Het verhaal van Ajoeb
Het verhaal van de profeet Ajoeb in de Qor’aan toont een ander aspect van Allahs gunsten aan Zijn gelovige dienaren, die geduldig blijven en dankbaar, en aan Zijn geliefde profeten.
Ajoeb had veel dieren, kuddes en akkers, en goede zonen, over wie hij allemaal tevreden was. Hij werd op de proef gesteld over al deze dingen en verloor ze allemaal. Toen werd hij op de proef gesteld over zijn eigen lichaam. Niets van zijn lichaam bleef gezond, behalve zijn hart en zijn tong.
Daarmee dacht hij aan Allah. Hij was alleen in een verre uithoek van het land. Niemand had medelijden met hem, behalve zijn vrouw, die voor hem zorgde. Ze leden zo’n gebrek, dat ze moest werken als bediende.

Ajoebs geduld
Maar ondanks dit alles bleef Ajoeb standvastig in zijn geduld. Hij dacht altijd aan Allah, en dankte Hem altijd. Hij klaagde niet, gaf niemand de schuld, mopperde niet en werd niet boos. Hij bleef zo een aantal jaren lang geduldig.

Kwelling en gunst
Toen de kwelling, die Allah voor Ajoebs ziel had gewild, voorbij was, brak er voor hem vrede aan. Allah gaf hem een smeekbede in, die verhoord werd. Dat gebed toonde zijn machteloosheid en ellende aan. Het maakte duidelijk, dat er inderdaad geen toevlucht tegen Allah is, behalve in Hem, en dat Hij de macht heeft om alles te doen. Allah genas Ajoebs lichaam en gaf hem zijn familie en bezit terug, en zegende hem. Allah zegt:

Toen Ajoeb tot zijn Heer riep en zei: ‘Kwelling heeft mij neergedrukt, en U bent de Genadigste van de genadigen.’ Wij verhoorden zijn gebed en bevrijdden hem van zijn moeilijkheden. Wij gaven hem zijn familie en het gelijke ervan erbij, als een teken van Onze barmhartigheid en als een herinnering voor de dienaren.’ (21:83,84)

Het verhaal van Joenos en haar wijsheid
Het verhaal van Joenos is verbonden met het verhaal van Ajoeb. Opnieuw bevestigt het Allahs macht, Zijn vriendelijkheid jegens Zijn dienaren en Zijn hulp aan hen, als ze wanhopig zijn. Als de hoop ogegeven is, en de dood komt om de fijne draad van het leven te vernietigen, dan blijkt de Hand van de Goddelijke Macht sterk te zijn, en genadig.

Joenos onder zijn volk
Allah zond Joenos naar de mensen van het dorp Nineveh. Hij nodigde hen tot Allah uit. Maar de mensen wezen hem af en waren eigenwijs in hun ongeloof. Boos verliet hij hen, en beloofde hen, dat ze na drie dagen gestraft zouden worden. Omdat ze wisten, dat profeten niet liegen, luisterden ze nu wel. Ze trokken naar buiten naar de woestijn, met hun kinderen, vee en kuddedieren. Daar smeekten ze Allah nederig om bijstand en bidden vurig tot Hem. De kamelen en hun jongen bromden, de koeien en kalveren loeiden, de schapen en de lammetjes blaatten. Daarop verwijderde Allah de straf van hen.

Waarom was er nooit een stad die geloofde, en van haar geloof profiteerde? Behlave het volk van Joenos. Toen zij geloofden namen wij de straf van hen weg; de straf van schande in het leven van deze wereld. En Wij lieten hen voor een tijd genieten. (10:98)

Joenos in de buik van de vis
Maar Joenos was samen met wat andere mensen aan boord van een schip gegaan. Het schip liep tegen de grond, en ze waren bang om te verdrinken. Daarom trokken ze loten, om te beslissen wie er overboord gegooid zou worden, om het schip lichter te maken. Het lot viel op Joenos, maar ze weigerden hem overboord te gooien. Ze deden het opnieuw en het lot viel weer op hem, maar ze weigerden nog steeds om het te doen. Toen deden ze het voor de derde keer en weer viel het lot op Joenos. Allah zei:

‘En hij lootte en hij werd geworpen’ (37:141)

Toen stond Joenos op en gooide zichzelf in de zee. Allah, geprezen zij Hij!, stuurde een vis naar hem. Toen hij in het water sprong, slokte de vis hem op. Allah zei tegen de vis, Joenos’ vlees niet te eten, noch zijn botten te breken.

Allah verhoort het gebed
Joenos was in het donker van de vissebuik, in de donker van de zee, in het donker van de macht. Veel duisternissen, de ene boven de andere! Wat een diepe duisternis! Hoe ver weg was nu de veiligheid! Hij bleef daar zo lang, als Allah wilde. Toen fluisterde Allah hem om het donker uiteen te drijven, zijn tegenspoed weg te halen, en om genade te smeken uit de zeven hemelen erboven. De Qor’aan vertelt dit unieke verhaal, dat troost bevat voor allen, die in ellende en wanhoop verkeren. Ze kunnen zien dat er geen toevlucht tegen Allah is, dan in Allah:

Toen Zonnoen (Joenos) boos heenging en dacht, dat Wij geen macht over hem hadden. Toen riep hij in het donker uit: ‘Er is geen god dan U. Heilig zijt U. Ik behoorde inderdaad tot de onrechtvaardigen.’ Wij verhoorden toen zijn gebed en namen zijn droefenis van hem weg. En aldus verlossen wij de gelovigen. (21:87,88)

Door: Sayyid Aboel Hasan Ali Nadwi