe, wat ze maar willen.

Als klap op de vuurpijl nog een korte samenvatting van wat deze Rafidah-”Imaams” ons te zeggen hebben:
-Tijdens de Muta zijn er geen getuigen nodig. Even Muta sluiten voor 30 minuutjes kun je dus zo regelen!
-Anale seksuele gemeenschap is toegestaan.
-Pornofilms kijken (zolang het niet-moslims zijn) is toegestaan?!
-Mannen die elkaar op de mond kussen is toegestaan.
-Mutah met met hoeren is toegestaan!
-Het steken van voorwerpen in de anus van de man is toegestaan indien hij dat wilt.
-Seksueel gemeenschap met alle vrouwen tegelijk is toegestaan!! Ze mogen allemaal zelfs aanwezig zijn, zolang ze elkaars geslachtsdelen niet zien!
-Een man mag met meer dan 100 vrouwen mut’ah uitvoeren.
Aan de Sjiieten willen wij vragen; breng ons één van zo’n uitspraak van een moslimgeleerde… Moge Allah ons leiden!
De enige redding voor deze mensen is dat ze op tijd wakker worden, en de weg van de Koran en Sunnah volgen en de ware geleerden; niet de “geleerden” van de afdwaling, en lust.

Hebben deze mensen dan geen verzen uit de Koran gelezen?
Koran 17:32. En houdt u verre van overspel; want het is een afschuwelijke zaak en een slechte weg.

Koran: 33:52 Het is u hierna niet toegestaan vrouwen te huwen noch haar voor andere vrouwen te ruilen, zelfs al
behaagt u haar schoonheid, met uitzondering van haar die uw rechterhand mocht bezitten. En Allah houdt
de wacht over alle dingen.

De Sjiieten zelf hebben trouwens zichzelf in een hele moeilijke positie gebracht; in het boek Tahdeeb Vol 7, Pagina 251 staat: Dat Ali (Radia Allahu 3anhu) heeft verteld, dat de Profeet Mohammed (Salla Allahu Alayhi wa Sallam) op de dag van Khaibar Mut’a heeft verboden. Hetzelfde vindt je in ook een andere Sjiietische boek, namelijk: Boek van Istebsar: vol. 3, pg. 142, rewaya 5. Volgen ze Ali dan niet? Zoals ze zelf zeggen…
Dit is niet het enige “probleem” dat de Rafidah tegenkomen in hun boeken, er zijn namelijk ontzettend veel contradicties als het aankomt op bij “wie” Mut’a is toegestaan. (o.a. in Beharul anwaar (“sahih sjiitisch boek”), Kaafi, Tahdeeb en Usool Al-Kaafi)
De Sjiieten beweren dat “soennieten” ook aan muta doen; deze stelling is totaal ongefundeerd. Ze gebruiken hiervoor de term Misyar. Misyaar is niets anders dan dat de vrouw het recht op financiële ondersteuning van de man niet eist. Het huwlijk zelf is buiten dit om zoals alle alle huwelijken, namelijk permanent. (zonder intentie om te gaan scheiden) Het “Misfaar” huwlijk is slechts een ander woord voor “Muta”.

Overgenomen van ----> Sex | Sjiieten.nl (http://sjiieten.nl/artikelen/sjiieten-ontmaskerd/sex/)

Umm_Imran
11-04-2012, 11:19
WARNING: Schokkende uitspraken van Zindeeq Ayatollah Khomeini

De Profeet Mohammed is niet succesvol geweest.
http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%20100.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%20101.jpg
“Elk profeet van de vele profeten is slechts gekomen om rechtvaardigheid te verspreiden. En het doel was de uitvoering van deze rechtvaardigheid, maar ze zijn [daarin] niet succesvol geweest. En zelfs de Zegel der Profeten [Mohammed] die gekomen was om de mensheid te verbeteren en te leiden, [die tevens gekomen was om] rechtvaardigheid uit te voeren is [ook ] niet succesvol geweest. De Mehdi is degene die succesvol zal zijn en [ volledige] rechtvaardigheid zal brengen.

Koran is verdraaid en incompleet.
http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2052.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2053.jpg
“En dit is één van de betekenissen van de verdraaiingen die in alle goddelijke boeken voorkomen. En na de vele vervalsingen eraan zijn de Eervolle Koran en de eervolle Ayat toegankelijk gemaakt voor de mensen …”

De profeet Mohammed was bang voor de mensen.
http://devilsdeceptionofshiism.files.wordpress.com/2011/10/kashaf-ul-asrar-021.jpg
“Door deze bewijzen en een groot aantal ahadith komen we te weten dat de Profeet (s) de mensen vreesde omtrent het preken van de Imaamschap [van Ali]. En als iemand de geschiedenisboeken leest en overlevert, zal hij begrijpen dat de angst van de profeet een geldige reden had. Maar God had hem eigenlijk bevolen om het kenbaar te maken en hem veiligheid beloofd en hij [de profeet] heeft het ook kenbaar gemaakt en ervoor gestreden, maar de oppositie partij liet hem zijn werk niet afmaken.”

Alle atomen aanbidden de Imams.
http://sonsofsunnah.files.wordpress.com/2011/09/khomine_imams.jpg
“Het is een vice-regentschap dat betrekking heeft op de gehele schepping. Op grond daarvan houden alle atomen in het universum zich nederig voor de Houders van Autoriteit [12 Imams]. Het is één van de essentiële overtuigingen van onze Sjiietische school dat niemand de spirituele status van de Imams kan bereiken, zelfs de cherubijnen van de profeten niet. In feite, volgens de tradities die aan ons zijn overgeleverd, bestond de meest nobele boodschapper en de 12 Imams vóór de schepping van de wereld in de vorm van verlichting onder de Goddelijke Troon. Zij waren superieur aan andere mensen, zelfs in het sperma van waaruit ze groeien en in hun fysische samenstelling. Hun verheven positie wordt door de goddelijke wil beperkt, zoals aangegeven door de uitspraken van Gabriel opgenomen in de overleveringen over de Mi’raj: ‘Als ik een vingertop dichterbij [ de Imams] was komen, zou ik zeker verbrand zijn.’ De profeet zei zelf: ‘We hebben ervaringen met God die buiten het bereik van de cherubijnen en profeten zijn.’”

Soennieten zijn ongelovigen.
http://sonsofsunnah.files.wordpress.com/2011/09/khom7.jpg
http://sonsofsunnah.files.wordpress.com/2011/09/khom8.jpg
“De Imam [VZMH] zei dus: ‘De zondige gelovige zal op die Dag worden beoordeeld, dus is Allah degene die hem zal beoordelen en niemand van de mensheid zal van deze beoordeling getuigen. Allah zal hem dan informeren over zijn zonden en wanneer hij zijn zonden toegeeft, zal Allah tegen Zijn Schrijvers zeggen: ‘Verander ze naar beloningen en toon ze aan de mensen.’ Dan zeggen de mensen: ‘Heeft deze slaaf géén zonde?” Dan zal Allah bevelen hem naar het paradijs te brengen. Dit is dus de betekenis van de vers en het is alleen voor onze Shia bestemd. En het is goed bekend dat deze zaak exclusief voor de Shia van Ahlulbayt is en dat het verboden is voor iedereen behalve hen. Omdat geloof niet plaats vindt behalve met de Wilayah/Imamschap van Ali en zijn pure feilloze nakomelingen [VZMH]. In feite, het geloof in Allah en zijn boodschapper wordt niet geaccepteerd behalve vergezeld wordt met het geloof in de Wilayah en we zullen dit in het tweede deel [van dit boek] benoemen.”

De Imams zien wekelijks de door Engelen opgeschreven daden van de mensheid.
http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2020.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2021.jpg
“De bladen met onze [opgeschreven] daden worden de Mehdi wekelijks getoond.”

Ik kan één zijn met Allah.
http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2013.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2014.jpg
“We hebben ervaringen met Allah [waarin] Hij ons is en wij Hem zijn en Hij Hem is en wij ons zijn.”

De Imams zijn tijdens elke doodsstrijd aanwezig.
http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%2020.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy205.jpg
“Zoals wij geloven en zij ook geloven en het nieuws heeft gesproken dat de leider der gelovigen (s) aanwezig is bij de hoofden van de stervenden, gelovigen, ongelovigen en hypocrieten.”

Fatima Zahraa is een goddelijk wezen.
http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%20104.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%20105.jpg http://www.khomainy.com/files/u1/up/khomainy%20106.jpg
“Al-Zahraa was geen gewone vrouw, maar een spirituele majestueuze vrouw. ……………..ze was zelfs een goddelijk en machtig wezen met een vrouwelijke verschijning.”

Umm_Imran
11-04-2012, 11:40
Mut'ah
Wat is het tijdelijke huwelijk?
Het is een tijdelijk huwelijk in overeenstemming met de twee partijen. Dit tijdelijke huwelijk was een gebruik in oosterse landen, zoals het aan het vroege begin van de islam ook uitgevoerd werd door sommige mannen op hun missies/reizen.
Abdullah Ibn ‘Abbas (radiAllahu ‘anhu) heeft gezegd: “Het tijdelijke huwelijk bestond aan het begin van de islam. Een man kwam bij een stad waar hij geen kennissen had, dus trouwde hij voor een vastgestelde tijd, afhankelijk van zijn verblijf in de stad. De vrouw zorgde voor zijn voorzieningen en bereidde zijn voedsel. Dit gebeurde totdat het vers ‘behalve tegenover hun echtgenotes of hetgeen hun rechterhand bezit [slavinnen]’ [23:6] geopenbaard werd.” Ibn ‘Abbas verklaarde dat enige relatie die verder gaat dan dit, verboden is. [Overgeleverd door al-Tirmidhi]
Aangezien het tijdelijke huwelijk in de dagen van onwetendheid een gebruik was onder de Arabieren, zou het niet verstandig zijn geweest om het anders dan geleidelijk te verbieden, zoals de manier is van de islam in het verwijderen van pre-islamitische gebruiken die in strijd waren met de belangen van de mensen.
Het is duidelijk aangetoond dat het tijdelijke huwelijk niet instemt met de belangen van de mensen, want het veroorzaakt verlies voor de nakomelingen, het gebruikt vrouwen voor de vervulling van de lusten van mannen en het kleineert de waarde van een vrouw die Allaah geëerd heeft. Het tijdelijke huwelijk werd dus verboden.
Weerlegging van degenen die het toestaan
We zullen insha’Allah een aantal van de talloze bewijzen tonen om de lasterlijke beschuldigingen uit te wissen, die de misleide personen tegen Umar Ibn al-Khattab (radiAllahu ‘anhu) herhaald hebben. Deze mensen beweren valselijk dat hij de persoon was die het verboden heeft terwijl hij Kalief was. Hun motief voor deze valse bewering was slechts hun blinde vijandigheid tegenover de metgezellen van de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam), die hem geholpen, gesteund en bijgestaan hadden.
Allah de Verhevene zegt: “En voor wat jullie van hen genieten: geeft hun hun compensatie [bruidsschat], als verplichting.”
[4:24]
Dit is het vers dat als basis gebruikt wordt door degenen die het tijdelijke huwelijk steunen. Ze gebruiken het uit onwetendheid of om anderen te misleiden door een oppervlakkige betekenis aan het vers te geven zonder naar de interpretatie ervan te verwijzen en zonder het algemene publiek aan de correcte interpretatie te helpen. Hier volgt de interpretatie ervan:
Imam Qurtubi zegt in zijn toelichting op dit vers dat de betaling in deze context de bruidsschat is en dat het compensatie genoemd wordt omdat het een beloning is voor de genieting. Dit is een bewijs dat de bruidsschat een compensatie is.
Al-Hasan, Mujahid en anderen hebben gezegd: De betekenis is verboden met wat je “genoten” hebt door je verbintenis met vrouwen in een correct huwelijk en dus slaat “geef hun hun compensatie” op hun bruidsschat.
Ibn Khuwayz Mindad heeft gezegd: Er is geen bewijs en het is niet toegestaan om het vers te gebruiken als toestemming voor het tijdelijke huwelijk aangezien de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) er voor gewaarschuwd heeft en het tijdelijke huwelijk verboden heeft. Allah de Verhevene heeft gezegd: “Trouwt hen dus met verlof van hun familie.” Het is normaal dat het huwelijk plaatsvindt met toestemming van de ouders, zoals een correct huwelijk met een voogd en twee getuigen. Een tijdelijk huwelijk zit zo niet in elkaar. ‘Aisha (radiAllahu ‘anha) heeft gezegd: “Het is verboden in de Qur’aan in de woorden van de Verhevene: ‘En degenen die hun kuisheid bewaken, behalve tegenover hun echtgenotes of hetgeen hun rechterhand bezit [slavinnen], dan worden zij niet verweten.’ [23:5-6]” Het tijdelijke huwelijk wordt niet als een correct huwelijk beschouwd en de echtgenote valt niet onder de categorie van wat de rechterhand bezit.
Ibn Kathir zegt in zijn toelichting op dit vers: als je van hen geniet, geef hun dan hun bruidschatten, aangezien de Verhevene zegt: “geeft de vrouwen hun bruidschatten als een schenking.” [4:4] Hij heeft de algemeenheid van dit vers geïnterpreteerd om het tijdelijke huwelijk te omvatten, toen hij zei: Er is geen twijfel over het feit dat het toegestaan was in het begin van de islam en dat het later verboden werd.
Ibn Jawzi zegt over dit vers: sommige commentatoren hebben gezegd: “wat er met dit vers bedoeld wordt, is het tijdelijke huwelijk en daarna werd het vervangen met wat er overgeleverd is van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) toen hij het tijdelijke huwelijk verbood.” Deze interpretatie heeft geen basis. De Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) stond het toe en verbood het toen met zijn eigen woorden, dus vervangt zijn latere verbod de toelaatbaarheid ervan. Wat het vers betreft: het staat los van het tijdelijke huwelijk. Het is alleen verbonden met genieting door een correct huwelijk.

Bewijzen voor het verbod
Er zijn een heleboel verklaringen van de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) die het tijdelijke huwelijk verbieden. Hier volgt een aantal:
Van Iyaas ibn Salamah van zijn vader, die gezegd heeft: “De Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gaf goedkeuring voor het sluiten van een tijdelijk huwelijk (mut’ah) voor drie nachten in het jaar van Awtaas [na de strijd van Humayn in het jaar 8 na hijrah], daarna verbood hij het.” (2499)
Van al-Rabi’ ibn Sabrah van zijn vader: op de dag van de Verovering (van Mekka) verbood de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) het tijdelijke huwelijk (mut’ah) met vrouwen. (Sahih Muslim, 2506)
En ook van hem (radiAllahu ‘anhu): dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) het tijdelijke huwelijk (mut’ah) met vrouwen verbood en zei: “Het is verboden vanaf deze dag van jullie tot de Dag der Opstanding en wie iets gegeven heeft [als bruidsschat] zou het niet terug moeten nemen.” (Sahih Muslim, 2509)
Van ‘Ali ibn Abi Taalib: de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) verbood het tijdelijke huwelijk met vrouwen en het vlees van huisezels ten tijde van Khaybar. Dit is overgeleverd door al-Tirmidhi, die zei: de hadith van ‘Ali is hasan sahih en dit is wat gevolgd werd door de geleerden onder de metgezellen van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) en anderen. Dit is ook de mening van al-Thawri, Ibn al-Mubaarak, al-Shaafa’i, Ahmad en Ishaaq. Sunan al-Tirmidhi, 1040.
Deze bewijzen laten de correctheid van de consensus over het verbod zien. ‘Umar Ibn al-Khattab (radiAllahu ‘anhu) had het verbod genoemd vanaf de preekstoel en verklaarde de bestraffing ervoor en herinnerde de gemeenschap eraan dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) het verboden had en er streng tegen vermaand had. Dit was in de aanwezigheid van zowel de migranten als de helpers en niemand had hem tegengesproken of met hem van mening verschild en het is bekend dat zij altijd zorg en aandacht besteedden om er zeker van te zijn dat de waarheid onthuld werd en elke fout gecorrigeerd werd, zoals ze in eerdere zaken hadden gedaan. Bovendien is het verbod behalve door ‘Umar door nog een aantal metgezellen overgeleverd.
Het verbod is overgeleverd volgens ‘Ali bin Abi Talib, ‘Abdullah bin ‘Umar, ‘Abdullah bin Mas’ud, ‘Abdullah bin Al-Zubayr en ‘Abdullah bin ‘Abbas, die het verbod ook ondersteunde toen hij eraan herinnerd werd en toen hij de verwijzingen van de anderen begreep. Dit is ook het begrip van de volgelingen, de geleerden en al de imams. Zij waren unaniem over deze kwestie.
Meningen van de vier imams
Hanafi: In Fathul Qadir wordt verklaard dat het tijdelijke huwelijk niet geldig is en wordt dit huwelijk gedefinieerd als een man die tegen een vrouw zegt: “Ik zal zoveel keer van jou genieten voor een bepaalde som geld.” In Al-Hashia zegt hij nadat hij de twee verschillende soorten van het tijdelijke huwelijk heeft behandeld, dat het een contract met een vrouw is, dat opgesteld is met de intentie om geen zekerheid of zorg voor een kind te bieden, dat het voor een vastgestelde periode bedoeld is en dat het huwelijk na deze periode eindigt, of voor een niet-vastgestelde periode gebaseerd op het verblijf van de persoon bij de vrouw totdat hij besluit te vertrekken, waarmee het contract beëindigd wordt.
Shafi’i: Het tijdelijke huwelijk is een huwelijk voor een periode, dus als een voogd verzocht zou worden om zijn protégé voor een maand te huwen, dan zou dit een ongeldig huwelijk zijn.
Maliki: Het tijdelijke huwelijk is voor een termijn, alsof men tegen de voogd zegt: “sta mij toe om voor een maand met uw protégé te trouwen voor een bepaald bedrag.” Als zij overeenkomen, dan is het huwelijk ongeldig en zijn beide echtgenoten aansprakelijk voor een straf. Dit huwelijk wordt beëindigd zonder een scheiding, ongeacht of dit voor of na het consumeren van het huwelijk plaatsvindt.
Hanbali: Het tijdelijke huwelijk is een huwelijk voor een termijn, vastgesteld of niet vastgesteld, het maakt niet uit of het als huwelijk gelabeld wordt of niet, waarbij de man tegen de vrouw zegt: “sta mij toe om van jou te genieten,” en zij zegt: “ik geef jou mezelf voor genieting,” zonder een voogd of twee getuigen. Het tijdelijke huwelijk stelt twee kwesties aan de kaak: een huwelijk voor een vastgestelde termijn met een voogd en twee getuigen, of een huwelijk voor genieting zonder voogd of getuigen. In beide gevallen is het ongeldig.
Meningen van verschillende geleerden
Ibn Hazm heeft gezegd: “Het tijdelijke huwelijk is niet toegestaan; dit is een vastgesteld huwelijk dat toegestaan was in de tijd van de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam), dat daarna door Allah vervangen is door middel van Zijn Boodschapper (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) tot de Dag der Opstanding.”
Imam Shawkani heeft gezegd: “We aanbidden in overeenstemming met wat we van de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) geleerd hebben en we hebben de authenticiteit ontdekt van zijn eeuwige verbod op het tijdelijke huwelijk. Het feit dat sommige metgezellen zich hier niet bewust van waren, doet het grote aantal metgezellen dat zich er wel bewust van was en naar het verbod gehandeld hebben en het verkondigd hebben, niet teniet.”
Qadi ‘Ayyad heeft gezegd: “De geleerden hebben consensus bereikt over het feit dat het tijdelijke huwelijk een huwelijk was voor een termijn, zonder overerving, waarvan de scheiding aan het eind van de termijn plaatsvindt zonder discussie. De consensus hierna was dat het verboden was volgens alle geleerden met uitzondering van degenen die het verwierpen. Ibn ‘Abbas stond het toe totdat hij zich bewust werd van het verbod en het toen verbood en zei: ‘Als er nu tijdelijke huwelijken plaatsvinden, zijn ze ongeldig, ongeacht of het geconsumeerd is of niet.’”
Imam al-Nawawi heeft gezegd: “De waarheid van deze kwestie is dat het toegestaan was en verboden werd op twee gelegenheden. Het was toegestaan voor Khaybar en daarna verboden en toen toegestaan op de dag van bevrijding, de dag van Awtas, en drie dagen na de gebeurtenis voor altijd verboden.”
Imam Bayhaqi heeft gezegd: “Aan imam Ja’far bin Mohammed werd iets gevraagd over het tijdelijke huwelijk en hij zei: ‘Het is overspel.’”

——————————-
Mut’a huwelijk binnen het Sjiisme.

Bewering over Mut’a in de Qur’aan weerlegd:does the quran allow shia mutah(temperory) marrage ? - YouTube (http://www.youtube.com/watch?v=hEcyUjbsvOg)
Documentaire over Mut’a.
Deel 1: 1-4 The Scandal of Muta (temporary marriage) in Shiism (http://www.youtube.com/watch?v=zLe-ZR9LXbw)
Deel 2: 2-4 The Scandal of Muta (temporary marriage) in Shiism (http://www.youtube.com/watch?v=3MxguuExGjI)
Deel 3: 3-4 The Scandal of Muta (temporary marriage) in Shiism (http://www.youtube.com/watch?v=9NHIadVbrA8)
Deel 4: 4-4 The Scandal of Muta (temporary marriage) in Shiism (http://www.youtube.com/watch?v=T0ZL1RCa7QQ)

Het boek ‘al-Muqni’ van de grote Shia geleerde al-Qummi over Mut’a:
http://theshia.files.wordpress.com/2008/10/mutah11.jpg?w=800&h=2498

“… Hij zal geen woord met haar spreken, behalve dat Allah een beloning voor hem opneemt. En hij strekt geen arm naar de vrouw toe, behalve dat Allah een beloning voor hem opneemt. Wanneer hij gemeenschap met de vrouw heeft, zal Allah al zijn zonden hierdoor vergeven. En wanneer hij een bad [na de daad] neemt, zal Allah zijn zonden gelijk aan de hoeveelheid water dat zijn haar passeerde vergeven.”

Volgende quote:
De Profeet (ASWS) zei: “Jibreel ontmoette mij en zei: ‘O Muhammad, Allah zegt: ‘Ik heb de vrouwen die Mut’a praktiseren voor hun zonden vergeven.’”
Het boek Mustadrak al-Wasail:

http://theshia.files.wordpress.com/2008/10/mutah1.jpg

Van Saleem bin ‘Aqabah dat zijn vader zei: ‘Ik vroeg Imaam al-baqir (AS) of er een beloning is voor degene die Mut’a doet.
De Imaam zei: “Ja, wanneer het gepraktiseerd wordt om het welbehagen van Allah te zoeken en om tegenstrijdig te zijn aan fulaan [‘Umar bin Khattaab].
En hij zal niet tegen haar [de vrouw] spreken behalve dat Allah een beloning voor hem opneemt. En wanneer hij dichtbij haar is, vergeeft Allah zijn zonden. En wanneer hij een bad neemt, zal Allah zijn zonden gelijk aan de hoeveelheid water die zijn haar passeerde vergeven.
Ik zei: “Gelijk aan het haar op hun lichaam?”
De Imaam antwoordde: “Ja, gelijk aan de hoeveelheid haar.”
Hij zei [ook]: “Inderdaad, Allah de Machtige en Majestueuze heeft bedwelmende drank voor ons Shia verboden en heeft daarvoor in de plaats Mut’a toegestaan.”

Van Baqir die zei: de Profeet (ASWS) zei:
“Toen ik naar de hemel werd genomen tijdens de Israa, ontmoette Jibreel mij en zei: O Mohammed, de Machtigste en Majestueuze zei: ‘Ik heb alle vrouwen die Mut’a praktiseren vergeven.”

Mutah (Kort huwlijks contract) | Sjiieten.nl (http://sjiieten.nl/sjiieten/mutah-kort-huwlijkscontract-oftewel-prostitutie/)

Umm_Imran
14-04-2012, 04:29
Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met de laatste der Boodschappers, Mohammed :sws:

Er wordt vaak beweerd dat de overtuiging van de Sjiieten niet zo veel verschilt van die van Ahl us-Soennah wal Djamaa'ah en dat Ahloe as-Soennah uit haat en nijd de Sjiieten zwart proberen te maken en roddels en leugens over hen verspreiden. Maar dankzij de zendingsdrift en de ontwikkelingen op het gebied van Sjiietisch drukwerk, is het een stuk makkelijker geworden voor ons om prominente boeken van de Shi3ah te bemachtigen. Dit biedt ons een uitgelezen kans hun valse doctrines uit de doeken te doen uitgaande van hun eigen boeken waar zij geen afstand van durven te nemen.

En natuurlijk zijn wij de beroerdste niet als de Sjiieten afstand willen nemen van de door hun geleerden gedane uitspraken, maar dan moeten zij wel openlijk deze boeken verwerpen en de schrijvers ervan veroordelen. In afwachting hiervan zullen wij rustig verder gaan met het ontsluieren van hun ware gezicht.

De oorsprong van hun overtuiging
De Sjiieten geven zelf te kennen dat de stichter van de Sjiietische stroming een jood was, genaamd Ibnoe Saba' en dat Ali :ro: de volgelingen van deze man heeft verbrand en afstand heeft genomen van zijn afgedwaalde ideeën.[1]

De Sjiieten zien de soennieten als Koeffaar
Zij zeggen: “Wij en zij (Ahl us-Soennah) hebben niet dezelfde god, noch dezelfde Profeet, noch dezelfde imam, want zij beweren dat hun Heer Degene is wiens Profeet Mohammed heette en de Kalifah daarna Aboe Bakr. Wij erkennen noch deze Heer, noch deze Profeet, want wij geloven dat de Heer die Aboe Bakr als opvolger van Zijn Profeet aanvaardt, niet onze Heer is en ook is Diens Profeet niet onze Profeet.”[2]

Zij zeggen: “Het verwerpen van één van onze twaalf imams is net als het verwerpen van alle Profeten.”[3]

Zij zeggen: “Wie één van onze twaalf imams verwerpt is een afgedwaalde ongelovige die in aanmerking komt voor de eeuwige Hel.”[4]

Allah volgens de Sjiieten
Zij zeggen: “(Het woord) ‘Ah’ is één van de Schone Namen van Allah. Wie ‘Ah’ zegt, heeft Allah opgeroepen.”[5]

Zij zeggen: “Allah bezoekt al-Hoessayn ibnoe Ali, geeft hem een hand en gaat met hem zitten op een ligstoel.”[6]

De Koran volgens de Sjiieten
Zij zeggen dat de Edele Koran gewijzigd is en dat de echte Koran in het bezit is van hun verwachte Mahdi. [7]

Zij zeggen dat het zinsdeel “Aal Mohammed wa Aal Ali” uit de Koran is geschrapt”[8]

Zij zeggen: “Er bestaat een Soerah met de naam ‘al-Wilaayah’ die als volgt begint: ,,O jullie die geloven, gelooft in de beide lichten…” En het is Othmaan ibnoe Affaan die deze Soerah heeft doen vervallen.”[9]

Zij zeggen: “Leert jullie vrouwen Soerat Yoesoef niet en leest het niet aan hen voor, want deze Soerah staat vol van fitan (zaken die tot wanorde en anarchie leiden).”[10]

De Profeet volgens de Sjiieten
Zij zeggen dat Ali dapperder is dan de Profeet (vrede zij met hem) en dat de Profeet (vrede zij met hem) dapperheid niet in zich heeft.”[11]

Zij zeggen: “De Profeet (vrede zij met hem) gaf altijd, voor het slapengaan, Fatimah een kus tussen haar borsten.”[12]

Al-Hassan, de kleinzoon van de Profeet, volgens de Sjiieten
Zij zeggen: “Al-Hassan ibnoe Ali is degene die de gelovigen schande heeft aangedaan door de eed van loyaliteit af te leggen aan Moe3aawiyyah.”[13]

De vrouwen van de Profeet volgens de Sjiieten
Zij zeggen: “Aa’ishah is na de dood van de Profeet (vrede zij met hem) ongelovig geworden evenals een groot aantal van de metgezellen.”[14]

Zij zeggen: “Aa’ishah heeft ontucht gepleegd.”[15]

Zij zeggen: “Aa’ishah en Hafsah wilden samen de Profeet (vrede zij met hem) gif te drinken geven.”[16]

De metgezellen volgens de Sjiieten
Zij zeggen: “Alle metgezellen, uitgezonderd drie, zijn na de dood van de Profeet (vrede zij met hem) ongelovigen geworden, waaronder Aboe Bakr, Omar, Othmaan, Khaalid ibnoel Walied, Moe3aawiyyah en al-Moeghirah ibnoe Shoebah.”[17]

Zij zeggen: “Tot onze overtuiging behoort het zich distantiëren van de vier afgoden; Aboe Bakr, Omar, Othmaan en Moe3aawiyyah. Ook behoort het tot onze overtuiging zich te distantiëren van de vier vrouwen; Aa’ishah, Hafsah, Hind en Oem ul-Hakam en iedereen die hen volgt. Ook moeten wij geloven dat deze personen de meest slechte schepsels van Allah op aarde zijn en dat het geloven in Allah, Zijn profeet en Zijn Imams niet mogelijk is zonder afstand te nemen van hun vijanden.”[18]

Zij zeggen: “Aboe Bakr en Omar zijn ongelovigen en degene die hen liefheeft is ook een ongelovige.”[19]

Zij zeggen: “De reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) Aboe Bakr koos als reisgezel voor zijn emigratietocht is omdat hij bang was dat als Aboe Bakr achter zou blijven, hij de ongelovigen van Qoeraysh naar de Profeet (vrede zij met hem) zou leiden.”[20]

Zij zeggen: “Wanneer onze Mahdi komt, zal hij Aboe Bakr en Omar weer tot leven brengen, kruisigen en verbranden. Ook zal hij Aa’ishah tot leven brengen en haar straffen.”[21]

Het overdrijven in het prijzen van Ali :ro:
Zij zeggen: “Allah heeft de Boodschapper (vrede zij met hem) tijdens de nacht van Miraadj toegesproken met de stem en de taal van Ali ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn).”[1]

Zij zeggen: “Ali ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) is degene die de mensen over het Paradijs en de Hel zal verdelen, zo zal hij de inwoners van het Paradijs, het Paradijs doen binnentreden en de inwoners van de Hel, de Hel doen binnentreden.” [2]

Zij zeggen: “Allah zal degene die Ali heeft gehoorzaamd het Paradijs doen binnentreden, ook al heeft hij Allah niet gehoorzaamd. En Allah zal degene die Ali ongehoorzaam is geweest de hel doen binnentreden, ook al heeft hij Allah gehoorzaamt.”[3]

Zij zeggen: “Allah heeft geen profeet gestuurd, of Hij heeft hem uitgenodigd bereidwillig of gedwongen te geloven in al-Wilaayiah (gezag) van Ali (moge Allah tevreden met hem zijn).”[4]

Zij zeggen: “Ali zal het Paradijs eerder betreden dan de Profeet (vrede zij met hem).”[5]

Zij zeggen: “De donder is een zaak van jullie vriend.” Als er gevraagd wordt: “Wie wordt er bedoeld met onze vriend?” Dan antwoordden zij: “De leider der gelovigen Ali ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn).”[6]

Zij zeggen: “Eenieder die Ali ongehoorzaam is, is een ongelovige en wie iemand boven Ali plaatst, treedt daarmee buiten het geloof.”[7]

Het plaatsen van hun Imams boven de profeten
Zij zeggen: “Onze twaalf imams zijn beter dan alle profeten en boodschappers (vrede zij met hen).”[8]

Zij zeggen: “De imams van Shi3ah hebben kennis van het verleden en de toekomst en niets ontgaat hen en zij gaan enkel en alleen dood als zij dat willen.”[9]

Zij zeggen: “Er doen zich tussen ons en Allah zaken voor die niet weggelegd zijn voor vooraanstaande engelen en gezonden profeten.”[10]

Zij zeggen dat Allah, Zijn engelen, de profeten en de gelovigen het graf van de leider der gelovigen Ali ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden met hem zijn) bezoeken.”[11]

Zij zeggen: “Het lichaam van onze Mahdi is een joods lichaam.”[12]

Hun zogenaamde Mehdi
Zij zeggen: ,,onze Mehdi zal de heilige moskeeën in Mekkah en Medinah verwoesten, hij zal naar de wet van Aali David oordelen, Allah in het Hebreeuws toespreken en zal een derde van de wereldbevolking doden.” [13]

Zij zeggen: ,,onze Mehdi zal terug komen om wraak te nemen op onze moslim vijanden en zal vrede sluiten met de Joden en de christenen.” [14]

Het aanbidden van graven

Zij zeggen: ,,Het bezoeken van het graf van al-Hoessain Ibnoe Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) is beter dan het verrichten van de bedevaart naar het heilige huis van Allah.” Het is zelfs zo dat de bezoekers van het graf van al-Hoessain allemaal rein zijn, terwijl onder de bedevaarders naar Mekka zich bastaardkinderen bevinden.” [15]

Zij zeggen: ,,Karbalaa is de meest heilige islamitische plek die er is, het is zelfs heiliger dan Mekkah, Medinah en Bait al-Maqdes.” [16]

Zij zeggen: ,,Het eten van de aarde van het graf van al-Hoessain is een genezing voor alle ziektes.” [17]

De haat die zij hebben jegens de inwoners van Mekkah en Medinah
Zij zeggen: ,,de inwoners van Mekkah begaan openlijk Kufr (ongeloof) en de inwoners van al-Madinah zijn zeventig keer erger dan de inwoners van Mekkah.” [18]

Hun geloof is Taqiah[19]
Zij zeggen: ,,degene die ons geloof geheim houdt, zal door Allah geëerd worden en degene die ons geloof bekendmaakt, zal door Allah vernederd worden.” [20]

Zij zeggen: ,,Hij heeft geen geloof, degene die geen Taqiah heeft.” [21]

Zij zeggen: ,,Alle mensen zijn bastaards, behalve ash-Shi3ah.” [22]

[1] Firaaq ush-shie3ah van Nobochtie, blz. 22; Ikhtiaar Macrifat ur-Ridjaal van Toesi, blz. 107.
[2] Al-Anwaar An-Noe3maaniyyah van Nicmatullah al-Djazaa’iri, boekdeel 2, blz 278.
[3] Manhadj an-Nadjaat van al-Faidh al Kashaanie blz. 48.
[4] Haq ul-Yaqeen van cAbdullah Shibr, boekdeel 2, blz. 189.
[5] Moestadrak al-Wasaa’il van an-Noeri at-Taboersie, boekdeel 2, blz. 148.
[6] Sahiefat ul-Abraar van Mirza Mohammed at-Taqiyy, boekdeel 2, blz. 140.
[7] Hier volgen de namen van een aantal grote Sjiietische geleerden die menen dat de Koran gewijzigd is:
* Ali ibnoe Ibraahiem al-Qoemmie
* Ni3matullah al-Djazaa’iri
* Al-Faidh al Kashaanie
* Ahmed at-Taboersie
* Mohammed Baaqir al-Madjelisi
* Al Moefied
* Adnaan al-Bahraani
* An-Noeri at-Taboersie
* Habiebullah al-Khoe’ie
* Mohammed ibnoe Yacqoeb al-Kolienie
* Mohammed al-Ayaashi
[8] Manhadj al-Baraacah van Habiebullah al-Khoe’ie, boekdeel 2, blz. 216.
[9] Fasl ul-Khitaab fi Tahriefi Kitaab Rabb il-Arbaab van An-Noeri at-Taboersie, blz. 18.
[10] Al-Foeroe min al-Kaafie van Al-Kolienie, boekdeel 5, blz. 516.
[11] Al-Anwaar An-Noe3maaniyyah van Ni3matullah al-Djazaa’iri, boekdeel 1, blz. 17.
[12] Bihaar ul-Anwaar van al-Madjelisi boekdeel 43 blz 78.
[13] Ridjaal Al-Koshi van al-Koshi, blz. 103.
[14] Ash-Shihaab ath-Thaaqib van Yoesoef al-Bahraani, blz. 236.
[15]As-Siraat ul-Moestaqiem van Zain ud-Dien an-Nabaati al-Bayaadhi, boekdeel 3, blz. 165.
[16]As-Siraat ul-Moestaqiem van Zain ud-Dien an-Nabaati al-Bayaadhi, boekdeel 3, blz. 168.
[17] Ar-Rawdah min al-Kaafi van Al-Kolienie, boekdeel 8, blz. 245.
[18] Haq al-Yaqeen van Al-Madjelisi blz 519.
[19] Bihaar al-Anwaar van Al-Madjelisi boekdeel 69 blz 137-138.
[20] Tafsier al-Borhaan van Haashim Al-Bahraani.
[21] Ar-Radj3ah van Ahmed al-Ahsaa’ie blz 116, 161.

[1] Kashf al-Yaqeen fi fadaa’ili Amieril-moe’minien, Hassan Ibnoe Yoessef al-Mottahar al-Hillie, blz. 229.
[2] Basaa’ir ad-Dardjaat, As-Saffaar, boekdeel 8, blz 235.
[3] Kashf al-Yaqeen fi fadaa’ili Amieril-moe’minien, Hassan Ibnoe Yoessef al-Mottahar al-Hillie, blz 8.
[4] Al-Asraar al-alawyah, Mohammed al-Mascoedi, blz. 190.
[5] Illal ash-Sharaa’i, Ibn Babaweeh al-Qommie, blz. 205.
[6] Al-Ikhtissas, Al-Moefied, blz 327.
[7] Bishaarat al-Moestaffah, Shi3at al-Mortadhah, boekdeel 2, blz. 79.
[8] Al-Anwaar An-No3maaniyyah van Ni3mat-Ullah al-Djazaa’iri, boekdeel 3, blz. 308.
[9] Oessoel al-Kaafi, al-Koleenie, boekdeel 1, blz. 258 en 260.
[10] Tahrier al-Wasielah, al-Khomaynie, blz. 94.
[11] Al-Foeroe min al-Kaafie, Al-Koleenie, boekdeel 4, blz. 580.
[12] Al-Imaam al-Mahdi, Mohammed al-Qazwinie, blz. 53.
[13] Bihaar al-Anwaar van Al-Madjelisi boekdeel 52 blz 338, Oessoel al-Kaafi van al-Koleenie boekdeel 1 blz 397.
[14] Bihaar al-Anwaar van Al-Madjelisi boekdeel 52 blz 376.
[15] Bihaar al-Anwaar van Al-Madjelisi boekdeel 98 blz 85.
[16] Masaabih al-Djinaan van 3abbas al-Kashaanie blz 360.
[17] Al-Mazzaar van al-Mofied blz 125.
[18] Oessoel al-Kaafi van al-Koleenie boekdeel 2 blz 410.
[19] Taqiah staat voor het achterhouden van de waarheid.
[20] Oessoel al-Kaafi van al-Koleenie boekdeel 2 blz 222.
[21] Oessoel al-Kaafi van al-Koleenie boekdeel 2 blz 217.
[22] Ar-Rawdah Mina al-Kaafi van Al-Koleenie boekdeel 8 blz 285.

Umm_Imran
14-04-2012, 04:30
De Shi’ieten plaatsen hun Iemaams boven de Boodschapper.

Geschreven door Shaych Moehibboedien Al-Khatieb.

...Terwijl de Shi’ieten beweren dat hun Twaalf Iemaams bovenmenselijke krachten van kennis bezitten die het rijk van het ongeziene omvat, ontkennen zij hetgeen waar Allaah de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) kennis van heeft gegeven van de onwaarneembare dingen, dingen zoals de schepping van de hemelen en de aarde, en de beschrijving van Paradijs en het Hellevuur.

Deze godslastering stond vermeld in het tijdschrift ‘Risalatoel-Islaam’ (De Boodschap van Islaam), uitgegeven door ‘Daaroet-Taqrieb’. In een artikel, in de vierde uitgave van het tijdschrift jaargang vier op blz. 368, geschreven door het hoofd van het Hoge Shia Gerechtshof in Libanon –welke zij als één van hun grote hedendaagse geleerden rekenen- getiteld ‘Min Ijtihaadie Shia Al-Iemaamia’ (Enkele onafhankelijke Shi’ietische Oordelen), hij citeerde hier van hun moejtahied geleerde- Mohammed Hassan Al-Ishtiyanie, dat deze in zijn boek (Bahr al-Fawaa`id) 1/267 zegt:
“Als de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) een kennis gaf betreffende de goddelijke wetgevingen zoals: over hetgeen de kleine reiniging ongeldig maakt, of de regelgevingen die te maken hebben met menstruatie en postnatale bloedingen, dan is het noodzakelijk om hem te geloven, en de toepassing van deze regelgevingen zijn verplicht voor ons. Maar als de Profeet een uitspraak deed betreffende het Ongeziene, bijvoorbeeld over de schepping van de hemelen en de aarde, of de maagden van het Paradijs en zijn paleizen, dan is het niet verplicht noch bindend voor iemand, zelfs als het met zekerheid bekend is dat de uitspraak van de Profeet gekomen is.”

Hoe vreemd is het, dat zij valselijk de kennis van het Ongeziene aan hun iemaams toeschrijven, en dat zij zich vasthouden aan die valsheid ondanks dat zij geen enkel bewijs hebben om de correctheid hiervan tot stand te brengen. Tegelijkertijd beschouwen zij het niet verplicht voor zichzelf om de openbaringen betreffende het Ongeziene te accepteren welke in de Verzen van de Qor’aan en de authentieke overleveringen vermeld staan en daarmee afdoende bewezen zijn. Voeg hierbij toe dat alles waarvan het geverifieerd is dat het van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) komt niets anders is behalve openbaring dat hem geopenbaard is; en voorzeker, de Profeet spreekt niet vanuit zijn eigen begeerten.

Degene die een vergelijking maakt tussen hetgeen wat de Shi’ieten aan hun iemaams toeschrijven en hetgeen wat authentiek wordt toegeschreven aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) betreffende aangelegenheden van het Ongeziene, komt tot de conclusie dat hetgeen wat geverifieerd kan worden van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) betreffende het Ongeziene, zoals die vermeld staan in de Qor’aan en de authentieke gezaghebbende overleveringen, niet eens een fractie uitmaken van de grote menigte aan vervalste overleveringen betreffende kennis van het Ongeziene welke worden toegeschreven aan de Twaalf Iemaams. En dit ondanks het onbetwistbare feit dat Goddelijke Openbaring volledig is opgehouden met het overlijden van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem).

Wat degenen betreft die deze kennis van het Ongeziene toeschrijven aan de twaalf iemaams, daarvoor is het voldoende om te zeggen dat zij welbekend zijn bij de Soennietische hadiethgeleerden (die van Djarh wa T’adiel) als zijnde leugenaars, en vervalsers van hadiethliteratuur. Desondanks zijn de Shi’ietische volgers van deze overleveraars hier onverschillig over, en accepteren blindelings de beschrijvingen van het Ongeziene die aan hun iemaams worden toegeschreven. Terwijl het tijdschrift (Risaalatoel-Islaam), hetgeen een uitgave van Daar at-Taqrieb is, en de rechter in hun Hoge Gerechtshof in Libanon en hun moedjtahid-geleerde Mohammed Hasan al-Ishtiyaanie met genoegen applaudisseren voor de bewering dat het accepteren van hetgeen wat authentiek wordt toegeschreven aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) met betrekking tot het Ongeziene niet bindend voor hen is. In werkelijkheid willen zij het gebied van de missie van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) beperken tot aangelegenheden van een secundaire juridische aard, zoals de zaken die de kleine reiniging ongeldig maken, of de regelgevingen die te maken hebben met menstruatie en postnatale bloedingen en andere, zoals vermeld wordt door Al-Ishtiyanie (zie citaat hierboven).

Terwijl zij de status van hun iemaams, betreffende de kennis van het Ongeziene, verheffen boven dat van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) (ondanks dat hij het was die de openbaring kreeg, en hun iemaams dit niet voor zichzelf claimden), zien wij niet hoe er na zulke godslastering ooit nog enige verzoening tussen ons en hen kan ontstaan!

Arabische bron: ‘Al-Khoetoet Al-‘Ariedah’ blz: 29-31.\

Umm_Imran
14-04-2012, 04:40
Raafidah beschuldigen Moeder der gelovigen Aicha(radia Allaaho 3anhaa)van overspel

Aisha van overspel beticht (vertaalde tekst)

Al-Zuhrī heeft het volgende verhaal van Aisha (Aicha) samengesteld uit overleveringen van ʿAlqama ibn Waqqāṣ, van Saʿīd ibn Djubayr en van ʿUbaydallāh ibn ʿAbdallāh. Zij hebben hem allemaal een deel van het verhaal verteld; de een had er meer van onthouden dan de ander, en al-Zuhrī heeft samengevat wat zij hebben meegedeeld.

Ook Yaḥyā ibn ʿAbbād en ʿAbdallāh ibn abī Bakr vertellen dit, op gezag van Aisha zelf, de eerste via zijn vader, de laatste via ʿAmra bint ʿAbd al-Raḥmān. Het verhaal in zijn geheel is dus afkomstig van al deze personen, en allemaal zijn het betrouwbare zegslieden van het geen zij uit Aisha’s eigen mond hebben gehoord.

Haar verhaal luidt dan als volgt: Als de profeet een tocht wilde ondernemen lootte hij altijd onder zijn vrouwen welke hij mee zou nemen. Dat deed hij ook bij de expeditie tegen Muṣṭaliq. Het lot viel op mij(Aicha), dus de profeet nam mij mee. Bij zulke gelegenheden aten de vrouwen maar net genoeg om in leven te blijven en propten zich niet vol met vlees, want dan zouden ze te zwaar worden. Als mijn kameel werd gezadeld zat ik meestal al in mijn draagstoel; dan kwamen de mannen die hem moesten zadelen: ze pakten de draagstoel van onderen vast en tilden hem op, ze zetten hem op de rug van de kameel en bonden hem vast met de touwen. Dan namen ze de kameel bij de teugel en gingen op weg.

Welnu, na deze tocht hield de profeet op de terugweg ergens halt, al vrij dicht bij Medina, waar wij een deel van de nacht doorbrachten. Daarna liet hij het sein tot vertrek geven en de reis werd voortgezet. Ik was juist even uitgestapt om mijn behoefte te doen. Om mijn hals had ik een ketting van onyx uit Ẓafār, en toen ik klaar was, was deze van mijn hals gegleden zonder dat ik er erg in had; teruggekomen bij het kamp voelde ik ernaar, maar het was er niet meer. Intussen was de troep al aan het opbreken. Ik ging terug naar de plaats waar ik was geweest, om die ketting te zoeken, en daar vond ik hem inderdaad. Maar de mannen die mijn kameel moesten zadelen hadden dat al gedaan; ze hadden de draagstoel gepakt in de veronderstelling dat ik erin zat, als altijd; ze hadden hem opgetild en op de kameel gebonden omdat ze er niet aan twijfelden dat ik erin zat, en vervolgens waren ze vertrokken. Toen ik terugkwam bij het kamp was er geen levende ziel meer te bekennen: iedereen was al weg.

Ik huilde mij dus maar in mijn gewaad en ging liggen op diezelfde plaats, want ik begreep dat ze wel terug zouden komen zodra ik gemist werd. Nauwelijks lag ik daar of Ṣafwān ibn Muʿaṭṭal uit de stam Sulaym kwam voorbij; hij was achtergebleven voor het een of ander en had niet in het kamp overnacht. Hij zag mijn gestalte, kwam dichterbij en bleef vlak bij mij staan. Nu had hij mij vroeger wel gezien, in de tijd dat we ons nog niet hoefden te sluieren, dus toen hij mij daar aantrof riep hij in opperste verbazing: ‘De vrouw van de profeet!’ hoewel ik helemaal in mijn gewaad gehuld lag. Hij vroeg waarom ik was achtergebleven, maar ik sprak niet tegen hem.

Daarop haalde hij zijn kameel en zei dat ik daar op moest gaan zitten. Terwijl ik opsteeg hield hij zich op een afstand; hij nam de kameel bij de teugel en ging snel de troep achterna, maar we haalden hen pas ‘s ochtends in, en niemand had mij nog gemist. De mannen hadden halt gehouden en terwijl ze aan het rusten waren zagen ze de man verschijnen die mij terugbracht. Toen begonnen de leugenaars al meteen die praatjes te verspreiden, zodat het kamp in rep en roer geraakte, maar daar wist ik volstrekt niets van. Dadelijk na onze terugkeer in Medina werd ik namelijk ernstig ziek, zodat ik niets over de zaak hoorde. Het gerucht was wel tot de profeet en mijn ouders doorgedrongen, maar zij repten er tegen mij met geen woord over. Alleen was de profeet niet zo aardig tegen me; want als ik ziek was had hij altijd zo met mij te doen en was hij heel aardig tegen me, maar deze keer was hij dat niet en dat vond ik wel erg. Als hij op bezoek kwam, vroeg hij alleen maar aan mijn moeder, die mij verzorgde: ‘Hoe is het met haar?’ Dat was alles, en daar tobde ik over.

Omdat hij zo bars tegen me deed, vroeg ik of het goed was dat ik naar mijn moeder overgebracht werd, zodat die me kon verplegen. ‘Je doet maar,’ zei hij. Ik werd dus naar mijn moeder overgebracht, en nog steeds wist ik volstrekt niet wat er aan de hand was, tot ik weer beter was, ruim drie weken later. Nu waren wij Arabische mensen, en we hadden niet zulke privaten in onze huizen als buitenlanders hebben; daar hadden wij een grote hekel aan. Wij gingen altijd naar de open plaatsen van Medina; elke avond gingen de vrouwen daar hun behoefte doen.

Op een avond ging ik met Umm Misṭaḥ uit het geslacht ʿAbd Manāf, die een tante van mijn vader was. Terwijl ze met mij opliep struikelde ze over haar gewaad en riep uit: ‘Laat Misṭaḥ doodvallen!’ Ik zei: ‘Dat is wel lelijk gezegd over een man uit de Emigranten die bij Badr heeft gevochten!’ Ze zei: ‘Heb je het nieuws dan nog niet gehoord?’ en toen ik zei van niet, vertelde ze me welke praatjes de leugenaars rondstrooiden. ‘Dat was het dus!’ riep ik, en ze zei: ‘Ja waarachtig, zo is het.’ Toen kon ik mijn behoefte niet meer doen; ik ging terug en o, wat heb ik gehuild! Ik dacht dat mijn lever zou barsten. Tegen mijn moeder zei ik: ‘God vergeve het u, de mensen roddelen over mij en u vertelt me dat niet eens!’ Zij troostte mij: ‘Kindje, trek het je niet zo aan! Want heus, als een vrouw mooi is en haar man houdt van haar, dan hebben zijn andere vrouwen altijd van alles over haar te vertellen, en de andere mensen net zo goed.

Intussen had de profeet de mensen toegesproken, buiten mijn weten, en hij had gezegd, na Allaah te hebben geprezen: ‘Waarom vallen sommige mensen mij lastig over mijn gezin en verspreiden praatjes die niet waar zijn? Ik weet werkelijk niets dan goeds van hen, en van de man over wie ze dat zeggen net zo: als hij in een van mijn huizen komt doet hij dat alleen in mijn gezelschap.’
De grootste boosdoeners waren Abdallāh ibn Ubayy, uit Khazradj, en Misṭaḥ en Ḥamna bint Djaḥsh; deze laatste omdat haar zuster Zaynab met de profeet getrouwd was en de enige van zijn vrouwen was die een echte mededingster voor mij was. Zaynab zelf werd door God beschermd, door haar geloof; zij sprak geen onvertogen woord, maar Ḥamna strooide allerlei praatjes rond en werkte mij tegen met het oog op haar zuster, en daar had ik veel van te lijden.

Nadat de profeet zo gesproken had zei Usayd ibn Ḥuḍayr: ‘profeet, als het mannen van Aws zijn, laten wij u dan van hen afhelpen, en als ze tot onze broeders uit Khazradj behoren hoeft u ons maar te bevelen, want zij moeten zeker onthoofd worden.’ Toen stond Saʿd ibn ʿUbāda op, die daarvoor altijd was beschouwd als een fatsoenlijk man, en zei: ‘God almachtig, je liegt! We onthoofden ze niet! Jij zou dat heus niet gezegd hebben als je niet wist dat het Khazradjieten waren; als ze tot jouw stam hadden behoord had je het niet gezegd!’ ‘Je liegt zelf!’ zei Usayd, ‘want jij bent een huichelaar die het opneemt voor de Halfhartigen!’ De mannen namen al een dreigende houding aan en het had niet veel gescheeld of die twee stammen, Aws en Khazradj, waren elkaar aangevlogen.

Daarop kwam de profeet bij mij op bezoek. Hij ontbood ʿAlī en Usāma ibn Zayd en vroeg hen om raad. Usama sprak waarderende woorden over mij, en zei verder: ‘Profeet, het gaat om uw familie en wij weten niets dan goeds van hen. Dit is onzinnige leugenpraat.’ Maar ʿAlī zei: ‘Profeet, er zijn zoveel vrouwen, u kunt gemakkelijk een andere nemen. Vraag het maar eens aan de slavin, die zal de waarheid wel vertellen.’ De profeet riep dus Barīra om haar te ondervragen. ʿAlī gaf haar een paar harde klappen en zei: ‘Vertel de profeet de waarheid!’ ‘Ik heb over Aisha niets kwaads te zeggen,’ zei ze, ‘behalve dat ze, als ik deeg heb gekneed en haar zeg dat ze er even op moet letten, soms in slaap valt; dan komt het schaap en eet het op.’

Daarop kwam de profeet mijn kamer binnen, waar mijn ouders ook waren, en nog een vrouw van de Helpers die met mij zat te huilen. Hij ging zitten en zei, na God te hebben geprezen: ‘Aisha, je weet wat de mensen van je zeggen. Vrees God, en als je een misstap hebt begaan, zoals de mensen zeggen, toon God dan berouw, want hij neemt van de mens berouw aan.’ Zodra hij dat zei voelde ik geen tranen meer. Ik verwachtte dat mijn ouders de profeet antwoord zouden geven, maar zij zeiden niets. Bij God, ik vond mijzelf zo onbelangrijk dat ik er niet eens aan dacht dat God koranverzen over mij zou openbaren, die in de moskeeën gelezen zouden worden en gezegd bij de ṣalāt, maar ik hoopte wel dat de profeet in zijn droom iets zou zien, of dat God hem iets zou laten weten dat mij van de blaam zou zuiveren, want hij wist dat ik onschuldig was; maar een koranvers, nee, daarvoor vond ik mijzelf te min. Ik merkte dat mijn ouders niets zeiden en vroeg waarom ze de profeet geen antwoord wilden geven. Zij zeiden dat ze werkelijk niet wisten wat ze moesten antwoorden. Bij God, ik ken geen huisgezin dat zoveel heeft doorgemaakt als dat van Abū Bakr in die tijd. Toen ze maar zaten te zwijgen voelde ik mijn tranen weer opkomen en zei: ‘Nooit zal ik God hierover berouw tonen. Ik weet, als ik beken wat de mensen van mij zeggen—terwijl God weet dat ik onschuldig ben—dat ik dan iets zeg dat niet waar is, en als ik het ontken geloven jullie me niet.’ Ik probeerde mij de naam van Yaʿqūb te herinneren, maar ik kon er niet op komen; daarom zei ik maar: ‘Ik zal antwoorden zoals de vader van Yūsuf: Dus mooi geduld oefenen, en God is het wiens hulp wordt ingeroepen tegen jullie gepraat.’ (k. 12:18)

De profeet was nog niet opgestaan of er kwam een openbaring, op de gewone wijze. Hij werd in zijn gewaad gehuld en onder zijn hoofd werd een leren kussen gelegd. Ik was niet bang en maakte mij helemaal geen zorgen, want ik wist dat ik onschuldig was en dat God mij niet onrechtvaardig zou behandelen, maar mijn ouders, nee werkelijk, zodra de profeet weer tot zichzelf kwam dacht ik dat ze ter plaatse dood zouden blijven, zo bang waren ze dat God die leugen zou bevestigen. De profeet ging overeind zitten; het zweet parelde van zijn gezicht, als regendruppels op een winterdag. Terwijl hij zijn voorhoofd afwiste zei hij: ‘Goed nieuws, Aisha! God heeft je onschuld geopenbaard!’ ‘God zij dank,’ zei ik.

Toen ging hij naar buiten om de mensen toe te spreken en de koranverzen te reciteren die God geopenbaard had, en Misṭaḥ ibn Uthātha, Ḥassān ibn Thābit en Ḥamna bint Djaḥsh, die het meest schaamteloos de leugen hadden verbreid, liet hij het voorgeschreven aantal geselslagen geven.
In de koranpassage over de lasteraars die de leugenaars naspraken spreekt God: Zij die de leugen hebben verbreid zijn slechts een kleine groep onder u. Beschouwt het niet als iets slechts voor u, neen, het is juist iets goeds. Ieder van hen wordt de zonde die hij begaan heeft aangerekend, maar de grootste boosdoener wacht een ontzaglijke straf. (k. 24:11) Daarmee bedoelde God Ḥassān ibn Thābit en zijn vrienden die die praatjes verkondigden. Voorts sprak hij: Hadden de gelovige mannen en vrouwen, toen jullie het hoorden, maar iets goeds bij zich zelf gedacht. [...] Toen jullie elkaar napraatten en oppervlakkig spraken over iets waarover jullie niets wisten, en dat jullie onbelangrijk vonden, terwijl het toch bij God zwaar weegt. (k. 24:12–15)

Toen dit werd geopenbaard over Aisha en de lasteraars zei Abū Bakr, die Misṭaḥ altijd een toelage gaf, omdat hij een arme verwant van hem was: ‘Nooit zal ik die Misṭaḥ meer iets geven, en nooit zal ik hem meer ergens mee helpen, na alles wat hij over Aisha heeft gezegd en wat hij ons heeft aangedaan.’ Daarover heeft God geopenbaard: Zij die het goed en ruim hebben mogen niet zweren dat zij hun verwanten, de armen en de emigranten op de weg Gods, niets meer zullen geven. Zij moeten juist vergeven en door de vingers zien. Wilt u ook niet dat God u vergeeft? God is vergevend en genaderijk. (k. 24:22)

Daarop zei Abū Bakr: ‘Ja, ik wil dat God mij vergeeft.’ Dus gaf hij Misṭaḥ voortaan weer zijn toelage als tevoren en beloofde hem nooit meer te zullen intrekken.
Aisha heeft ook nog gezegd: Er werden vragen gesteld over Ibn Muʿaṭṭal, en men ontdekte dat het een impotente man was, die nooit een vrouw aanraakte. Later vond hij de dood als martelaar.

Bron (https://www.facebook.com/note.php?note_id=399781273384268)

Umm_Imran
14-04-2012, 04:46
Racisme in het Shi'isme

Een introductie op Racisme binnen het geloof dat zich ''shia'' noemt. In de Islaam is racisme verboden. In een bekende overlevering lezen we:''Allah kijkt niet naar jullie uiterlijk of jullie eigendommen, maar hij kijkt naar jullie hart en jullie daden'' (Overgeleverd door Abu Hurairah/Muslim).

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ


يَا أَيُّهَا النَّاسُ إِنَّا خَلَقْنَاكُمْ مِنْ ذَكَرٍ وَأُنْثَى وَجَعَلْنَاكُمْ شُعُوبًا وَقَبَائِلَ لِتَعَارَفُوا إِنَّ أَكْرَمَكُمْ عِنْدَ اللَّهِ أَتْقَاكُمْ إِنَّ اللَّهَ عَلِيمٌ خَبِيرٌ

13. O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat u elkander moogt kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend. (Surah al Hujuraat)


Laten we nu kijken wat het Shi'isme te zeggen heeft over rascisme:

De zogenaamde 'sahih' overleveringen van de Shia zijn niet sahih als het gaat om de ahadeeth die de Ahlu Sunnah wal Jamaa'a kennen. Veel van hun ahadeeth zijn da'ief, verzonnen of deels niet waar.
Ali ibn Ibrahim, van Haroon bin Muslim, van Mas’adah bin Ziyad, van Abu Abdullah die zei: Amirul m'minin Ali ibn abu talib heeft gezegd: ''Pas op met het trouwen met Negers (Zunj) want zij zijn een lelijke creatie'
bron: (al Kafi, Fil Furuh. Boek van Nikah, overlevering 1)

IMAM Abu Abdullah heeft gezegd: ''Koop zelfs geen negers..Huw niemand van het koerdische volk, want zij maken deel uit van de jinn en duivels''
bron: (al Kafi, Fil Furuh. Boek van Nikah, overlevering 2)

''Imam Abu Abdullah Alayhisalaam heeft gezegd: Koop zelfs geen neger(in)..Huw nooit iemand van het kurdische volk, omdat ze deel uitmaken van de jinn en demonen''
[sahih bron: Al Kafi Fil Furuh, Boek van Nikaah overlevering 2]

Nog een sahih overlevering: Amir ul M'minin Ali alayhisalaam heeft gezegd: ''Pas op met het trouwen met Zunj (negers) want zij zijn een lelijke creatie''
[sahih bron: Al Kafi Fil Furuh, Boek van Nikaah, overlevering 1]

Hier is het online te lezen
http://www.alseraj.net/maktaba/kotob/hadit...kafi-5/218.html
&
http://www.alseraj.net/maktaba/kotob/hadit...ooks/al-kafi-5/

Het gaat om dit stuk: باب من كره مناكحته من الاكراد والسودان وغيرهم


باب من كره مناكحته من الاكراد والسودان وغيرهم 9562 - 1 - علي بن إبراهيم، عن هارون بن مسلم، عن مسعدة بن زياد، عن أبي عبدالله (ع) قال: قال أمير المؤمنين (ع): إياكم ونكاح الزنج فإنه خلق مشوه.(1) 9563 - 2 - علي بن إبراهيم، عن أسماعيل بن محمدالمكي، عن علي بن الحسين، عن عمروبن عثمان، عن الحسين بن خالد، عمن ذكره، عن أبي الربيع الشامي قال: قال لي أبوعبدالله (ع): لاتشتر من السودان أحدا فإن كان لابد فمن النوبة(2) فإنهم من الذين قال الله عزوجل: " ومن الذين قالوا إنا نصارى أخذنا ميثاقهم فنسوا حظا مما ذكروابه(3) " أما إنهم سيذكرون ذلك الحظ وسيخرج مع القائم (ع) مناعصابة منهم ولاتنكحوا من الاكراد أحدا فإنهم جنس من الجن كشف عنهم الغطاء. 9564 - 3 - عدة من أصحابنا، عن سهل بن زياد، عن موسى بن جعفر، عن عمرو بن سعيد، عن محمد بن عبدالله الهاشمي، عن أحمد بن يوسف، عن علي بن داود الحداد، عن أبي عبدالله (ع) قال: لاتناكحوا الزنج والخزر(4) فإن لهم أرحاما تدل على غيرالوفاء قال: والهند والسند والقندليس فيهم نجيب يعني[u] القندهار.[/u[ ___________________________________ (1) الشوه: قبح الخلقة وهو مصدر من باب تعب ورجل اشوه قبيح المنظر وامرأة شوهاء و الجمع شوه مثل أحمر وحمراء وحمر. وشاهت الوجوه تشوه: قبحت وشوهتها قبحتها. (المصباح) (2) النوبة - بالضم -: رهط من بلاد الحبش. (القاموس) (3) المائدة: 14. (4) الزنج بالفتح -: صنف من السودان واحدهم زنجى. والخزر هو ضيق العين وصغرها كانه ينظر بمؤخرها والخزر جيل من الناس. (الصحاح) وفى بعض النسخ [الخوذ]. وهو - بالضم -: صنف من الناس. (*)
De shia kan het hier online lezen:
http://www.al-shia.org/html/ara/books/lib-...afi-5/14.htm#19
English-Arabic Online Dictionary. Free online English-Arabic translation -ECTACO UK (http://www.ectaco.co.uk/English-Arabic-Dictionary/)
Arabic to English Translation (http://translation.babylon.com/Arabic/to-English)
Results: Arabic N الزنجية
See also: Similar words Part of speech nigger N

ZUNJ = NEGERS.

En alle woordenboeken, inclusief de bekende lisaan al arab zegt dat. Zunj betekent ZWARTE MENSEN/NEGERS. puur racistisch.

----------------------------------------------------------------------------
DE ISLAAM IS GEVRIJWAARD VAN DEZE LEUGENS EN KUFR

Bron (https://www.facebook.com/note.php?note_id=399147766780952)

Umm_Imran
14-04-2012, 04:51
De zonen en dochters van Ali radiallahu anhu, en de Imams na hem.


Tussen de **** staat de claims van de shia/rafidayn

*** Benoeming naar Abubakr:
Ten eerste: Als Imam Ali(A) zijn kind naar Abubakr wilde benoemen zou de Imam(A) zijn kind naar de echte naam van Abubakr noemen! Omdat Abubakr geen naam is maar een ‘’Kunya’’ oftewel een soort bijnaam! Over de echte naam van Abubakr zijn er verschillende meningen: 1. Abdul Ka’ba 2. Atieq 3. Abdullah etc.
Dus de Imam(A) zou dan een van die namen gekozen hebben als hij werkelijk zo veel van Abubakr hield!
Ten tweede: Abubakr was de ‘’Kunya’’ van een van de zonen van de Imam(A), en een ‘’Kunya’’ wordt niet exclusief door de vader van een kind gekozen, maar kan ook door de persoon zelf wegens omstandigheden waarmee hij te maken krijgt gekozen worden.
Ten derde: Volgens een overlevering benoemde Amir Al-Mu’minien(A) hem ‘’Abdullah’’. En hij was 25 jaar oud toen hij in Karbala als een martelaar stierf.***
Ten eerste, Een ‘’Kunya’’ oftewel bijnaam is nog een ergere last boven jullie schouder !!******

En ik zal uitleggen waarom. Als er 50 mensen zijn die Henk heten, en Henk is toevallig iemand die jij erg haat, dan ga je ten eerste je zoon GEEN Henk noemen. Maar als je daar genoegen mee neemt en geen bezwaren hebt voor het feit dat Henk geen goede reputatie heeft in je kring dan zij het zo. Maar wanneer je 50 appels hebt, 49 groene en 1 rode, en je moet een appel kiezen (je zoon een naam geven), en je kiest een naam (een appel), maar kiest bijv, de RODE APPEL (bijv. naamwoord/Bijnaam) Aangezien Abu Bakr een bijnaam was, is het klaarblijkelijk dat het om Abu Quhafa ra ging, de Amir ul Mu'minin.

Maar wat hier is gebeurd is schokkend voor de shia. Namelijk, de BIJNAAM is gebruikt en niet de reguliere naam. De bijnaam maakt de situatie UNIEK waardoor het DIRECT naar Abu Bakr zal verwijzen, Abdullah ibn Abi Quhafaa (RA).

Ten tweede, is de naam van de zoon van Ali, zijnde Abu Bakr gedocumenteerd in gerenomeerde Shia boeken door welgekende muhadditheen en klassieke geleerden. Een daarvan is Shaykh al Mufid in zijn KItaabul Irshaad.

***
3. Ouders gaven hun kinderen die namen niet omdat zij een specifieke persoon lief hadden, anders zouden alle Moslims hun kinderen de naam van de heilige Profeet(S) geven en zou iedereen dus Muhammad heten!***

Dit is het meest ZWAKKE argument die in de geschiedenis van online media naar voren is gehaald. Kan je het zelf geloven? De profeet sallalahu aleyhi wasallam heeft 99 namen als je het nog niet wist.
Bovendien veranderde de profeet sallalahu aleyhi wasallam zelf ook namen van mensen in betere, zoals die van Abu Hurayrah en andere Sahaba die bijv, Harb (oorlog) heetten.

Maar dit is niet alles, Hussayn radiallahu anhu, jullie derde Imam noemde zijn zonen ABU BAKR en UTHMAAN (ref. Kitabul Irshad pagina 372)

Zayn al Abidin de vierde imam, noemde zijn zoon Umar, (ibid, 391)
Musa al Kaadhim noemde zijn zoon Abu Bakr (ref. Kashful Ghummah, pagina 217)

Maar ditzelfde repetitie en excuses zijn door de eeuwen heen herhaald. Vandaag de dag zien we GEEN shia met de naam Aishah, jullie credo verkettert haar, bekritiseert haar en weigert haar zelfs als jullie moeder te accepteren. Kijk wat jullie onfeilbare imams hebben gedaan. Ze hebben hun dochters AISHA genoemd.

- De dochter van de 7e onfeilbare imam, Musa al Kaadhim, Aishah heette? Aishah bint Musa al Kadhim.
[Muhammad Taqi Al Tustaari zegt het in Tawaarikh Al Nabi wa –al Aal, pagina 125-126] Shaykh Mufid heeft dit ook overgeleverd in Kitabul Irshad pagina 303,

Een erkend shia boek genaamd Umdat al Taalib van Ubn Anba maakt hier ook melding van op bladzijde 266 in de voetnoot. Bovendien wordt dit feit erkend in Al Anwaar al Nu’maniyyah, volume 1, pagina 380 en in Kashful Ghummah, Abul Hasan Al Irbili, volume 2, pagina 90 en 217]

- Waarom de 8ste onfeilbare imam, Ali Ridhaa, zijn dochter Aishah had genoemd? Aisha bint Ali al-Rida
[Muhammad Taqi Al Tustaari zegt het in Tawaarikh Al Nabi wa –al Aal, pagina 125]

- Waarom de dochter van de 4e onfeilbare imam, Zayn Al Abidin, Aishah heette? Aisha bint Ali Zayn al-Abidin
[Kashful Ghummah, Abul Hasan Al Irbili, volume 2, pagina 334]

- Waarom de dochter van de 10e onfeilbare imam Ali al Hadi, Aisha heette? Aisha bint Ali al-Hadi.
[Kashful Ghummah, Abul Hasan Al Irbili, volume 2, pagina 334 En Shaykh Mufid en Kitabul Irshad pagina 334]

- Waarom heette de dochter van de onfeilbare imam, Ja’far As Sadiq Aishah? Aisha bint Jafar as-Sadiq.
[Kashful Ghummah, Abul Hasan Al Irbili, volume 2, pagina 373]

- Waarom de kleindochter van Imam Ja’far ibn Musa Aishah heette? Aisha bint Ja’far ibn Musaa al Kadhim.
[Abu Al Hasan Al Umari in zijn ‘’Al Mujdi’’pagina 109]

Volgens Shaykh Mufeed heette hij UMAR en niet AMR.
Bovendien was Abu Bakr ook de nickname van Ali Reda:
أبو بكر وهي إحدى كُنى الإمام الرضا كما ذكرها أبو الفرج الأصفهاني في مقاتل الطالبيين.
مقاتل الطالبيين

وكان للحسن ثمانية ذكور وهم. . . وزيد. . . وعمر والقاسم وأبو بكر وعبد الرحمن لأمهاتٍ شتى وطلحة وعبد الله
Umar ibn al Hassan ibn Ali, [Tareekh al Ya’qubi]

عشرون ابناً زاد فيهم عمراً وعقيلاً وثماني عشرةَ بنتاً
[Umar ibn Musa Al Kadhim , Tarikh al Nabi Wa ‘aal]

عشرون ابناً زاد فيهم عمراً وعقيلاً وثماني عشرةَ بنتاً
Uthman ibn Ali ibn Abu Talib,[Al Irshad, Ya’qoobi. Tarikh al Nabi wa’aal]

على رضي الله عنه وقد دخل على الفاروق رضي الله عنه بعد وفاته وهو مسجى فيقول: لوددت ان القى الله تعالى بصحيفة هذا المسجى ، وفي رواية: إني لأرجو الله ان القى الله تعالى بصحيفة هذا المسجى -
الفصول المختارة ، 58 إرشاد القلوب ، 336 معاني الأخبار ، 412 البحار ، 10/296 ، 28/105 ،117

Abu Ja’far al Sudooq pagina 412
‘’Umar ra overleed en zijn lichaam was gewassen en gewikkeld, Ali keek naar hem en zei ‘’Ik zou Allah met niemand anders z’n boek (boek van daden) willen ontmoeten, dan het boek van Umar’’
Dit is een shia overlevering. Zo heeft Ali (RA) zijn dochter Umm Khultum laten trouwen met Umar ibn Khattab (RA).

أبو بصير: كنت جالساً عند أبي عبد الله عليه السلام إذ دخلت علينا أم خالد التي كان قطعها يوسف بن عمر تستأذن عليه. فقال أبو عبد الله عليه السلام: أيسرّك أن تسمع كلامها؟ قال: فقلت: نعم، قال: فأذن لها. قال: وأجلسني على الطنفسة، قال: ثم دخلت فتكلمت فإذا امرأة بليغة، فسألته عنهما (أي أبى بكر وعمر) فقال لها : توليهما، قالت : فأقول لربي إذا لقيته : إنك أمرتني بولايتهما؟ قال : نعم” ["الروضة من الكافي" ج8 ص101 ط إيران تحت عنوان "حديث أبي بصير مع المرأة"].

‘’Een vrouw kwam naar Ja’far As Sidiq en vroeg hem over Abu Bakr en Umar, en of zij loyaliteit moet hebben jegens hen. ‘’Ja’’ zei hij, ‘’En wanneer ik mijn Heer ontmoet, zal ik zeggen dat jij mij hebt aangespoord?’’ Nogmaals zei hij, Ja.’’ [Al Kulayni, Al Rawda minal Kaafi]
إني لأستحي من الله أن أردّ شيئاً منع منه أبو بكر، وأمضاه عمر

Sharh Nahjul Balagha [Ali ra zegt, ik schaam me om iets terug te draaien (Fadak) wat door Abu Bakr en Umar verboden was.

De shia riwaya over de naam van Umar:
حدثني عيسى بن جعفر بن محمد بن عبدالله بن محمد بن عمر بن علي بن أبي طالب عليهم السلام عن آبائه، عن عمر بن علي، عن أبيه علي بن أبي طالب عليه السلام،
Er staat UMAR, en niet AMR, voor alle duidelijkheid, want Shaykh Mufid heeft het niet over Amr. Amr schrijf je bovendien niet zo عمر maar عمرو. Waar de ‘’waw’’ saakin is.
Nog meer ‘’vijandigheid’’ van Ali jegens zijn vrienden Abu Bakr, Umar en Uthmaan in SHIA ahaadith:

إنه بايعني القوم الذين بايعوا أبا بكر وعمر وعثمان ، على ما بايعوهم عليه ، فلم يكن للشاهد أن يختار ولا للغائب أن يرد ، وإنما الشورى للمهاجرين والأنصار ، فإن اجتمعوا على رجل وسموه إماماً كان ذلك لله رضى فإن خرج منهم خارج بطعن أو بدعة ردوه إلى ماخرج منه فإن أبى قاتلوه على اتباعه غير سبيل المؤمنين ، وولاه الله ما تولى

‘’Voorwaar, de mensen die Bay’a aan Abu Bakr, Umar en Uthmaan hadden gegeven, hebben met dezelfde principes Bay’a aan mij gegeven. Diegene die aanwezig was, mag zijn belofte niet verbreken. En voorwaar, Shu’raa (consultatie) is slechts het recht van de Muhaajireen en ******. Als zij over iemand een besluit nemen en hem hun Imaam verklaren, dan is dat met de zegening van Allah.
[Hadith aanwezig in Nahjul Balaghah #6, Bihaar al Anwaar, en Noor al Thaqalain]

Bron (https://www.facebook.com/note.php?note_id=399141900114872)

Umm_Imran
22-08-2012, 12:12
https://fbcdn-sphotos-f-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash3/543281_161165570682166_279048687_n.jpg

Umm_Imran
22-08-2012, 12:12
https://fbcdn-sphotos-b-a.akamaihd.net/hphotos-ak-snc7/317903_160572567408133_1227877853_n.jpg
Tell me, what do you see.. O_o

Umm_Imran
22-08-2012, 12:13
https://fbcdn-sphotos-b-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash3/166555_156781167787273_1399410647_n.jpg

Umm_Imran
22-08-2012, 12:13
https://fbcdn-sphotos-d-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash3/527847_144529249012465_1094405030_n.jpg

Umm_Imran
22-08-2012, 12:13
https://fbcdn-sphotos-c-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash3/559591_143067572491966_785252618_n.jpg
Kifesh deze O_o

Umm_Imran
23-08-2012, 06:14
http://www.youtube.com/watch?v=CfDANJav-Js&feature=plcp

broederrr
16-09-2012, 02:44
http://www.youtube.com/watch?v=w4GzCQt6pRg


http://www.youtube.com/watch?v=w4GzCQt6pRg

Umm_Imran
11-03-2013, 02:50
Shaych Bin Baaz (Rahiemehoellaah) geeft antwoord op een vraag betreffende de Shi'ieten en de 72 dwalende sekten

Arabische Bron: Sharh Kitaab Fadhlil-Islaam, pg. 13, onder voetnoot nummer. 25
Vertaald door: Youssef Ibn Hoessein

De Shaych (rahiemehoellaah) werd gevraagd over de Raafidah (Shi`ieten):

Vraag:

“Zijn zij van de 72 (dwalende) sekten?”

Antwoord:

“Zij behoren tot hen. Echter, onder hen bevinden zich Ongelovigen, maar onder hen bevinden zich ook Moslims. Dus de Raafidah die iets anders aanbidden naast Allaah, zij zijn Ongelovigen. En de Raafidah die Ali over `Uthmaan prefereert, of over ‘as-Sidieq’ (Aboe Bakr), dit zijn geen ongelovigen, maar zij zijn wel Innoveerders. Echter, diegene die smeekbeden maakt naar Ali of een lid van de familie van de Profeet (Ahloel-Bayt) en overdrijven omtrent hen, dan zijn deze mensen zeer zeker Ongelovigen. En zo ook degene die zegt: “Voorwaar, het Profeetschap was voor Ali bedoeld, maar Djibriel was verradelijk (door in de plaats daarvan naar Mohammed te gaan),” zo een persoon is een Ongelovige en een Ketter. Wij zoeken toevlucht bij Allaah (tegen dit). En de 72 sekten, tussen hen zitten ongelovigen, en tussen hen zitten ongehoorzame zondaren. Ook zitten tussen hen afgedwaalde innoveerders, en innoveerders die geen ongelovigen zijn.

Echter, zij zijn allen samen gekomen in de aangelegenheid betreffende het gehoor geven aan de uitnodiging van de Profeet (sallahu aleihi wa sallem). Daarom, zij zijn van de Oemmah van Al-Iejaabah (gehoorgevenden aan de uitnodiging). In tegenstelling tot de Oemmah van Ad-Da`wah (diegenen die uitgenodigd worden), en zij zijn talrijk. De Joden en de Christenen zijn van de Oemmah van Ad-Da`wah… Zij zijn de mensen van het Hellevuur. Echter, deze 73 groeperingen, zij zijn diegenen die gehoor gaven aan de uitnodiging (van de Islaam) en zij beweren dat zij volgelingen zijn van de Profeet (sallalahu aleihie wa sallem).

Zij beweren dat zij gehoor gaven aan zijn uitnodiging. De veilige groep van hen, is de Geredde Groep (Al-Firqatoen-Naadjiyah). Zij zijn diegenen die de Profeet (sallahu aleihi wa sallem) volgen en zijn pad bewandelen. Met betrekking tot de 72 groeperingen, onder hen bevinden zich afgedwaalde personen, en onder hen bevinden zich ongelovigen, en onder hen bevinden zich ongehoorzame zondaren, en onder hen bevinden zich afgedwaalde innoveerders. Zij zijn verschillend in niveau en gradatie, maar zij worden allen bedreigd met het Hellevuur, allemaal. We vragen Allaah voor veiligheid en zoeken toevlucht (tegen dit).”

Umm_Imran
11-03-2013, 02:50
Het verschil tussen Ahl us-Soennah en Shie'ah


Vraag:

Wat is het verschil tussen Ahl us-Soennah en Shie'ah?



Antwoord:

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Boodschapper.

Het verschil tussen Ahl us-Soennah en Shie'ah zit hem niet in één kwestie maar in vele. Eén van de grootste verschillen is wel dat Ahl us-Soennah genadevol spreken over de metgezellen en zeggen (interpretatie van de betekenis):

“Onze Heer, vergeef ons en onze broeders die ons zijn voorafgegaan in het geloof en plaats in onze harten geen wrok jegens degenen die geloven. Onze Heer, voorwaar, U bent Zachtmoedig, Meest Barmhartige.” (Soerat al-Hasjr: 10)

Daartegenover, laten de Shie'ah zich ongepast uit over de metgezellen en zij beschouwen hen als verdorven personen en afvalligen. Wat zij echter niet schijnen te begrijpen is dat het smadelijk bejegenen van de metgezellen tevens een belediging is aan het adres van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), het Islamitische geloof en Allah persoonlijk.

Wat betreft het beledigen van de Profeet (vrede zij met hem); dit vanwege het feit dat een belediging aan het adres van de metgezellen een directe belediging is aan het adres van de Profeet (vrede zij met hem). Dit omdat een mens wordt beoordeeld naar zijn vrienden. Als het is dat zij werkelijk zo verdorven zijn, dan kan men er vanuit gaan dat de Profeet (vrede zij met hem) ook zo was. Allah behoede.

Wat betreft het beledigen van het geloof; dit vanwege het feit dat dit geloof door de metgezellen aan ons is overgedragen. Als zij dan werkelijk zo zijn zoals de Shie'ah doen geloven, hoe kunnen wij dit geloof dan nog betrouwbaar achten, hierop bouwen en als leidraad naar Allah beschouwen.

Wat betreft het beledigen van Allah; dit vanwege het feit dat het onmogelijk is dat de Allerwijze dit soort mensen voor zijn allerbeste Profeet (vrede zij met hem) heeft uitgekozen om hem te vergezellen.

De Shie'ah menen dat zij de aanhangers zijn van Ahl ul-Bayt (de familie van de Profeet vrede zij met hem). Dit terwijl de familie van de Profeet (vrede zij met hem), met 'Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) voorop, het gedachtegoed van de Shie'ah ten stelligste verwerpen. Hoe kan iemand dan een aanhanger zijn van een persoon die zich van hem distantieert.

Degenen die zich met recht de aanhangers van Ahl ul-Bayt kunnen noemen, zijn in werkelijkheid Ahl us-Soennah. Dit omdat zij hen hun volledige rechten toekennen. Het recht van het geloof en het recht van verwantschap aan de Profeet (vrede zij met hem). Zij gaan echter niet tot het extreme door hen goddelijkheid toe te kennen, of door te beweren dat zij meer recht hadden op de Profeetschap dan Mohammed (vrede zij met hem) en dergelijke zaken waaraan een aantal van de Shie'ah zich schuldig maakt.

Tenslotte is het aan ons om de overtuiging van Ahl us-Soennati wal Djamaa'ah met betrekking tot de familie van de Profeet (vrede zij met hem) en de metgezellen te verduidelijken, zodat de valsheid van de Shie'ah boven water komt.

En Allah weet het beter.

Sheich Mohammed ibnoe Saalih al-'Oethaymien

As-Sahwah al-Islamiyah, blz. 278

Umm_Imran
11-03-2013, 02:51
Uitspraken van de Selef over de Shi'ieten


Hieronder heb ik verschillende fataawa van vooraanstaande ‘oelemaa van deze oemmah geplaatst, opdat duidelijk moge worden dat Islaam en Shi’isme twee verschillende religies zijn, en er pas eenheid en broederschap met hen kan bestaan als zij tawbah doen en ondubbelzinnig afstand nemen van hun valse ‘aqiedah en fiqh. Hun ‘aqiedah, die hen leert dat vooraanstaande Metgezellen als Aboe Bakr As-Siddieq, ‘Oemar ibn Al-Khattaab, ‘Aisha of Khaalid ibnoel-Walied (radiyallaahoe ‘anhoem) moenaafiqien en koeffaar waren! Hun ‘aqiedah, die hen leert dat de Qoer’aan zou zijn veranderd door deze edele Metgezellen! Hun ‘aqiedah, die hen leert de ahaadieth van Al-Boekhaarie en Moeslim te verwerpen! Hun ‘aqiedah, die aan de twaalf imaams eigenschappen toeschrijft die alleen aan Allah toebehoren! En hun fiqh, die vele zaken halaal heeft verklaard die duidelijk haraam zijn, zoals het tegelijkertijd getrouwd zijn met een vrouw en haar tante, anale seks en het Moet’ah-huwelijk. Hun fiqh, die hen een andere adhaan voorschrijft en een andere salaat, en nog vele andere voorschriften die afwijken van die van de Moslims.

Ik hoop met het verzamelen en vertalen van onderstaande uitspraken van vooraanstaande geleerden van deze oemmah duidelijk te maken dat degenen die broederschap en eenheid propageren met de Shi’ieten degenen zijn die afdwalen van de weg van de Selef, en niet degenen die afstand nemen van deze dwalende, extremistische sekte.

(Noot: Vaak wordt in onderstaande stukken het woord “Raafidah” gebruikt. Hiermee worden de Shi’ieten bedoeld).

-Talha bin Moesarrif (gest. 112 H. – rahiemahoellaah) heeft gezegd: Ibn Batta heeft met zijn isnaad overgeleverd dat Talha bin Moesarrif heeft gezegd:

“De vrouwen van de Raafidah (Shi’ieten) worden niet gehuwd, en er wordt niet gegeten van de dieren die door hen geslacht zijn, omdat zij afvalligen zijn.” (Overgeleverd door Ibnoe Batta in “Al-Ibaanatoes-Soeghra”, pag. 161)


-En het is overgeleverd van Al-Hassan bin ‘Amr dat die heeft gezegd: “Talha bin Moesarrif heeft gezegd: “Als ik geen woedoe’ had gehad, dan had ik je verteld over wat de Raafidah zeggen.”

(Overgeleverd door Ibnoe Batta in “Al-Ibaanatoel-Koebra”, deel 2, pag. 557, en door Al-Laalakaa’ie in “Sharh As-Soennah” , deel 7, pag. 1269, en door Aboe Noe’aim in “Hiljatoel-Awliyaa’”, deel 5, pag. 15).

-Al-Qaadie Aboe Yoesoef (gest. 182 H. – rahiemahoellaah) heeft gezegd:
“Ik verricht mijn Salaat niet achter een Djahmie, noch achter een Raafidie (Shi’iet) of een Qadarie.”

(“Sharh Oesoel I’tiqaad Ahloes-Soennah, deel 4, pag. 733)


-Imaam Maalik bin Anas (gest. 189 H. – rahiemahoellaah) heeft gezegd: Ashab bin ‘Abdoel-‘Aziez heeft gezegd: “Maalik werd gevraagd over de Raafidah, waarop hij zei: “Praat niet met hen en lever niets van hen over, want zij liegen.”

(Geciteerd door Ibn Taymiyyah in “Minhaadj-oes-Soennah”, deel 1)


-Al-Boekhaarie (gest. 256 H. - rahiemahoellaah) heeft gezegd:“Het maakt mij niet uit of ik achter een Djahmie of een Raafidie de Salaat verricht, of dat ik bid achter de Joden en de Christenen (dwz; zij zijn gelijk, en wie zijn Salaat achter hen verricht, zijn Salaat is ongeldig). En men geeft hen (de Shi’ah) geen salaam, men gaat niet bij hen op bezoek en zij worden niet gehuwd. En zij worden niet als getuigen geaccepteerd, noch wordt er gegeten van de dieren die door hen geslacht zijn.”

(Al-Boekhaarie, “Khalq Af’aal oel-‘Ibaad”, pag. 125)


-Imaam At-Tahaawie (gest. 321 H. - rahiemahoellaah) heeft gezegd:“Wij houden van de Metgezellen van Allah’s Boodschapper (salallaahoe ‘aleihie wa sellem) en we overdrijven niet in onze liefde voor één van hen, noch nemen wij afstand van één van hen. Wij haten eenieder die hen haat en niet goed over hen spreekt, en wij spreken alleen goed over hen (de Metgezellen). En het houden van hen is (een onderdeel van) de Dien, van Imaan en Ihsaan, terwijl het haten van hen (zoals de Shi’ieten doen) Koefr is, en Nifaaq en opstandigheid.”

(Imaam At-Tahaawie in zijn “Al-‘Aqiedatoet-Tahaawiyyah”)


-Sheikh-oel-Islaam Ibn Taymiyyah (gest. 728 H. - rahiemahoellaah) heeft gezegd: “En Allah weet, en Allah is ons genoeg als Getuige: Onder alle sektes die zichzelf als Moslim beschouwen, is er geen sekte die erger is in bid’ah en dwaling dan zij: er is geen sekte onwetender, er is geen sekte die meer liegt en onrechtvaardiger is, en er is geen sekte die dichter bij de koefr en verdorvenheid en zondigheid zit, en er is geen sekte die verder verwijderd is van de werkelijkheid van imaan dan zij.”

(Ibn Taymiyyah, “Minhaadj As-Soennah”, deel 1, pag. 160)

-En ook heeft hij gezegd: “En de geleerden die gespecialiseerd zijn in de hadiethwetenschappen, waren het er over eens dat de Raafidah de meest leugenachtige van alle sektes zijn, en de leugen zit van oudsher in hun. En daarom wisten de imaams van de Islaam dat zij zich onderscheidden vanwege hun vele leugens.”

(“Minhaadj As-Soennah”, deel 1, pag. 66)


-Ibnoel-Qayyim (gest. 751 H. - rahiemahoellaah) heeft gezegd:
“Zij zijn ontbloot voor de mensheid, en een onderwerp van spot. Iedere bezitter van verstand drijft de spot met hen.”

(Ibnoel-Qayyim in “Al-Manaar Al-Moenief”, pag. 152)


-Ibn Kethier (gest. 774 H. - rahiemahoellaah) heeft gezegd:“Maar zij zijn een in de steek gelaten sekte, een verachtelijke groepering, die vasthoudt aan de aya’s van twijfelachtige betekenis, terwijl zij de duidelijke bevelen in de steek laten waarover de imaams van de Islaam het eens zijn.”

(Ibn Kethier in “Al-Bidaaya wan-Nihaaya”, deel 5, pag. 251)


-Sheikh Moehammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab (gest. 1206 H. - rahiemahoellaah) heeft gezegd: “Dus die Imaamiyyah (een andere benaming voor de grootste sekte van alle Shi’ieten) vallen buiten de Soennah, nee zelfs buiten de religie. Zij vallen in overspel en hoe talrijk zijn de poorten naar overspel die zij voor zichzelf hebben geopend via de vagina en de anus (gemeenschap via de anus is bij hen toegestaan). Dus hoe groot is de kans dat zij bastaardkinderen zijn!”

(Moehammed ibn ‘Abdoel-Wahhaab in zijn weerlegging van de Shi’ieten, pag. 42).

Dit is slechts een kleine greep uit de vele uitspraken van onze ‘oelemaa die hierover bekend zijn bij iedere student van kennis, vanaf de beginperiode tot in deze tijd. Hoe kunnen wij dus met deze extremistische sekte zitten en lachen en handen schudden en eten en drinken, en zelfs trouwen, terwijl zij de geliefden van Allah vervloeken en de Soennah verwerpen? Eenieder met een greintje imaan en kennis zal begrijpen dat deze twee zaken niet samengaan in het hart van een moe’min die zich zorgen maakt om zijn geloof, dus laat eenieder van ons zijn Rabb vrezen. Wal-hamdoe lillaahie Rabbiel-‘Aalemien.

Umm_Imran
26-05-2013, 01:33
https://fbcdn-sphotos-a-a.akamaihd.net/hphotos-ak-prn1/936736_469865346421880_930208119_n.jpg

Paspoort van de shia dat hen zehma toegang moet geven in het Paradijs. Er staat ook op: "Passport for entrance into Jannah".

recepten
17-06-2013, 07:54
Salaam broeder en zuster,


De shjieten zijn laatste tijd extra bezig om onze umma te laten afdwalen van Dien elhaq.
Vandaar deze topic. Ik hoop dat iedereen mee helpt om zo onze Umma te behoeden van deze Moshriqeen.

Pas op voor de sjiieten!!!! Zusters en broeders.

recepten
17-06-2013, 08:02
http://www.youtube.com/watch?v=EWhr1cod5OU


http://www.youtube.com/watch?v=KeaFmZem5_E

recepten
17-06-2013, 09:23
http://www.youtube.com/watch?v=nGj9WqF8gxo

Umm_Imran
18-06-2013, 12:30
Samengevoegd.

Umm_Imran
10-08-2013, 11:41
http://www.youtube.com/watch?v=cAn3Vb9iFWw

Umm_Imran
11-08-2013, 12:05
What is the position on the 12 Imams of the Shia, especiallt the later ones?.


Praise be to Allaah.
Firstly:

The Raafidis, Imamis or Ithna ‘Asharis (“Twelvers”) are one of the branches of Shi’ism. They are called Raafidis because they rejected (rafada) most of the Sahaabah and they rejected the leadership of the two Shaykhs Abu Bakr and ‘Umar, or because they rejected the imamate of Zayd ibn ‘Ali, and deserted him. They called Imamis because they are primarily focused on the issue of imamate, and they made it a basic principle of their religion, or because they claim that the Messenger (peace and blessings of Allaah be upon him) stated that ‘Ali and his descendents would be imams. They are called Ithna ‘Asharis (“Twelvers”) because they believe in the imamate of twelve men from the Prophet’s family (ahl al-bayt), the first of whom was ‘Ali (may Allaah be pleased with him) and the last of whom was Muhammad ibn al-Hasan al-‘Askari, the supposed hidden imam, who they say entered the tunnel of Samarra’ in the middle of the third century AH and he is still alive therein, and they are waiting for him to come out!

They hold beliefs and principles which are contrary to those of the people of Islam, such as the following:

-1-

They exaggerate about their imams, claiming that they are infallible, and they devote many acts of worship to them such as supplication, seeking help, offering sacrifices and tawaaf (circumambulating their tombs). This is major shirk which Allaah tells us will not be forgiven. These acts of shirk are committed by their scholars and common folk alike, without anyone among them objecting to that.

-2-

They say that the Holy Qur’aan has been distorted, and that things have been added and taken away. They have books concerning that which are known to their scholars and many of their common folk, and they even say that believing that the Qur’aan has been distorted is an essential tenet of their beliefs. See the answer to question no. 21500.

-3-

They regard most of the Sahaabah (may Allaah be pleased with them) as kaafirs, and disavow them, and they seek to draw closer to Allaah by cursing and reviling them. They claim that they apostatized after the death of the Prophet (peace and blessings of Allaah be upon him) except very few (only seven). This is a rejection of the Qur’aan which affirms their virtue, and says that Allaah was pleased with them and chose them to accompany His Prophet (peace and blessings of Allaah be upon him). It also implies a slur against the Qur’aan itself, because it was transmitted via them; if they were kuffaar then there is no guarantee that they did not distort it or change it. This is what the Raafidis believe anyway, as stated above.

Shaykh al-Islam Ibn Taymiyah (may Allaah have mercy on him) said: As for the one who goes further and claims that they apostatized after the Messenger of Allaah (peace and blessings of Allaah be upon him) died, apart from a small number, no more than ten or so, or that they became evildoers, there is no doubt that he is a kaafir, because he is rejecting what it says in the Qur’aan in more than one place, that Allaah was pleased with them and praised them. Indeed, the one who doubts that such a person is a kaafir is to be labelled as a kaafir himself, because what this view implies is that those who transmitted the Qur’aan and Sunnah were kuffaar or rebellious evildoers. The verse says “You (true believers in Islamic Monotheism, and real followers of Prophet Muhammad صلى الله عليه وسلم and his Sunnah) are the best of peoples ever raised up for mankind” [Aal ‘Imraan 3:110], and the best of them were the first generation. But according to this view, most of them were kaafirs and rebellious evildoers, and this ummah is the worst of nations and the earliest generations of this ummah were the most evil of them. The fact that this is kufr is something that no Muslim has any excuse for not knowing. End quote from al-Saarim al-Maslool ‘ala Shaatim al-Rasool (p. 590).

-4-

They attribute badaa’ to Allaah, i.e., forming a new opinion that was not held before. This implies attribution of ignorance to Allaah, may He be exalted.

-5-

They believe in taqiyah (dissimulation) which means showing outwardly something other than what one feels inside. In fact this is lying and hypocrisy and skill in deceiving people. This is not something that they do at times of fear; rather they regard use of taqiyah as a religious duty for minor and major matters, at times of fear and times of safety. Whatever of truth was narrated from one of their imams, such as praise for the companions of the Prophet (peace and blessings of Allaah be upon him), or agreeing with Ahl al-Sunnah, even in matters of purification or food and drink, is rejected by the Shi’ah who say that the Imam only said that by way of taqiyah.

-6-

Belief in raja’ah, which is the belief that the Prophet (peace and blessings of Allaah be upon him) and the members of his household (ahl al-bayt), ‘Ali, al-Hasan, al-Husayn and the other imams will return. At the same time, Abu Bakr, ‘Umar, ‘Uthmaan, Mu’aawiyah, Yazeed, Ibn Dhi’l-Jooshan and everyone who harmed Ahl al-bayt – according to their claims – will also return.

All of these people will return – according to their beliefs – to this world once more before the Day of Resurrection, when the Mahdi reappears, as the enemy of Allaah Ibn Saba’ told them; they will return in order to be punished because they harmed Ahl al-Bayt and transgressed against them and denied them their rights, so they will be severely punished, then they will all die, then they will be resurrected on the Day of Resurrection for the final recompense. This is what they believe.

And there are other corrupt beliefs which one can find more details about in the following books, which explain how false they are:

al-Khutoot al-‘Areedah by Muhibb al-Deen al-Khateeb (available in English, translated by Abu Bilal Mustafa al-Kanadi)

Usool Madhhab al-Shi’ah al-Imamiyyah by Dr. Naasir al-Qafaari

Firaq Mu’aasirah tantasib ila al-Islam by Dr. Ghaalib ibn ‘Ali ‘Awaaji (1/127-269)

Al-Mawsoo’ah al-Muyassarah fi’l-Adyaan wa’l-Madhaahib wa’l-Ahzaab al-Mu’aasirah (1/51-57).

See also the answer to question no. 1148 and 10272.

The scholars of the Standing Committee for Issuing Fatwas were asked: Is the Imam Shi’ah way part of Islam? Who made it up? Because they, i.e., the Shi’ah, attribute their madhhab to Sayyiduna ‘Ali (may Allaah ennoble his face).

Answer: The Imami Shi’ah madhhab is a fabricated madhhab that has been introduced into Islam. We advise you to read the book al-Khutoot al-‘Areedah and Mukhtasar al-Tuhfah al-Ithna ‘Ashariyyah and Minhaaj al-Sunnah by Shaykh al-Islam [Ibn Taymiyah], which will explain a lot of their innovations.

‘Abd al-‘Azeez ibn ‘Abd-Allaah ibn Baaz, ‘Abd al-Razzaaq ‘Afeefi, ‘Abd-Allaah ibn Ghadyaan. End quote.

Fataawa al-Lajnah al-Daa’imah (2/377).

Secondly:

From the above it is clear that this madhahb is false and that it goes against the beliefs of Ahl al-Sunnah wa’l-Jamaa’ah, and that its beliefs will not be acceptable from anyone, either from their scholars or their common folk.

As for the imams to whom they claim to belong, they are innocent of this lie and falsehood.

There follow the names of these imams:

1- ‘Ali ibn Abi Taalib (may Allaah be pleased with him) who was martyred in 40 AH.

2- Al-Hasan ibn ‘Ali (may Allaah be pleased with him) (3-50 AH)

3- Al-Husayn ibn ‘Ali (may Allaah be pleased with him) (4-61 AH)

4- ‘Ali Zayn al-‘Aabideen ibn al-Husayn (38-95 AH), whom they call al-Sajjaad

5- Muhammad ibn ‘Ali Zayn al-‘Aabideen (57-114 AH) whom they call al-Baaqir

6- Ja’far ibn Muhammad al-Baaqir (83-148 AH) whom they call al-Saadiq

7- Moosa ibn Ja’far al-Saadiq (128-148 AH) whom they call al-Kaadim

8- ‘Ali ibn Moosa al-Kaadim (148-203 AH) whom they call al-Rida (Reza)

9- Muhammad al-Jawaad ibn ‘Ali al-Rida’ (195-220 AH) whom they call al-Taqiy

10- ‘Ali al-Haadi ibn Muhammad al-Jawaad (212-254 AH) whom they call al-Naqiy

11- al-Hasan al-‘Askari ibn ‘Ali al-Haadi (232-260) whom they call al-Zakiy

12- Muhammad al-Mahdi ibn al-Hasan al-‘Askari, whom they call al-Hujjah al-Qaa’im al-Muntazar. They claim that he entered a tunnel in Samarra’, but most researchers are of the view that he did not exist at all, and that he is a Shi’i myth.

See: al-Mawsoo’ah al-Muyassarah (1/51).

Ibn Katheer said in al-Bidaayah wa’l-Nihaayah (1/177): As for what they believe about the tunnel of Samarra’, that is a myth which has no basis in reality and no proof or sound reports. End quote.

Ibn Taymiyah (may Allaah have mercy on him) divided the Imams of the Ithna ‘Ashari Shi’ah into four categories:

1 – ‘Ali ibn Abi Taalib, al-Hasan and al-Husayn (may Allaah be pleased with them). They are noble Sahaabah and no one doubts their virtue and leadership, but many others shared with them the virtue of being companions of the Prophet (peace and blessings of Allaah be upon him) and among the Sahaabah there are others who were more virtuous than them, based on saheeh evidence from the Prophet (peace and blessings of Allaah be upon him).

2 – ‘Ali ibn al-Husayn, Muhammad ibn ‘Ali al-Baaqir, Ja’far ibn Muhammad al-Saadiq and Moosa ibn Ja’far. They are among the trustworthy and reliable scholars. Manhaaj al-Sunnah (2/243, 244).

3 – ‘Ali ibn Moosa al-Rida, Muhammad ibn ‘Ali ibn Moosa al-Jawaad, ‘Ali ibn Muhammad ibn ‘Ali al-‘Askari, and al-Hasan ibn ‘Ali ibn Muhammad al-‘Askari. Concerning them, Shaykh al-Islam (Ibn Taymiyah) said: They did not show a great deal of knowledge such that the ummah might benefit from them, nor did they have any authority by means of which they could help the ummah. Rather they were like any other Haashimis, they occupy a respected position, and they have sufficient knowledge of what which is needed by them and expected of people like them; it is a type is knowledge that is widely available to ordinary Muslims. But the type of knowledge that is exclusive to the scholars was not present in their case. Therefore seeks of knowledge did not receive from them what they received from the other three. Had they had that which was useful to seekers of knowledge, they would have sought it from them, as seekers of knowledge are well aware of where to go for knowledge. Minhaaj al-Sunnah (6/387).

4 – Muhammad ibn al-Hasan al-‘Askari al-Muntazar (the awaited one). He did not exist at all, as stated above.

And Allaah knows best.

Islam Q&A

Umm_Imran
11-08-2013, 12:07
Could you please answer my question about Shee‘ah (Shi‘a) Islam? Is it permissible for one to think badly of the Prophet’s wife ‘Aa’ishah, when anything said about ‘Aa’ishah is from authentic hadeeeths, such as Saheeh al-Bukhaari and Saheeh Muslim?


Praise be to Allaah.

‘Aa’ishah and the other Mothers of the Believers are included among the Companions of the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him), so every text that forbids slandering the Companions refers to ‘Aa’ishah too.

Abu Sa‘eed al-Khudri (may Allah be pleased with him) said: "The Messenger of Allah (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) said: ‘Do not slander my Companions, for if one of you were to spend an amount of gold equivalent to the size of Mount Uhud, you would not even come halfway up to their level." (Reported by al-Bukhaari, al-Fath, no. 3379).

Moreover, the scholars of Sunni Islam are all agreed that whoever condemns ‘Aa’ishah for that of which Allaah has stated she is innocent is a kaafir, because he has rejected Allaah’s statement of her innocence in Soorat al-Noor.

Imaam Ibn Hazm quoted a report with an isnad going back to Hishaam ibn ‘Ammaar, who said: "I heard Maalik ibn Anas say: ‘Whoever curses Abu Bakr should be whipped, and whoever curses ‘Aa’ishah should be killed.’ He was asked, ‘Why do you say that concerning (the one who curses) ‘Aa’ishah?’ He said, ‘Because Allaah says concerning ‘Aa’ishah, may Allah be pleased with her (interpretation of the meaning): "Allaah forbids you from it [slander] and warns you not to repeat the like of it forever, if you are believers." [al-Noor 24:17]’"

Maalik said: "Whoever accuses her goes against the Qur’aan, and whoever goes against the Qur’aan should be killed."

Ibn Hazm said: "This comment of Maalik’s is correct, and it is complete apostasy to reject Allaah’s words that clearly state her innocence."

Abu Bakr ibn al-‘Arabi said: "Because the people who slandered ‘Aa’ishah accused a pure and innocent person of immorality, then Allah exonerated her. So everyone who accuses her of that of which Allah has stated she is innocent is rejecting what Allah says, and everyone who rejects what Allah says is a kaafir. This is the opinion of Maalik, and the matter is very clear to those who have insight."

Al-Qaadi Abu Ya‘laa said: "Whoever slanders ‘Aa’ishah by accusing her of that of which Allah stated her innocence is a kaafir, without doubt. More than one imam stated this ijmaa‘ (consensus) and gave this ruling."

Ibn Abi Moosaa said: "Whoever accuses ‘Aa’ishah, may Allah be pleased with her, of that of which Allaah stated she was innocent has left the religion (is no longer a Muslim) and has no right to marry a Muslim woman."

Ibn Qudaamah said: "It is a part of the Sunnah to say ‘May Allah be pleased with her’ after mentioning the wives of the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him), Mothers of the Believers who are pure and innocent of any evil. The best of them are Khadeejah bint Khuwaylid and ‘Aa’ishah al-Siddeeqah bint al-Siddeeq, whose innocence was stated by Allah; (they are) the wives of the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) in this world and the next. Whoever accuses her of that of which Allah has stated her innocence has rejected the words of Allaah All-Mighty."

Imam al-Nawawi, may Allaah have mercy on him, said: "‘Aa’ishah’s innocence of that of which she was accused is stated definitively in the Qur’aan. If anyone doubts that (may Allah protect us from such a thing), he becomes a kaafir and an apostate, by the consensus of the Muslims."

Ibn al-Qayyim, may Allaah have mercy on him, said: "The ummah is agreed that whoever slanders her is a kaafir."

Al-Haafiz ibn Katheer said, in his Tafseer: " The scholars, may Allah have mercy on them, all agreed that whoever accuses or slanders her after the revelation of this aayah is a kaafir, because he has rejected the Qur’aan."

Badr al-Deen al-Zirkashi said: "Whoever slanders her is a kaafir, because the Qur’aan clearly states her innocence."

The scholars based their ruling on the one who slanders ‘Aa’ishah on the following evidence:

(1) The evidence that is derived from the verses in Soorat al-Noor that clearly state her innocence. So whoever accuses her after Allah has declared her innocent is rejecting the words of Allah, which is kufr beyond any shadow of a doubt.

(2) Slandering the family of the Prophet SAWS (peace be upon him) hurts and offends the Prophet himself, and there is no doubt that whatever hurts and offends the Prophet SAWS (peace be upon him) is kufr, by consensus (ijmaa‘). Evidence that the slander of his wife hurt and offended the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) is seen in the hadeeth of the slander (al-ifk) reported by al-Bukhaari and Muslim, in which ‘Aa’ishah says: ". . . The Messenger of Allaah (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) stood up on that day and asked who would go and deal with ‘Abdullaah ibn Ubayy. He was on the minbar, and said: ‘O Muslims, who will deal with a man who I have heard is speaking in an offensive manner about my family? By Allaah, I know nothing but good about my family.’ . . ." What the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) meant was: who will be kind to me, and excuse me if I go and deal with him myself, and I give him what he deserves because I have heard that he is speaking in an offensive manner about my family. This proves that the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) was so deeply offended and hurt that he asked people whether they could deal with this person fairly.

Imaam al-Qurtubi said, in his Tafseer of the aayah "Allaah forbids you from it [slander] and warns you not to repeat the like of it forever, if you are believers." [al-Noor 24:17]":
"This is concerning ‘Aa’ishah . . . because of the hurt and offence that the Messenger of Allah (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) felt with regard to his honour and his family. This is kufr on the part of the one who does it."

(3) Slandering ‘Aa’ishah implies insulting the Prophet (Peace & Blessings of Allaah be upon Him), because Allah, may He be glorified, says (interpretation of the meaning):
"Bad statements are for bad people (or bad women for bad men) and bad people for bad statements (or bad men for bad women). . . " [al-Noor 24:26]

Al-Haafiz ibn Katheer, may Allah have mercy on him, said: "I.e., Allah would not have made ‘Aa’ishah the wife of the Messenger of Allah (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) if she had not been good, because he is better than any good person. If she had been bad, she would not have been fit to marry him from a shar‘i point of view, and Allah would never even have decreed it.."

Finally, let us remember that the most beloved of all people to him (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) was ‘Aa’ishah al-Siddeeqah bint al-Siddeeq, as is proven in the report of ‘Amr ibn al-‘Aas, who said: "The Messenger of Allaah (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) put me in charge of an army during the ghazwah (campaign) of al-Salaasil. I came to him and asked him, ‘O Messenger of Allaah, who among the people is most beloved to you?’ He said, ‘Aa’ishah.’ I asked, ‘Who among men?’ He said, ‘Her father.’ I asked, ‘Then who?’ He said, ‘‘Umar,’ then he mentioned a number of others."

So whoever feels hatred towards the beloved of the Messenger of Allaah (Peace & Blessings of Allaah be upon Him) will deserved to be despised by him on the Day of Resurrection. And Allaah knows best.


See ‘Aqeedat Ahl al-Sunnah wa’l-Jamaa‘ah fi’l-Sahaabah al-Kiraam by Naasir al-Shaykh, 2/781, and I‘tiqaad Ahl al-Sunnah fi’l-Sahaabah by Muhammad al-Wahaybi, p. 58).

Umm_Imran
13-08-2013, 12:16
https://fbcdn-sphotos-a-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash4/1004516_455395901225180_178533561_n.jpg

Umm_Imran
13-08-2013, 12:17
https://fbcdn-sphotos-h-a.akamaihd.net/hphotos-ak-frc3/970004_454105108020926_1218734554_n.jpg

Umm_Imran
13-08-2013, 12:17
Shia tijdens de 27e nacht..

https://fbcdn-sphotos-g-a.akamaihd.net/hphotos-ak-frc1/1003706_451806751584095_1349640521_n.jpg

Umm_Imran
13-08-2013, 12:18
Shia zijn WALGELIJK

Question:
What would the ruling be for the wife to insert something into the husband’s a**s during foreplay, is it permissible or forbidden? Would it invalidate the marriage, and (sets the ground for) separation as (the case with) homosexuality?
.
Answer:
In His Glorified Names:
If it was with the husband’s consent, it is lawful. (As such) it cannot be likened to a homosexual (act).

https://fbcdn-sphotos-h-a.akamaihd.net/hphotos-ak-prn1/936470_451623634935740_598522358_n.jpg

Umm_Imran
13-08-2013, 12:19
https://fbcdn-sphotos-b-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash4/1001818_444114829019954_1102843475_n.jpg

Hij verklaart zichzelf kaafir!

Umm_Imran
13-08-2013, 12:23
https://fbcdn-sphotos-d-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash3/942912_418369548261149_509346111_n.jpg

Umm_Imran
13-08-2013, 12:24
https://fbcdn-sphotos-b-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash4/485486_416084761822961_1878821636_n.png

Voor wie verrichten wij (ahl us-Sunnah) sajdah?
ALLEEN VOOR ALLAAH! EN NIET ZOALS DEZE KUFFAAR, DIE SAJDAH VERRICHTEN VOOR HUN WALGELIJKE TAWAGHEET.

Umm_Imran
13-08-2013, 12:25
https://fbcdn-sphotos-h-a.akamaihd.net/hphotos-ak-ash4/249010_411896278908476_1942996571_n.jpg