Results 1 to 4 of 4

Thread: - Tafseer Hizb Sabbih/Uitleg v.h. laatste deel v.d. QŻran.

  1. #1
    Al qawlu, qawlu sawaarim. Umm_Imran's Avatar
    Join Date
    Dec 2011
    Location
    Bilaad al-Kufr.
    Posts
    8,198

    Default - Tafseer Hizb Sabbih/Uitleg v.h. laatste deel v.d. QŻran.



    Zal in-shaae All‚ah elke dag de tafseer van 1 surah plaatsen. Zo komen we de maand wel rond in-shaae All‚ah.

    Ik moet nu wat gaan doen, maar ik zal later op de avond wat plaatsen in-shaae All‚ahu Ta'aala.


  2. #2
    Al qawlu, qawlu sawaarim. Umm_Imran's Avatar
    Join Date
    Dec 2011
    Location
    Bilaad al-Kufr.
    Posts
    8,198
    Last edited by Umm_Imran; 30-06-2014 at 12:35.

  3. #3
    Al qawlu, qawlu sawaarim. Umm_Imran's Avatar
    Join Date
    Dec 2011
    Location
    Bilaad al-Kufr.
    Posts
    8,198

    Default

    Al-Faatiha - De Opener - deel 1.

    بِسۡمِ ٱللهِ ٱلرَّحۡمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
    ٱلۡحَمۡدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلۡعَـٰلَمِينَ
    ٱلرَّحۡمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
    مَـٰلِكِ يَوۡمِ ٱلدِّينِ
    مَـٰلِكِ يَوۡمِ ٱلدِّينِ
    ٱهۡدِنَا ٱلصِّرَٲطَ ٱلۡمُسۡتَقِيمَ
    صِرَٲطَ ٱلَّذِينَ أَنۡعَمۡتَ عَلَيۡهِمۡ غَيۡرِ ٱلۡمَغۡضُوبِ عَلَيۡهِمۡ وَلَا ٱلضَّآلِّينَ

    In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.
    Alle lof komt toe aan All‚ah, de Heer der Werelden
    De Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle
    De Bezitter van de Dag van de Afrekening
    U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp
    Leid ons op het rechte pad
    Het pad van degenen die U begunstigd heeft.
    Niet dat van degenen op wie de Woede rust, noch dat van de dwalenden.

    De uitleg:
    Dit hoofdstuk werd al-Faatihah (de Opener) genoemd, omdat de Edele Koran hiermee werd begonnen. Er is gezegd dat dit hoofdstuk het eerste hoofdstuk is dat in zijn geheel werd geopenbaard. De geleerden hebben gezegd dat dit hoofdstuk de gehele inhoud van de QŻraan kort samenvat met betrekking tot Tawheed, de regels, de vergelding, de wegen van de kinderen van ¬dam en andere zaken. Om deze reden werd dit hoofdstuk Umm al-QŻraan (moeder van de QŻraan ) genoemd. De bron van iets wordt namelijk Umm (moeder) genoemd.

    Dit hoofdstuk bezig enkele uitzonderlijke eigenschappen die het onderscheiden van andere hoofdstukken. Een van deze eigenschappen is dat dit hoofdstuk een pilaar van het gebed is, welke op zijn beurt de beste pilaar van de Islaam is, na de twee geloofsgetuigenissen. Het gebed van degene die dit hoofdstuk niet reciteert, is dus ongeldig.

    Een andere eigenschap van dit hoofdstuk is dat het een ruqya is. Ruqya is de behandeling van zieke door middel van het reciteren van Koranverzen en het opzeggen smeekbeden en gedachtenissen. Wanneer men dit hoofdstuk over een zieke persoon reciteert, zal hij genezen met de toestemming van All‚ah. De Profeet (vrede zij met hem) zei nmelijk tegen degene die hoofdstuk al-Faatihah had gereciteerd over een persoon die door een schorpioen was gestoken en daarna genas: "Wa maa yudrika annaha ruqya." ("Hoe wist jij dat het een ruqya is?").

    Sommige mensen verrichten in deze tijd een innovatie met betrekking tot dit hoofdstuk. Zij sluiten hier namelijk hun smeekbeden mee af, beginnen hun preken ermee en reciteren het bij sommige gelegenheden en dit is incorrect. Wanneer ťťn van hen smeekbeden verricht, zegt hij vervolgens tegen degenen om hem heen: 'Al-Faatiha!' Met andere woorden: Reciteer hoofdstuk al-Faatihah. Andere mensen beginnen er hun preken of andere daden mee en ook dit is incorrect. De aanbidding horen namelijk bepert te worden tot datgene wat authentiek van de Profeet, sallAll‚ahu 'alayhi wasallam, is overgeleverd.


    In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.
    'All‚ah' is de Naam van de Schepper, de Heer der Werelden. Niemand dan Hij wordt met deze Naam genoemd. De Naam All‚ah is de basis van alle Namen van All‚ah en daarom zijn alle andere Namen volgend op deze Naam.

    De Meest Barmhartige (ar-Rahmaan):
    De Bezitter van de uitgestrekte Barmhartigheid.

    De Meest Genadevolle (ar-Raheem):
    Degene Die Zijn Barmhartigheid schenkt aan wie Hij wil van onder Zijn dienaren.

    De Barmhartigheid is een Eigenschap van All‚ah en hierop wijst de Naam 'ar-Rahmaan'. De Barmhartigheid is ook een Handeling van All‚ah en hierop wijst de Naam 'ar-Raheem'.

    'ar-Rahmaan' en 'ar-Raheem' zijn twee Namen van All‚ah die wijzen op Zijn Wezen, op de Eigenschap 'Barmhartigheid' en op het effect dat uit deze Eigenschap voortvloeit. Deze Barmhartigheid die All‚ah voor Zichzelf heeft bevestigd, is een werkelijke Barmhartigheid. Zowel de Openbaring als het vestand wijzen hierop. Wat de Openbaring betreft, dit is de bevestiging van All‚ah's Eigenschap 'Barmhartigheid' die op vele plaatsen in de QŻraan en in de overleveren van de Profeet, sallAll‚ahu 'alayhi wasallam, te vinden is. Wat het verstand betreft: elke gunst die plaatsvindt en elk onheil dat afgeweerd wordt, behoren tot het effect van de Barmhartigheid van All‚ah.

    Sommige mensen ontkennen dat All‚ah een werkelijke Barmhartigheid als Eigenschap heeft en verdraaien de betekenis ervan. Zij zeggen dat met Barmhartigheid bedoeld wordt: het schenken van gunsten of de Wil om gunsten te schenken. Zij beweren dat het verstand erop wijst dat All‚ah onmogelijk Barmhartig kan zijn, omdat Barmhartigheid, medeleven, zachtheid, nederigheid en zwakheid inhoudt. Deze bewering wordt vanuit twee aspecten ontkracht:

    Ten eerste: het bewijs dat barmhartigheid geen nederigheid, zwakheid en onderdanigheid inhoudt, is dat wij vaak zien dat machtige koningen barmhartig zijn zonder dat zij zwak, onderdanig en nederig zijn.

    Ten tweede: stel dat barmhartigheid deze zaken zou inhouden, dan gaat het om de barmhartigheid van de schepsels. Wat echter de Barmhartigheid van de Schepper betreft, deze past bij Zijn Grootheid, Majesteit en Macht en bevat geen enkele tekortkoming.

    Verder zeggen wij: Het verstand wijst op de bevestiging van een werkelijke Barmhartigheid als Eigenschap van All‚ah. De barmhartigheid als Eigenschap van All‚ah. De barmhartigheid die de schepsels onderling jegens elkaar hebben, wijst namelijk op de Barmhartigheid van All‚ah. Bovendien is de Barmhartigheid een volmaaktheid en All‚ah komt alle volmaaktheid toe. Daarenboven wijzen de gunsten van die specifiek aan All‚ah toebehoren - zoals het neerdelen van de regen en het verwijderen van de droogte - op de Barmhartigheid van All‚ah.

    Een vraagstuk: behoort dit vers tot hoofdstuk al-Faatihah of niet?
    Hierover verschillen de geleerden van mening. Sommigen van hen zijn van mening dat het een vers van een hoofdstuk al-Faatihah is, dat men sit vers hardop dient te reciteren in het luide gebed en dat het gebed enkel correct is wanneer men dit vers reciteert. Anderen zijn van mening dat dit vers niet tot hoofdstuk al-Faatihah behoort, maar dat het een afzonderlijk vers uit het Boek van All‚ah is. Deze opinie is de juiste, want het bewijs en de samenhang van het hoofdstuk wijzen hierop.

    Wat het bewijs betreft, dat is de overlevering van AbŻ Hurairah, radhiAll‚ahu 'anh, dat de Profeet, sallAll‚ahu 'alayhi wasallam, zei: "Allah, de Allerhoogste, heeft gezegd: ‘Ik heb het gebed verdeeld in twee delen tussen Mij en Mijn dienaar. Het is vervolgens aan Mijn dienaar om Mij te vragen wat hij wil. Als de dienaar zegt: "Alle lof zij Allah, de Heer der werelden" zegt All‚ah: ‘Mijn dienaar heeft Mij met lof geprezen.’ Als hij zegt: "De Barmhartige, de Meest Genadevolle", zegt All‚ah: ‘Mijn dienaar heeft Mij een compliment gegeven.’ Als hij zegt: "Koning van de Dag des Oordeels", zegt All‚ah: ‘Mijn dienaar heeft Mij verheerlijkt’. Als hij zegt: "U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp", zegt All‚ah: ‘Dit is tussen Mij en Mijn dienaar en het is aan Mijn dienaar om Mij te vragen wat hij wil. Als hij zegt: "Leid ons op het rechte pad" zegt Allah: ‘Dit behoort toe aan Mijn dienaar en het is aan Mijn dienaar om Mij te vragen wat hij wil.’ Dit is een bewijs dat het vers 'In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle' niet tot hoofdstuk al-Faatihah behoort, omdat het niet in deze overlevering genoemd werd. Verder is er authentiek van Anas ibn M‚alik, radhiAll‚ahu 'anh, overgeleverd dat hij zei: 'Ik heb gebeden achter de Profeet, sallAll‚ahu 'alayhi wasallam, AbŻ Bakr, 'Umar en 'Uthmaan. Zij waren gewoon om hun recitatie te beginnen met 'Alle lof komt toe aan All‚ah, de Heer der Werelden' en zij zeiden niet 'In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest genadevolle', niet in het begin van hun recitatie, noch aan het eide ervan. [Saheeh Muslim - nr. 399]. Dit wil zeggen dat zij dit vers niet hardop reciteerden. Het feit dat zij hoofdstuk al-Faatihah hardop reciteerden zonder vermelding van het vers 'In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle' wijst erop dat dit vers niet tot hoofdstuk al-Faatihah behoort.

    Wat betreft de samenhang van het hoofdstuk met betrekking tot de betekenis: de geleerden zijn het er over eens dat het hoofdstuk uit zeven verzen bestaat. All‚ah [Verheven is Hij] zegt over deze zeven verzen: 'Ik heb het gebed (dat wil zeggen hoofdstuk al-Faatihah) in tweeŽn verdeeld tussen Mij en Mijn dienaar.' Het eerste vers is namelijk: 'Alle lof komt toe aan All‚ah, de Heer der Werelden'. Dit is voor All‚ah. Het tweede vers is: 'De Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle'. Dit is voor All‚ah. Het derde vers is: 'De Bezitter van de Dag van de Afrekening'. Dit is voor All‚ah. Het vierde vers is: 'U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.'. Over dit vers zegt All‚ah: 'Dit is tussen Mij en Mijn dienaar.' Het vijfde vers is: 'Leid ons op het rechte pad.' Dit is voor de dienaar. Het zesde vers is: 'Het pad van degenen die U begunstigd heeft.' Dit is voor de dienaar. Het zevende vers is: 'Niet van degenen op wie de Woede rust, noch dat van de dwalenden.' Dit is voor de dienaar. De eerste drie verzen zijn dus voor All‚ah, de laatste drie verzen voor de dienaar en met middelste vers, het vierde vers, is tussen de dienaar en zijn Heer.

    Wat betreft de samenhang van het hoofdstuk met betrekking tot de bewoording: als we zeggen dat het vers 'In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle' tot hoofdstuk al-Faatihah behoort, houdt dit in dat het zevende vers tweemaal zo lang is als de rest van de verzen. De basis is echter dat de verzen van elk hoofdstuk ongeveer dezelfde lengte hebben.

    De juiste opinie waarover geen twijfel bestaat, is dus dat 'In de Naam van All‚ah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle' niet tot hoofdstuk al-Faatiha behoort, noch tot ťťn van de andere hoofdstukken van de QŻraan.

  4. #4

    Default

    Up!
    Zoubida.nl

Members who have read this thread: 0

There are no members to list at the moment.

Bladwijzers

Bladwijzers

Posting Permissions

  • You may not post new threads
  • You may not post replies
  • You may not post attachments
  • You may not edit your posts
  •